Recensie

Hoe het alfabet een magische sensatie wordt

Kinderboek In het informatieve kinderboek A is van Os is de herkomst van letters soms een bijna magische sensatie. Grafisch sterk, maar soms mis je het verhaal dat erbij hoort.

Van de A terug naar de alef. Beeld Autobahn, bewerking NRC

De herkomst van letters – wat een goed idee voor een kinderboek! Het werd een boek met de prikkelende titel A is van Os, en met een nieuwsgierig makende inleiding, die zich laat samenvatten in de vraag: waarom beschrijf je dat ding dat we een vis noemen niet als ‘mis’, ‘pum’ of ‘kaf’? Ja, waarom eigenlijk?

Om maar meteen de A te nemen – die letter in de vorm van een dakje met halverwege een streepje tussen de poten: die komt dus van een getekend symbool voor een os. Redeneer maar eens terug vanaf de huidige A: zet die op z’n kop en je hebt een driehoek met twee hoorntjes, en met wat fantasie maak je daar wel een ossenkop van. Eigenlijk zou je van die evolutie een animatie willen zien. Daar vond het Utrechtse grafisch ontwerpbureau Autobahn, dat je wel als hoofdauteur van dit boek mag aanmerken, iets op: de ossenhoorntjes maakten ze felblauw, de runderkaaklijn fluorescerend oranje – en daarmee tonen ze in een paar plaatjes hoe die componenten vervormd terugkeren in de oudste, proto-Sinaïtische letter alef, de Fenicische letter alef, de Griekse alfa en de Latijnse a.

De herkomst, niet de verhalen

Zo verloopt kortweg de geschiedenis van alle letters, die spaarzaam uit de doeken wordt gedaan door schrijfster Bette Westera, voorafgaand aan een sterk, grafisch overzicht van het alfabet. Onze lettertekens vinden hun oorsprong in de Sinaïwoestijn, en werden beurtelings geadopteerd door de Feniciërs, de Grieken en de Romeinen. Telkens wijzigden ze iets aan de vorm van de tekens.

Dat laatste is een wat anticlimactische lacune in het boek: aannemelijk en inzichtelijk is dat de letters ergens vandaan komen, maar verder heeft Westera over hun ontwikkeling niet veel méér te vertellen dan dat ze in het gebruik wat veranderingen opliepen. A is van Os toont de herkomst van ons alfabet, maar vertelt er weinig verhalen over – een nogal radicale doorvoering van show, don’t tell. Of de verhalen zijn cryptisch: ‘De langste rivier ter wereld zit er vol mee’, schrijft Westera op de pagina over de N (ooit van vis, ofwel ‘noen’) gewijd is – met een raadselachtige verwijzing naar de Nijl. Maar wat die verwijzing te betekenen heeft, maakt de auteur niet duidelijk. Of wou ze slechts een soort poëtisch toeval aanduiden?

Magische sensatie

Het is tenslotte wel een poëtisch aanvoelende, bijna magische sensatie dat de mensen in de woestijn al ‘hé!’ naar elkaar riepen, en dat het symbool waarmee ze dat woord vastlegden, een soort roepend poppetje, evolueerde tot onze E. Net zo sprekend is de verwantschap van onze S met het proto-Sinaïtische ‘sjin’ (dat ‘boog’ betekent) én met het boogachtige kringeltje waarmee ze dat vastlegden: de overeenkomst zit behalve de vorm ook in de klank. Maar in andere gevallen betreur je de beknoptheid, of zelfs het volledige gebrek aan toelichting. Hoe bijvoorbeeld de oude letter ‘wau’, het woord voor een pin, kon evolueren tot de F die wij nu kennen, blijft in dit boek mysterieus. (Wikipedia biedt het begin van een verklaring: wat de Grieken als een w uitspraken, werd bij de Romeinen een f-klank.)

In plaats van verklarende verhalen is er in A is van Os wél veel ruimte voor het beeld – terecht, want dat is de hoofdrolspeler. Maar dat er ook zoveel ruimte is voor een soort vage definitie van het woord waarin de letter zijn oorsprong vindt, is minder begrijpelijk. (De P komt van ‘pe’, hoek – ‘om rekening mee te houden als je iets bouwt’, staat daar om duistere redenen.) Het idee voor dit boek was dus voortreffelijk, de uitvoering is net wat minder.

    • Thomas de Veen