Opinie

    • Michel Krielaars

Een boekhandel voor toeristen

In een mail van de nieuwe directeur van Athenaeum Boekhandel las ik dat Herm Pol, de vermaarde winkelchef van het filiaal op het Amsterdamse Spui, in september zijn carrière voortzet als chef innovatie. Als argument voor die stap werd aangevoerd: ‘De uitdagingen van de nieuwe winkel op het Spui die is ontstaan na de doorbraak van Nieuwscentrum en boekhandel en de sterk veranderende omgeving door toename van (inter)nationaal toerisme, wegtrekkende UvA-faculteiten en -studenten, bedrijven en bewoners vragen om een nieuw management.’

Voor wie het niet weet, die doorbraak slaat op het slopen van de scheidsmuur tussen de boekhandel en het Nieuwscentrum. Hierdoor kun je na de aanschaf van een boek binnendoor naar de afdeling internationale kranten en tijdschrijften lopen om Le Monde, The New York Review of Books, Die Zeit of de House and Garden te kopen. Dat zo’n doorbraak om nieuw management vraagt, lijkt me sterk.

Dat vermoeden geldt ook voor die wegtrekkende UvA-faculteiten en -studenten, omdat de UB en het P.C. Hoofthuis bij Athenaeum om de hoek liggen en broeinesten zijn van intellectuele activiteit. Als ze nog lezen, zullen studenten en wetenschappelijk personeel hun weg naar de rijkbedeelde non-fictieschappen van Athenaeum heus wel blijven vinden.

Het enige waarmee je als winkelmanager nieuwe stijl serieus rekening moet houden zijn dus die toeristen, die meestal naar Amsterdam komen voor een rondvaart met onbeperkt drinken, de rosse buurt, Madame Tussauds of een kroeg als Casablanca. In de toekomst moeten ook zíj blijkbaar de boekhandel binnen worden gelokt. En daar heb je een ander management voor nodig dan dat van een winkelchef die zijn klanten wijst op de geweldige roman van een onbekende schrijfster en die zich afvraagt of debutant Atticus Lish net zo goed is als zijn beroemde vader.

Een op toeristen ingestelde boekhandel botst dan ook met een intellectuele boekhandel die er genoegen in schept een deel van zijn kasten te vullen met gespecialiseerde non-fictie die je elders niet aantreft. Zo’n opgeleukte boekhandel zal zijn etalage eerder vullen met Amsterdam-mutsen dan met een eerbetoon aan de zondag overleden schrijver/schilder Armando of met De smeedijzeren poort, de nieuwe dystopische roman van Niña Weijers.

Een uur nadat ik die mail had gelezen, belandde ik in Amsterdam-West op de Baarsjesweg in de nieuwe, kleine boekhandel Boycott, een toonbeeld van innovatie en inventiviteit. De jonge eigenaren Rosa Bernhard en Jan Popelar verkopen er alleen geïllustreerde kinderboeken. Meteen viel ik voor het omslag van De pittige pruim die een pop werd, een Tsjechisch kinderboek van Vojtech Masek en Chrudos Valousek.

Popelar glunderde van trots. En toen ik hem vroeg of hij van zijn winkel kon leven, zei hij glimlachend: „Jazeker. Niet alleen door boeken te verkopen, maar ook door ze, gelabeld en al, aan bibliotheken in Nederland, België, Duitsland en Groot-Brittannië te leveren. Ook zoeken we voor zo’n 200 bibliotheken geïllustreerde boeken in het Arabisch.”

Om de omzet wat aan te jagen kocht ik na die mooie woorden de klassieker De trein van het Sovjetduo Svarts en Jermolajev. De hele avond heb ik erin gebladerd om mijn zorgen over de dreigende opleuking van Athenaeum te vergeten.

    • Michel Krielaars