Hoe de drank verdween van het Binnenhof

Afscheid van het Binnenhof Waarom wordt er nauwelijks meer gezopen in Den Haag? En wat zegt dat over de politiek? Nu redacteur Thijs Niemantsverdriet het Binnenhof verlaat, probeert hij die vraag te beantwoorden.

1967, Prins Claus drinkt, omringd door journalisten, een pilsje tijdens een bezoek aan perscentrum Nieuwspoort. Foto ANP

De whiskeyfles. Als de kabinetsformatie vorig jaar wat stram verliep, kwam informateur Gerrit Zalm ermee voor de dag. Hij schorste de onderhandelingen in de Statenkamer en ontbood de onderhandelaars in zijn kantoortje, alleen of in kleine groepjes. Op tafel zette hij een fles Jack Daniels. Glaasje, jongens?

Ouderwets, een gewoonte uit lang vervlogen tijden – zo spraken de onderhandelaars er naderhand over. Ze vonden het sympathiek, zoals ze Zalm sowieso een fijne kerel vonden. Sommigen namen uit beleefdheid zelfs een glaasje. Maar whiskey als smeermiddel voor de onderhandelingen? Iets van vroeger.

Wie niet dagelijks in Den Haag komt, heeft vaak een romantisch beeld van het Binnenhof: de drank vloeit er rijkelijk. Journalisten smoezen tot diep in de nacht met ‘de macht’, bier en bitterballen onder handbereik. „Kom je vaak in Nieuwspoort?”, was de vraag die ik in mijn tien jaar als politiek redacteur het vaakst kreeg van vrienden en bekenden.

Ik moest ze teleurstellen. Toen ik in 2008 in Den Haag arriveerde, was er al niet echt sprake meer van een drankcultuur – en ik heb het sindsdien alleen maar soberder zien worden. Politici en journalisten doen zelden nog een glaasje. En ook dán blijft het bijna altijd binnen de grenzen van het betamelijke.

Waarom wordt er nauwelijks meer gezopen in Den Haag? Nu ik Den Haag verlaat, probeer ik die vraag te beantwoorden. Wat betekent het voor de politiek en de journalistiek?

Legendarisch nachtcafé

Eerst maar over hoe het ooit was. Iedereen die langer dan twee decennia heeft rondgelopen op het Binnenhof kan je vertellen: vroeger ging het er ruig aan toe. De fles kwam rond het middaguur op tafel. Kamerleden waren soms zo starnakel dat ze hun hand bij avondlijke stemmingen niet meer zelfstandig omhoog konden houden. Overal in het gebouw werd gedronken. In de koffiekamer en de rooksalon, pal naast de oude plenaire zaal. In het ‘rode café’, een barretje in de toenmalige PvdA-vleugel. In perscentrum Nieuwspoort. En als je echt wilde doorzakken ging je nog even naar het legendarische nachtcafé De Pijpela aan het Noordeinde.

Zelfs in de vergaderzaal werd heimelijk gepimpeld. Rob van ’t Hoff en Peter Verkoyen, kelners die al sinds begin jaren tachtig in dienst zijn van de Kamer, serveerden CDA-minister Fons van der Stee geregeld een theepotje gevuld met cognac: ‘thee van der Stee’. Stiekem. Rob: „We lieten expres een touwtje met een Pickwick-label uit het potje hangen.”

Iedere partij had zijn eigen alcoholische voorkeuren. Bier voor de PvdA, graanjenever of beerenburg voor het CDA, vermouth voor de SGP. Bij de VVD dronken ze sherry en wijn, emmers wijn. En dan specifiek één bepaalde bourgogne: Faiveley. Dat rijmde op VVD.

1977. Na overleg over de zetelverdeling van een nieuw te vormen kabinet van VVD en CDA nuttigen informateur Van Der Grinten en de fractieleiders Van Agt en Wiegel een hapje en een drankje in een Haags restaurant. Foto ANP

Met zo’n stevige inname konden brokken natuurlijk niet uitblijven. De ministers Smallenbroek en Pronk veroorzaakten verkeersongelukken, en ook premier Lubbers raakte met zijn auto ooit een Haags paaltje. Overmatig drankgebruik leidde zelfs tot een (tijdelijke) kabinetsbreuk: tijdens de ‘jenevercrisis’ in 1960 keerden beschonken parlementariërs van gereformeerden huize zich tegen hun eigen minister Jan van Aartsen (de vader van Jozias).

Verreweg de beruchtste drinkebroer van het Binnenhof was Henk Vredeling (PvdA), minister van Defensie in het kabinet-Den Uyl. Hij kon na een avondje slempen gerust een dag onvindbaar zijn. Op de ochtend dat Vredeling een contract zou tekenen voor de aanschaf van nieuwe F16’s, kwam hij niet. De Amerikaanse ambassadeur, enkele generaals en fotografen stonden vergeefs te wachten.

