Iedereen wilde dat de inspectie zich terugtrok

Toezicht op scholen Minder geld, minder mensen en minder toezicht, was jaren het devies voor de Onderwijsinspectie. „Deed een school het goed, dan mocht die op toezichtsvakantie.”

Voorzitter Andre Postema van het College van Bestuur van het Limburgs Voortgezet Onderwijs (LVO) staat de pers te woord bij het VMBO in Maastricht. Foto Marcel van Hoorn

Honderden gezakte leerlingen in Maastricht, frauderende leraren in Rijswijk en beroerde slagingspercentages in Rotterdam. Er zijn betere manieren om het schooljaar af te sluiten. Het leidde ertoe dat een verloren gewaande vraag weer opdook: waar was de inspectie?

Op het VMBO Maastricht rammelde het ondanks verscherpt toezicht aan twee jaar schoolexamenstof. Toen de Inspectie van het Onderwijs vervolgens besliste de examens van alle 354 leerlingen ongeldig te verklaren, werd dat besluit door minister Arie Slob (Onderwijs, ChristenUnie) snel teruggedraaid.

Op het Rijswijks Lyceum en het Rotterdamse Vreewijk Lyceum, waar een slordige voorbereiding leidde tot respectievelijk examenfraude en een hoog aantal gezakten (bijna de helft van alle vwo’ers), had de inspectie eerder het oordeel ‘zwak’ uitgedeeld. Maar nadat de inspectie dat oordeel in 2016 had bijgesteld, kwam niemand meer langs.

Uitgerekend deze week stelde de Onderwijsraad voor de inspectie te laten toezien op de besteding van 30 miljard aan onderwijsgeld. Van examens tot financiën: de roep om de inspectie klinkt.

Hoe anders was het geluid in de voorbije jaren. De onderwijsinspectie was juist té aanwezig, zo klonk het: vertrouw liever op de scholen. De inspectie „hoeft zich dan niet op te stellen als kwaliteitsmeester, noch als ‘critical friend’”, aldus een onderwijsblog uit 2015 met de titel Inspecticide. „Een goede school mobiliseert dergelijke vrienden zelf.” Was getekend: André Postema, nu in opspraak als bestuursvoorzitter van de scholenkoepel waaronder het VMBO Maastricht valt.

Lees ook: Bestuurder Postema dendert altijd door.

Kille bezuiniging

De afgelopen tien jaar ging de Inspectie van het Onderwijs op de schop. Nadat de commissie-Dijsselbloem in 2008 harde noten kraakte over de bemoeizucht van de inspectie met de onderwijsinhoud, werd de rol van de dienst ingeperkt. Terecht, zegt Tweede Kamerlid voor de SP Jasper van Dijk: „De inspectie was te veel een eigen leven gaan leiden, met te veel eigen ideeën over de onderwijsinhoud”. Toch is hij over het resultaat niet te spreken: „Uiteindelijk is het een kille bezuiniging geworden.”

‘Risicogericht toezicht’ is de nieuwe mantra van de inspectie. De verantwoordelijkheid ligt bij de schoolbesturen zelf. „De inspectie moet kijken of de school aan de wettelijke voorschriften voldoet”, zegt hoogleraar onderwijsrecht Miek Laemers. „Er is nog wel een vierjaarlijks basisbezoek, maar de inspecteur die in de klas komt, is zeldzaam geworden.” Het risico is volgens Laemers dat de inspectie zo alleen „een papieren werkelijkheid” beoordeelt.

Lees ook: NVWA: stukbezuinigd en te veel naar binnen gekeerd’

Bovendien werd op de toezichthouders door achtereenvolgende kabinetten fors bezuinigd. „Van de onderwijsinspectie tot de Voedsel- en Warenautoriteit hebben we dezelfde neiging gezien”, zegt Heinrich Winter, hoogleraar toezicht. „Toezicht is duur, het moet goedkoper.” De nadruk kwam te liggen op de lasten van de inspectie dan op de maatschappelijke meerwaarde, zegt Winter. „Deed je het goed, dan mocht je op toezichtsvakantie. Even geen last van de inspectie.”

Schaalvergroting

Volgens Winter was de bedoeling dat „signalen van ouders en media” de inspectie tussentijds konden helpen tijdig aan de alarmbel te trekken. Op het VMBO Maastricht, waar 28 klachten waren ingediend, ging het toch mis. „De werkelijkheid blijkt minder fraai”, zegt Winter. „Als je de verantwoordelijkheid bij de school legt, welke middelen zou je dan als inspecteur nog hebben?”

De schoolbesturen, hoofdverantwoordelijk voor de eigen prestaties, zijn intussen zeer veranderd, zegt Laemers. „De schaalvergroting is alleen maar doorgegaan.” De Stichting Limburgs Voortgezet Onderwijs, waarvan Postema voorzitter is, telt 26.000 leerlingen en 3.000 medewerkers op dertig locaties.

„Zo'n vmbo-toestand had je veel beter kunnen controleren”, zegt Laemers. „Nu wordt alleen het toetsingsprogramma overlegd. Zeg dan: jullie zetten in het programma dat er een toets is gegeven. Laat die maar eens zien.”

Het is gebruikelijk, zegt Laemers, dat er „na zo'n drama weer wetten en regeltjes” worden gemaakt. „Dat lijkt me hier geen oplossing.” Liever ziet ze „meer deskundigheid” bij de besturen en „effectievere controlemiddelen” bij de inspectie.

Maar uiteindelijk, stelt Winter, kan niemand verrast zijn: „Als je kiest voor minder toezicht, moet je niet verbaasd opkijken als er een extra incident opduikt.”

    • Rik Rutten