Die wc’s hier, daar zit een afstandsbediening op

en wandelen door Zuid-Korea. „Hotelkamers hebben een halogeenbak boven het bed.”
Drone-selfie aan de kust van het eiland Jeju Foto Anita Janssen

Vandaag verdwijnt de zon als een steeds kleiner wordende toverbal achter de onzichtbare lijn tussen water en lucht. En als hij aan het oog ontsprongen is, blijven de golven en de wolken boven de Gele Zee nog lang nagloeien in pasteltinten roze lila zacht oranje en alle mogelijkheden daar tussenin.

De schemering op Jeju duurt eindeloos en lost ongemerkt op in de duisternis. Dan is het tijd voor een veel minder subtiele lichtshow; aan de horizon floepen de enorme schijnwerpers aan op de vissersboten. En de zee baadt de hele nacht in iets wat lijkt op een bevroren bliksemschicht om de verwarde vissen naar boven te lokken. Tegelijktijdig beginnen op de gevels van horecagelegenheden muurvullende ledlicht-teksten zenuwachtig heen en weer te springen.

Het is tevens het moment dat de kleine gemene mugjes actief worden. Vandaag worden met een vrachtauto enorme wolken gif op het strand en over de barbecuende Koreanen uitgespoten, zo enthousiast dat de hele scenery verdwijnt in de gifdampen.

Het teken voor Annie en mij om met een handdoek voor de mond onze hotelkamer in te rennen. En het licht aan doen...

Hotelkamers hebben standaard een halogeenbak boven het bed, zodat je je meteen op de behandeltafel van de radioloog waant.

Uit dat licht ! Doe maar de lamp in de wc aan!

As je blieft!

Die wc’s hier, daar zit een afstandsbediening op met zoveel knoppen dat ik niet meer durf door te trekken. De ene keer krijg je ineens een priemende straal koud water in je nek en de andere keer begint er een hete föhn tegen je kont te blazen.

Over angstige avonturen gesproken, Annie en ik hadden laatst toch maar een boottochtje gemaakt, ondanks het feit dat hier regelmatig afschuwelijk schipbreuk wordt geleden, in 1653 nog door de Nederlandse kapitein Hendrik Hamel. Zijn schip liep voor Jeju op de klippen. Van de 64 opvarenden overleefden 36 de schipbreuk.

Desondanks werd hij samen met de overlevenden dertien jaar opgesloten. Van de overblijfselen van het schip hebben ze een kermis gebouwd, compleet met het antieke Chinese porselein, dat je natuurlijk niet mag aanraken.

Een aantal jaar geleden kapseisde hier een veerboot onderweg naar Jeju vol schoolkinderen, alleen de kapitein had zijn eigen hachje kunnen redden. De kapitein zit voor 36 jaar in het gevang, stelde Annie mij gerust tijdens de boottocht naar het eiland U-Do.

Meteen daarna klonk er gegil en brak er bij ons paniek uit op het dek, als verlamd zagen we bemanning rennen met reddingsvesten en schreeuwen tegen iedereen. Wij waren de enigen die ze niet konden verstaan. Ik was mijn schoenveters al aan het losmaken, toen ik begreep dat er iemand overboord was gevallen. Het was een bakvis. Ze is gelukkig opgepikt door een vissersboot.

O ja en dan nog iets, dit eiland staat vol met enorme standbeelden van de duikende zeevrouwen, de haenyeo.

Dat is waarschijnlijk voor de toeristen, om selfies bij te maken. De uitstervende echte haenyeo scharrelen daarachter in het water, op zoek naar zeewier, of op de rotsen om zout te winnen. Niemand schenkt er aandacht aan, alsof ze er nu al niet meer zijn.

    • Tosca Niterink
    • Anita Janssen