De Zwarte Cross is een ode aan het gewone

Festival Eigenlijk komt niemand voor de muziek op de Zwarte Cross. Toch werd dit het grootste popfeest van Nederland. Over een succesformule.

2016 Foto Andreas Terlaak

Zoals Frankrijk verstopt raakt op Zwarte Zaterdag, zo beleeft de Achterhoek zijn Dolle Donderdag: een stoet caravans trekt deze week naar Lichtenvoorde, naar de Zwarte Cross. Wat begon als een crosswedstrijd met tap en frietkraam, groeide uit tot het grootste popfeest van Nederland.

De meeste bezoekers komen niet voor de muziek. Al voordat de programmering rond was waren dit jaar alle 220.000 kaarten verkocht. Het draait om de sfeer, zeggen liefhebbers. En de humor. De Zwarte Cross noemt de luxe camping op het festivalterrein Grasnapolsky, de beveiligers sfeerbeheerders, bij de Griekse snacks hangt een bord met ‘Giros 555’. De continue knipoog is beleid: bezorg mensen goede zin, dan is de massa goed te controleren.

De losse sfeer is na twintig edities gevangen in een strak geregisseerde formule, die sterk leunt op de regio – economisch en organisatorisch. Wat is het geheim van de Cross?

2004
Foto Marcel van den Bergh/ Hollandse Hoogte
2016
Foto Andreas Terlaak
Links: 2004. Rechts: 2016
Foto Marcel van den Bergh/ Hollandse Hoogte (links) en Andreas Terlaak (rechts)

Een band met een evenement

De Zwarte Cross begon in 1997 als een feestje van Jovink en de Voederbietels, een band waarin Gijs Jolink speelde. Hij is de zoon van de oer-boerenrocker, Ben Jolink van de band Normaal.

Gijs Jolink richtte een evenementenbureau op, samen mede-bandleden Hendrik Jan Lovink en Richard Jansen. Als vierde belanghebbende kwam later Ronnie Degen erbij, manager van Jovink en Normaal, afkomstig uit de brouwerijwereld. Degen: „Gijs en Hendrik Jan zijn de creatieve breinen – ik heb het commerciëler gemaakt.” Hij zette de maatschap om in twee BV’s, waaronder Feestfabriek Alles Komt Goed – organisator van de Zwarte Cross.

In 2005 moest Richard Jansen opstappen. Volgens Degen omdat de gitarist „niet meer wilde groeien, terwijl wij juist wilden doorzetten”. Richard Jansen heeft een andere lezing: „De verliezen wilden ze delen. Ik moest eruit zodra er winst gemaakt werd”, zegt de gitarist aan de telefoon.

Jovink ontdekte dat je als band meer over kunt houden als je zelf evenementen organiseert. Het is een trend onder bands met een regionale binding: het Zeeuwse Bløf heeft Concert at SEA, het Limburgse Rowwen Hèze een tweedaags slotconcert als afsluiting van het seizoen, Brabander Guus Meeuwis doet zijn eigen stadionconcerten. Sanne Hans (Miss Montreal) organiseert Bierpop in Overijssel, Ilse de Lange Tuckerville in Twente. Ook regiobands als Mooi Wark, Bökkers en BZB (Band Zonder Banaan) hebben een eigen feestje.

De Zwarte Cross werd het grootst. Ronnie Degen: „Als je het goed aanpakt kun je geld verdienen. Maar we hadden ook zeperds.” De eerste jaren waren verliesgevend, de edities van 2007, 2010 en 2015 werden verpest door noodweer.

De Feestfabriek huist in een oud kantoor op een industrieterrein in Hengelo, Gelderland. Er werken 36 mensen, overal in het gebouw prijkt het logo van Zwarte Cross-symbool Tante Rikie. De Achterhoekse is ceremonieel festivaldirectrice van de ‘Kermis zoals God het bedoeld heeft’, zoals een oud-medewerker het evenement beschrijft. Rikie opent de Cross en verplaatst zich per draagstoel.

Voor de komende tien jaar ligt het evenement alweer vast: de contracten met omliggende boerderijen en de overeenkomst met de gemeente zijn getekend, het vijfjarig sponsorcontract met Grolsch is rond. Alleen de afspraken met Tante Rikie lopen eerder af. „Ze wil nog drie edities meewerken, tot haar zeventigste”, zegt Degen.

De Zwarte Cross is, in de Normaal-traditie, een ode aan het gewone. Om niet te blijven hangen in het cliché van een ‘feestje voor boeren’ kreeg het festival ook een maatschappelijk tintje, door samenwerking met Amnesty International en aandacht voor (homo-)discriminatie.

Achterhoekers moeten de Cross blijven zien als ‘hun’ feestje

‘Gay doen is belangrijker dan winnen’, stond op een bordje.

Grote, dure topbands, zoals die bijvoorbeeld op Pinkpop komen, ontbreken. Dit is meer een verzameling minifestivals, waar – naast de motorcross – liefhebbers van reggae, country, rock, dance of theater op afkomen. Dat kleinschalige houdt de entreeprijs relatief laag en bepaalt de sfeer. De toeschouwers zijn gemêleerd, in muziekvoorkeur en in leeftijd. Van ruige zuippartij werd Zwarte Cross een gezinsuitje, al heten kinderen ‘blagen’ en blijven bier en benzinedamp onmisbare ingrediënten. Er is veel sociale controle, zegt Degen: „Je gaat niet wildplassen als er kinderen voorbij lopen.”

