Recensie

Margolles laat Witte de With baden in de weeïge geur van een gymzaal

Tentoonstelling

De Mexicaanse kunstenaar Teresa Margolles verwerkt het zweet van Venezolaanse vluchtelingen in haar installatie in Witte de With. Tien dollar voor een bezweet T-shirt: wie biedt minder?

Voor de tentoonstelling van Teresa Margolles in Witte de With worden de ramen gelapt met bezwete T-shirts Foto Kristien Daem

Haar signatuur is lange tijd niet het leven geweest, maar de dood in zijn wreedste vorm: de onvrijwillige, stinkende, pijnlijke en (door de nabestaanden) beweende dood. Dat is waar Teresa Margolles, in 1963 in Mexico geboren, bekend om is. Na tien jaar als patholoog-anatoom in de mortuaria van Mexico-City te hebben gewerkt, maakte Margolles in 1990 de overstap naar de autonome kunst omdat ze datgene wat ze binnen de muren van het mortuarium zag en deed, niet meer kon rijmen met het geweld op straat in Mexico.

De installaties die Margolles met succes al jaren in binnen- en buitenland toont, zijn sensuele bezweringen van pijn, verlies en leegte. Heel mooi komt dat naar voren in een oudere installatie, En El Aire (2003). Daarin verandert Margolles de tentoonstellingsruimte in een super-esthetisch ballet van belletjes water die via sprinklers door de ruimtes worden verspreid. Het ziet er fonkelend fris uit als een voorjaarsregen. Maar schijn bedriegt: het regenwater is waswater waarmee in mortuaria doden zijn gewassen. Zo’n regen des doods ruik je, voel je op je huid, de waterdamp adem je in. Er is letterlijk geen ontkomen aan.

Het is de kracht om maatschappelijke problemen aan de orde te stellen via esthetische en fysieke installaties, die Margolles nu naar Witte de With in Rotterdam brengt. Twee jaar – in 2017 en 2018 – heeft Margolles gewerkt in de grensregio tussen het failliete Venezuela en het iets rijkere Colombia. Met name bij San Antonio de Táchira (V) steken dagelijks duizenden Venezuelanen de Colombiaanse grens over op zoek naar werk, medicijnen, eten, een veilig dak.

Margolles vroeg de migranten om voor tien dollar de tocht te herhalen, nu met een rugzak vol stenen. De zweterige T-shirts kocht ze na afloop op. De dragers werden gefotografeerd op het moment dat ze het T-shirt over hun hoofd uittrekken. Eén van die foto’s hangt groot in Witte de With. Traject – Fase 1. De afdracht. Fase 2. Via. Fase 3. Internen (2017-2018), zoals het werk voluit heet, strekt zich uit over twee zalen.

Tafel met verpakte T-shirts van Venezolaanse vluchtelingen Foto Kristien Daem

In de voorzaal hangt de weeïge geur van een gymzaal: de ramen van Witte de With zijn in keurig rechte streepjes met de bezwete T-shirts ‘gelapt’. Op een schragentafel zijn de T-shirts vervolgens verpakt in plastic zakjes. Op de zak de naam van de drager uit Maracay, Caracas, Valencia en nog veel meer plaatsen in Venezuela. Iedere dag is één T-shirt uit het plastic gehaald en in een klein betonnen blokje gegoten met daarop de initialen van de drager. Dat heet een ‘performance’.

Het nieuwe werk is minder indringend dan Margolles’ oudere werk, en het is daarom ook jammer dat Witte de With nalaat het in een context te tonen, want het doet de kunstenaar geen recht. De poging de geur van sjouwerszweet over te dragen, komt geforceerd over. De betonnen kubusjes voegen zich in Witte de With onmiddellijk in een minimalistisch jargon, en kunnen de vergelijking met Peter Eisenmans betonnen ‘stelae’ voor het Holocaust-monument in Berlijn niet aan.

Tafel met verpakte T-shirts van Venezolaanse vluchtelingen Foto Kristien Daem

Bij deze artistieke minpunten voegt zich ook een moreel dilemma. Margolles heeft zich met dit nieuwe ‘veldwerk’ integraal onderdeel gemaakt van de uitbuitingsindustrie, maar rept daar niet over. Terwijl juist dat de essentie moet zijn van dit werk. Tien dollar voor een bezweet shirt: wie biedt minder?

    • Lucette ter Borg