Opinie

    • Marike Stellinga

Meer macht aan de arbeider! Maar hoe?

Lodewijk Asscher (PvdA) noemde zijn nieuwe regels voor ontslag en flexwerk “een raspaard dat nog decennialang door onze arbeidsmarkt gaat huppelen.” Drie jaar later is het raspaard geslacht. Heeft alweer een nieuwe wet wel zin?

Ja hoor, we zitten bovenop de hoge golf van de conjunctuur. De economie draait goed, de werkloosheid is laag en volgens de economen van De Nederlandsche Bank gaat het reële inkomen na vijftien magere jaren dan eindelijk uitbundig stijgen. Toch voelden economen van de Oeso en van de Rabobank zich de afgelopen week geroepen te waarschuwen voor problemen op de arbeidsmarkt. Kort samengevat: het aandeel flexkrachten en zzp’ers groeide zo hard, dat het de lonen drukt en de bescherming uitholt die een baan biedt. Daar doet de recente toename van het aantal mensen met een vast contract niets aan af. Oplossing volgens de Oeso en de Rabobank: verklein de verschillen tussen losse en vaste krachten – de verschillen in bescherming en belastingdruk voor werkende mensen, en in kosten en risico’s voor werkgevers.

Laat dat nou precies zijn wat Lodewijk Asscher (PvdA) drie jaar geleden wilde met zijn nieuwe regels voor ontslag en flexwerk. Meer mensen met een vast contract, minder mensen met onzeker werk. „Een raspaard dat nog decennialang door onze arbeidsmarkt gaat huppelen.” Zo omschreef Asscher (PvdA) de wet die het hoogtepunt van zijn ministerschap (Sociale Zaken) had moeten worden.

Afgelopen vrijdag, drie jaar na de invoering van Asschers wet, stuurde zijn opvolger Wouter Koolmees (D66) een nieuwe wet naar de Raad van State. De regels voor ontslag en flexwerk veranderen alwéér. Het raspaard is geslacht: Koolmees draait een deel van Asschers plannen terug. Maar zijn doel is precies hetzelfde: meer mensen met een vast contract.

Zou het nu wel lukken? Economen zijn tot nu toe minder kritisch op de plannen van Koolmees dan ze waren op die van Asscher. Maar van zijn verregaande ingreep in de markt voor zzp’ers moet nog blijken of die überhaupt uitvoerbaar is. Koolmees wil weinig verdienende zzp’ers aanmerken als werknemers. Hij zegt dan als het ware: je verdient zo weinig, je bent een schijnzelfstandige.

Achter de twee wetten zit niet alleen een verschil van inzicht. Grof gezegd zou ik dat verschil als volgt samenvatten: Asscher koos overwegend voor meer bescherming, Koolmees niet. Achter de twee wetten zit ook een probleem dat politici in het hele Westen wanhopig stemt: de zwakke positie van werkende mensen. In de Britse en Amerikaanse markteconomieën bespreken politici en economen nu bloedserieus radicale ideeën als een basisinkomen en een federal jobs guarantee (een soort Melkertbanen). Ze maken niet veel kans ingevoerd te worden, maar het laat zien dat het vertrouwen daalt in het vermogen van hun economieën om waardevolle banen te scheppen.

Juist omdat in het hele Westen werknemers niet sterk staan, is het de vraag of alweer een nieuwe wet gaat helpen. De regels voor ontslag en flexwerk verschillen per land enorm, maar de trend lijkt op veel plekken hetzelfde. Misschien is radicaler beleid nodig. Het Britse blad The Economist opperde in mei dat de macht van werkende mensen afneemt doordat bedrijven steeds groter worden. Als een paar grote bedrijven een sector domineren, valt er voor werknemers weinig te onderhandelen. Wellicht is veel strenger mededingingsbeleid en zelfs het opbreken van grote bedrijven de enige manier om werknemers te stutten.

Marike Stellinga is econoom en politiek verslaggever. Ze schrijft elke week op deze plek over politiek en economie.

    • Marike Stellinga