Groter wil de Cross niet worden – dat staat de vergunning ook niet toe. Er sluimert wel een plan om een wintereditie te organiseren. Ronnie Degen: „We hadden bijna alles rond in Finland, maar we werden het met z’n drieën niet eens. Dan moet je het niet doen.”

De discussie ging over de vraag of de Zwarte Cross-formule in het buitenland bewaakt moest worden door de Feestfabriek zelf. Degen: „Ik vond dat we zelf volledig grip op de uitvoering moesten houden – alleen de humor aanpassen aan het buitenland. Mijn kompanen vonden dat we het al druk genoeg hadden.” De wintercross verdween weer in de ijskast.

Tijdelijke camping aan huis

Aan de Vosdijk, naast het festivalterrein, plukt Walter Rietberg onkruid uit zijn weiland. Deze week runt hij een tijdelijke camping aan huis. Geen kwaad woord over de Cross, zegt Rietberg. „Mijn camping is uitverkocht.” Zo pikt hij, net als tientallen boeren in de omtrek, een graantje mee. „Wij hebben ook de overlast van vrachtwagens en muziek.”

Rietberg herinnert zich de wilde jaren: „Jongens stonden zich aan de bar vol te tanken en lieten het ondertussen aan de onderkant lopen.” Nu zijn de regels strenger en wordt wildplassen niet getolereerd. Ook stunts zijn, na dodelijke ongevallen met een monstertruck in Haaksbergen, beperkt.

Annette Bronsvoort is burgemeester van Oost-Gelre, de gemeente waar Lichtenvoorde onder valt. Ze rijdt een rondje mee over het festivalterrein. „Ruw vertier, dat is het clichébeeld. Maar dit evenement moderniseerde, en wij groeien mee.” Ze nodigt nu Kamerleden uit om mee te proosten.

De gemeente berekende op de achterkant van een bierviltje dat het economische ‘uitstralingseffect’ een miljoen euro bedraagt. Vandaar dat Lichtenvoorde de Cross graag behoudt. Vanzelfsprekend is dat echter niet: volgens Degen zou een noordelijker locatie, richting Twente, ook een optie zijn. „Dit is een feest van Oost-Nederland, niet per se van de Achterhoek.” Veertig procent van de bezoekers komt uit het oosten, twintig procent uit Brabant.

Kroketten met identiteit

Ook lokale bedrijven zijn meegegroeid met de Zwarte Cross. Luuk Domhof van De Timp uit Zieuwent levert al achttien jaar de snacks. De Timp heeft vierhonderd medewerkers in 32 frietkramen staan; er gaan 22 ton friet en 48.000 eieren doorheen, in vier dagen tijd.

Het „oergevoel” van de Zwarte Cross heeft de cateraar op het spoor van streekgebonden producten gezet. Geen anonieme snacks maar ‘kroketten met een identiteit’. „Het vlees komt van koe Annie 168, het broodje is van Bakker Jos uit het dorp”, zegt Domhof.

Bijna 160 Achterhoekse verenigingen verdienen aan het festival. Hun leden tappen bier of helpen mee bij de ingangscontrole: 5 euro per uur per persoon, voor de voetbalclub of het bloemencorso. Die goedkope hulp creëert ook draagvlak: iedereen in de omtrek kent wel iemand die meewerkt aan de Cross. Klachten zijn zeldzaam. Zolang Achterhoekers dit zien als ‘hun’ feestje, tolereren ze de overlast: de herrie is dorpen verderop te horen.

Boven: laatste optreden Jovink op de Zwarte Cross 2017.
Foto’s flickr/Zwarte Cross

De gunfactor

Er gaat serieus geld om bij de Zwarte Cross. De Feestfabriek geeft geen exacte cijfers; circa vijftien miljoen euro omzet lijkt een veilige schatting – eenderde uit de entree, tweederde uit horeca-inkomsten waarvan het merendeel ‘nat’ – met name bier. De drie aandeelhouders zijn volgens de jaarrekeningen van hun BV’s inmiddels multimiljonair.

Toen De Gelderlander vorig jaar schreef over deze gouden business waren ze bij de Feestfabriek not amused. Ronnie Degen vindt aandacht voor persoonlijke verdiensten vervelend. „Er zijn altijd mensen die het je niet gunnen.” Voor de Cross zelf is de gunfactor van de regio, het verenigingsleven en de omliggende boerderijen cruciaal. Commercieel succes kan dan in de weg gaan zitten. Degen: „Als je naar een grondeigenaar gaat (om te onderhandelen over de pacht) krijg je het onder je neus.”

Degen benadrukt dat een deel van de winst wordt teruggegeven aan de regio via stichting Pak An, die samen met Grolsch ‘leefbaarheid in de Achterhoek’ ondersteunt met een budget van een ton per jaar. Matthijs van Nieuwkerk, Amsterdammer met een Achterhoeks paspoort, werd gestrikt voor het aanbevelingscomité.

Het meeste recente Pak An-project is het ontwerp van een Achterhoekse vlag, die straks op de Zwarte Cross onthuld wordt. Het is een slim gebaar naar de regio: dit is nog jullie eigen feestje. Zwaai met je eigen vlag. En vooral: proost.

    • Marc Hijink
    • Jolanda van de Beld