Thee of cappuccino

Hoe anders is het nu. Nachtcafé De Pijpela sloot twee jaar geleden zijn deuren. In het Kamergebouw zelf vloeit amper nog drank. Om met kelner Rob te spreken: „Wat we vroeger in een week schonken, schenken we nu niet eens in een jaar.”

In het kabinet vind je ook amper feestbeesten. Mark Rutte roept vaak tegen mensen dat „we snel eens een biertje moeten drinken”, maar bij de informele ‘borrel’ met journalisten na zijn persconferentie op vrijdag drinkt hij thee of cappuccino. Ruttes vorige coalitie was zo’n beetje een ploeg van geheelonthouders. Diederik Samsom bekende me ooit dat hij in de jaren van Rutte II helemaal niets dronk, „anders hield ik het niet vol”.

Hoe heeft het zo braaf kunnen worden? Wie de gezelligheidsdieren van toen ernaar vraagt, hoort steeds hetzelfde woord: verzakelijking. De politiek is een gewone baan geworden, geen roeping meer. „Politici zien het Kamerlidschap als een aardige carrièrestap. Mooi pak aan en als het even kan om vijf uur naar huis”, zegt Lutz Jacobi (PvdA), die vorig jaar na elf jaar afzwaaide als Tweede Kamerlid. „Voor mij was iedere dag in Den Haag een feestje in het huis van de democratie. Daar hoorde een hapje en een drankje bij.”

De samenleving is minder tolerant geworden ten opzichte van drankgebruik – en de politiek dus ook. Toen minister Pronk in 1975 zijn auto in kennelijke toestand in een greppel reed, kon hij gewoon aanblijven. Toen VVD-Kamerlid Matthijs Huizing een paar jaar geleden voor de tweede maal werd aangehouden met een slok te veel op, dwong zijn partij hem zijn Kamerzetel op te geven.

Het alcoholgebruik van de Nederlander is flink veranderd. Lees ook het vragenstuk: Zijn we ons echt bewust van de effecten van alcohol? Hoeveel drinken we eigenlijk? En wie is Bob?

En politiek is een 24-uurs-business geworden. Vroeger was het werk gedaan als Den Haag Vandaag was uitgezonden en de ochtendkranten gezakt. Je dronk jezelf een stuk in de kraag en kwam de volgende dag rond het middaguur weer eens aanwaaien. Sinds de digitalisering van het nieuws moeten politici continu ‘aan’ staan. Ze kunnen bovendien met de smartphone overal gefilmd worden – en in beschonken staat op Twitter of Facebook belanden.

Politici zijn gemiddeld jonger geworden en hebben vaak een gezin met kleine kinderen. De mannen onder hen hebben een ‘papadag’ en willen hun kinderen naar school brengen. Ze verdwijnen niet meer een hele week naar Den Haag.

Een laatste oorzaak, zeggen oudgedienden, is het reusachtige, nieuwe Tweede Kamergebouw, sinds 1992 in gebruik. Vroeger had je de rooksalon en de koffiekamer, pal naast de plenaire zaal. Het stond er blauw van de rook, aan de bar was het een komen en gaan. Het huidige Ledenrestaurant heeft de uitstraling van de bedrijfskantine van een softwarefirma.

1996. Toenmalig minister Annemarie Jorritsma (Verkeer en Waterstaat) rekent een biertje af in Nieuwspoort. Foto Ed Oudenaarden /ANP

Hero Brinkman

Om nog maar te zwijgen van het perscentrum Nieuwspoort. Uren brachten politici hier door met journalisten, gedekt door de fameuze ‘Nieuwspoortcode’ – wat daar gezegd werd, was niet citeerbaar. Een avondje in de sociëteit was vaak een garantie voor een primeurtje.

Kamerleden uit de provincie waren notoire nachtbrakers. Zij hadden vaak een appartement in Den Haag omdat ze ’s avonds niet meer naar huis konden. „Nieuwspoort gold dan als een soort nachtopvang”, zegt oud-Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet (PvdA). „Dan hoefden ze niet naar dat ongezellige kamertje.” De Limburgse levensgenieter Thijs Wöltgens (PvdA) had in zijn pied-à-terre aan de Hofweg altijd een paar kratjes Brand-bier koud liggen, voor de nazit.

Als het over Nieuwspoort gaat, komt vroeger of later ook altijd dat ene incident ter sprake: oud-PVV’er Hero Brinkman die er negen jaar geleden een barman geslagen zou hebben omdat hij geen drank meer kreeg (wat hij tot op de dag van vandaag ontkent).

