Helemaal in zijn element op de Zuidas

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Fiscaal jurist Joris Lenselink (1991-2018) hield van kattenkwaad op intellectueel niveau.

Het moet er vreemd uit hebben gezien. Twee mannen in Ralph Lauren-polo’s, het haar naar achter, in een auto, radio keihard aan, André Hazes meebrullend. Dat was een paar weken geleden, vertelt Martijn Tomassen: hij en zijn vriend Joris gingen een weekend naar Brussel. Nu hij erover nadenkt is Joris de enige met wie hij zo schaamteloos kan zingen. „Hij is de enige bij wie ik me genoeg op mijn gemak voel.” Of, nee: was. Toen de 26-jarige Joris Lenselink op vrijdagavond 15 juni na een borrel met collega’s niet meer thuiskwam, sloegen vrienden en familie alarm. Die zondag vonden duikers zijn lichaam in de Amsterdamse Groenburgwal. De politie vermoedt dat hij al fietsend in het water terecht is gekomen – zijn fiets lag tussen een boot en de kade.

Joris was altijd al „een boef”, vertellen zijn oudere broer en zus Lucas en Myrthe Lenselink, maar wel een boef die altijd overal mee wegkwam. „In de winter gooide hij sneeuwballen tegen het raam van de boze buurman in de straat”, zegt Myrthe. En als die dan naar buiten stormde, wist Joris toch weer zo charmant te doen dat de buurman niet boos op hem werd. „Hij had altijd zo’n guitige grijns op zijn gezicht”, zegt ze. „Hij ontwapende.”

Lord of the Rings

Grote fascinatie van Joris was taal. Thuis in De Bilt hield het hele gezin elkaar al scherp op dat gebied, vertelt Myrthe. „We probeerden elkaar altijd af te troeven met moeilijke woorden en originele formuleringen.” Maar bij Joris nam de taalfascinatie theatrale vormen aan. Jeugdvriend Wiel Kremer herinnert zich dat Joris en hij toen ze een jaar of tien waren een eigen land hadden gebouwd met Playmobil en dat Joris daar dan een volkslied voor schreef. Samen met Lucas leerde hij de abdicatiespeech van koningin Wilhelmina uit zijn hoofd, zodat ze die af en toe terloops konden opzeggen. Hij kon als tiener alle Lord of the Rings-films volledig meepraten. En de juristentaal waar hij inmiddels als fiscalist mee te maken had, probeerde hij zo veel mogelijk in het dagelijks leven te gebruiken. Lucas: „Dan schreef hij in de gezinsapp: behoudens uitzonderingen van de wet daarin voorzienende kom ik zondag eten.”

Joris werd als enige van de familie lid van het corps toen hij in Utrecht ging studeren. „De voortekenen daarvan hadden we al gezien”, zegt Lucas. „Hij was van voetbal naar hockey geswitcht, op zeilen gegaan, polo’s gaan dragen.” Het corporale leven beviel hem zeer: Joris vond het heerlijk om met zijn jaarclub lol te trappen, kattenkwaad uit te halen op intellectueel niveau. „Dat corporale taaltje was natuurlijk ook erg aan hem besteed”, zegt Myrthe. En zo’n club vormde een goed publiek om Lord of the Rings-citaten aan voor te dragen.

Naast zijn werk deed Joris Lenselink fanatiek aan kickboksen.

In het huis waar Joris terechtkwam gedroeg hij zich als een voorbeeldige eerstejaars, vertelt Martijn – die een paar jaar boven Joris zat en hem al kende van de zeilvereniging. „Hij hield ervan om de rol van onderdanige eerstejaars perfect uit te voeren.” De meeste nieuwkomers klagen als ze moeten schoonmaken, wat het natuurlijk extra leuk maakt voor de ouderejaars. „Maar Joris maakte er juist een nummer van hoe mooi hij opruimen vond. Hij had zelfs een lied over hoe prachtig vuilnis was.” De jaren erna bleef hij eerstejaars die de boel lieten versloffen eraan herinneren hoe goed hij hun taak destijds vervuld had. „Zo was hij dan weer wel”, zegt Martijn.

Puur op fanatisme

Joris was iemand die helemaal zelf bepaalde wat hij leuk vond, en daar dan volledig in opging. „Dat zag je al bij het hockeyen”, zegt Wiel. „Qua techniek was hij niet zo’n goeie speler, maar puur op fanatisme kwam hij toch altijd in het eerste team.” Zo’n anderhalf jaar geleden gingen de vrienden op kickboksen: algauw trainde Joris tot wel vijf keer per week. Over zijn werk bij fiscaal adviesbureau Deloitte – waar hij sinds anderhalf jaar werkte – was Joris al even enthousiast. „Hij vond dat hele wereldje prachtig”, zegt Martijn. „Zo’n groot kantoor, de Zuidas, de vrijmibo.” Wiel: „Op een gegeven moment begon ik door zijn verhalen zelf ook te denken dat belastingrecht leuk was.”

Nee, Joris was niet iemand die zijn gevoelens voor zich hield. Hij vertelde zijn vrienden geregeld hoeveel hij van zijn vriendin hield: ze waren vier jaar samen en Joris noemde haar zonder aarzeling de liefde van zijn leven. Hij vertelde hoe trots hij was op zijn ouders, zijn broer en zus – ook al zijn dat soort dingen misschien niet al te cool om te zeggen in het café op vrijdagavond. „Dat maakte hem ook iemand met wie je graag je eigen levensvragen besprak”, zegt Wiel.

De enige vraag die Joris achterlaat is: hoe deed hij het allemaal? „Hij zat ook nog in drie bandjes”, vertelt Myrthe. Waar haalde hij de tijd vandaan? Wiel: „Dat zal altijd een mysterie blijven.”

Suggesties voor deze rubriek zijn welkom op necrologie@nrc.nl

    • Doortje Smithuijsen