Opinie

    • Marieke Gouka

Ik ben niet gelovig maar ik heb veel geleerd van de EO

De NPO bezuinigt, de EO krijgt onterecht harde klappen, vindt , ex-stagiair bij die omroep. De samenleving snakt naar verdieping.
Foto Rudmer Zwerver

Ik ben 39 jaar en stagiair journalistiek bij de EO. Ik geloof niet in God. Een opmerkelijk aantal feiten die elkaar op z’n zachtst gezegd bijten. Stagelopen wanneer je de veertig nadert levert vragen op, maar vaker nog goedkeurende blikken. Ik ben de personificatie van het maakbare leven en door eind dertig een carrièreswitch te maken, houd ik mijn geluk in eigen hand.

Stagelopen bij de EO levert daarentegen nauwelijks bewondering op, maar vragen des te meer. In eerste instantie verdedigde ik me steevast met het argument dat de EO als enige een stageplek had voor drie dagen per week. Naast mijn wekelijkse studiedag en mijn jonge gezin het maximaal haalbare. Na mijn eerste werkweek breidde ik mijn verdediging uit met het goed gesorteerde bedrijfsrestaurant, het mooie pand en de aardige collega’s.

Diezelfde collega’s – die mij als ongelovige aannamen en warm verwelkomden – leerden mij online artikelen schrijven, gasten screenen en video’s maken. Ondertussen stelde ik vragen, soms tientallen op een dag. Over gewoontes en gebruiken, over verschillen tussen de christelijke afsplitsingen en over interpretaties van bijbelteksten. Er was ruimte om anders te denken. „In hoeverre verschilt mijn geloven in ‘er is meer tussen hemel en aarde’ van jullie God?” „Hoe verhoudt mijn mediteren zich tot jullie bidden?” „Hoe anders is jullie maaltijdzegening dan de visie van dankbaarheidsgoeroe Ernst-Jan Pfauth?”

Door het stellen van deze vragen heb ik lessen geleerd die geen leerdoel in mijn stageplan waren. Die ik ook niet op voorhand had kunnen bedenken. Niet alleen leerde ik over de betekenis van religie in het dagelijks leven van velen, maar ik zag vooral hoeveel overeenkomsten er zijn tussen zij die geloven en zij die niet geloven. Over hoeveel we hetzelfde denken, hoe we allemaal proberen goed te doen en daar soms in falen. Hoe we hopen op wonderen, we verlangen naar een weerzien met degenen die we verloren zijn en soms voelen dat er meer speelt dan slechts toeval. Voor de één het lot, voor de ander God.

Ik deed in het klein wat de EO op televisie doet; vragen stellen over zingeving, over leven en dood en over de waarde van het leven. Vragen die iedereen zo nu en dan stelt of zou móeten stellen. Omdat de tijdgeest van jakkeren vraagt om bezinning, omdat we snakken naar meer bewustwording. En simpelweg omdat we mens zijn en het nodig is soms stil te staan bij hoe we zo goed mogelijk mens zijn. Voor onszelf en voor de ander.

Tot de zomerstop

Inmiddels zit mijn stage erop. Ik werk als redacteur bij Ik mis je. Tot de zomerstop, die nu bijna begint. Op terugkeer na de zomermaanden hoef ik niet te rekenen. De NPO bezuinigt op de levensbeschouwelijke programma’s van de EO. Het budget gaat van 9 naar 4 miljoen. De reden: er zijn al bovengemiddeld veel programma’s over levensbeschouwing en religie. De hartgrondige vloek die ik in me op voel komen bij deze boodschap, slik ik weg. Een overblijfsel van mijn stage, nóg wat geleerd.

Lees ook: NPO zet bijl in journalistieke programma’s

Ik hoop dat de NPO tot inkeer komt. Dat ze inziet dat verdiepende programma’s het tegengif zijn in de moderne samenleving, waarin het toch allemaal een stuk minder maakbaar is dan we onszelf en elkaar voorhouden. Programma’s die ons menszijn bevragen. Het manna in de woestijn. Zodat we blijven vragen, leren en verbinden met diegenen die in eerste instantie zo anders lijken.

    • Marieke Gouka