Hoewel de obers nog steeds hartelijk zijn en de meeste leden bij naam kennen, oogt de huidige sociëteit klinisch. Het meubilair lijkt overgenomen van een conferentieoord op de Veluwe. ’s Avonds zit er een handjevol journalisten – en nog minder politici. Alleen bij de ‘eindfeesten’ met kerst en in de zomer gaat het er nog door tot in de late uurtjes.

Wie het smoelenboek bekijkt, weet genoeg: Nieuwspoort draait tegenwoordig op lobbyisten, voorlichters en pr-mensen. Natuurlijk, er wordt heus nog wel eens een primeur vergeven, maar meestal op afspraak, en bij een kopje koffie.

Een paar routiniers, met name Kamerleden uit de provincie en oudere journalisten, gebruiken Nieuwspoort nog als doordeweekse hangplek. Zonder de Nieuwspoortcode te schenden kan ik verklappen dat één van hen standaard ‘een kleintje spa’ bestelt – geheimtaal voor een longdrinkglas met wodka.

Vuurtorenwachters

Wat betekent die nieuwe zakelijkheid voor het functioneren van de politiek als geheel? Niet veel goeds, vrees ik.

In Nederland draait politiek nog altijd om samenwerken: politici met totaal verschillende achtergronden en ideeën die een beetje begrip opbrengen voor elkaar. En hoe krijg je sneller begrip voor elkaar dan bij een glas wijn of bier? „Na een paar glazen leer je elkaars pijnpunten kennen,” zegt Ger Koopmans, Limburgs CDA-gedeputeerde en als Tweede Kamerlid ooit een vermaard Nieuwspoortganger.

Het oude Nieuwspoort, vertellen Binnenhof-veteranen, was niet zomaar een gezelligheidsplek. Je móest er als politicus heen om je werk te kunnen doen. Daar hoorde je wat er écht speelde en sloot je vriendschappen voor de rest van je carrière. Er werden vertrouwensbanden gesmeed die zich later uitbetaalden – persoonlijk én voor de politiek als geheel.

Lutz Jacobi vertelt over de vuurtorenwachters. Die werden een jaar of tien geleden in hun voortbestaan bedreigd: het kabinet wilde ze allemaal ontslaan en vervangen door één beambte in Lelystad. „Tijdens een borrel in Nieuwspoort zei Frits Wester [RTL-journalist, red.] tegen mij: Lutz, daar moeten we mee aan de slag.” Samen met Kamerlid Joop Atsma (CDA), ook een graag geziene borrelaar, begonnen Jacobi en Wester vanuit het perscentrum een lobby. Ze trokken Kamerleden aan hun jasje, spraken met ambtenaren en provinciebestuurders die er ook een glaasje deden. Met succes: het plan werd afgeblazen. „Zonder Nieuwspoort,” zegt Jacobi, „waren die vuurtorenwachters er niet meer geweest.” Jacobi gaat een stapje verder: een bezoek aan Nieuwspoort kan politieke carrières maken of breken. „Ik heb zó vaak tegen Diederik Samsom [oud-PvdA-leider, red.] gezegd: kom nou eens mee! Maar Diederik was er niet naartoe te kríjgen.”

Je kunt bovenstaande voorbeelden zien als bewijs voor partijkartel, achterkamertjes en de kleffe relatie van politiek en journalistiek. Populistische partijen hebben er hun businessmodel van gemaakt. Je zult nooit iemand van SP, PVV, Partij voor de Dieren, Forum voor Democratie of Denk in Nieuwspoort aantreffen: dat staat symbool voor alles wat niet deugt aan het Binnenhof.

Zonder informele schemerzone

Politici van middenpartijen durven die beeldvorming niet te weerspreken, uit angst om te veel met de Haagse kaasstolp geassocieerd te worden. Daarmee miskennen ze een ongemakkelijke waarheid: zonder een informele schemerzone is het in Nederland lastig politiek bedrijven. En al is de Haagse politiek allang geen gesloten club meer van witte, oudere mannen – samen doorzakken kan nog steeds wonderen doen. Waarom anders riepen VVD en PvdA onder Rutte II een vaste ‘coalitieborrel’ (niet in Nieuwspoort) in het leven voor de contacten tussen de fracties?

Lees ook: Hoe het landsbestuur een paradijs van afgunst werd

Het is veel makkelijker om een collega-politicus te verketteren als je hem of haar niet persoonlijk kent. Ik durf te zeggen: nooit samen een borrel drinken bevordert getuigenispolitiek – roepen vanaf de zijlijn maar nooit regeren. Het is geen toeval dat dezelfde partijen die nooit in Nieuwspoort komen, nog nooit hebben meegedaan aan een kabinet.

Gerrit Zalm mag dan al twaalf jaar weg zijn uit de politiek: dát had hij goed begrepen. Met zijn whiskeyfles.

    • Thijs Niemantsverdriet