Hoogleraar epidemiologie Bert Hofman verruilt Rotterdam voor Boston: ‘Aan Harvard is fondsenwerving heel belangrijk.’

Foto Andreas Terlaak

‘Dementie en hartziekte overlappen vaak’

Interview

Epidemioloog Bert Hofman was betrokken bij een lange Rotterdamse bevolkingsstudie. ‘Het is dé manier om oorzaken van ziekten op te sporen.’

In de Rotterdamse wijk Ommoord leven bijna 15.000 mensen die meedoen aan jarenlang onderzoek naar leefgewoonten en ziekten die zich in de loop van het leven ontwikkelen. Sommigen doen al vanaf 1990 mee.

Bert Hofman, initiator van deze Rotterdam Study en hoogleraar epidemiologie aan het Erasmus MC, gaat in Nederland met pensioen en sprak eind vorige maand zijn afscheidsrede uit. Hij gaat verder als hoogleraar epidemiologie en afdelingshoofd aan Harvard University in Boston. Ook daar bestaan van die langlopende cohortstudies, zoals de Nurses’ Health Study.

Wat was in 1990 het idee achter de Rotterdam Study?

„We wilden de oorzaken opsporen van veelvoorkomende ziekten die wat later in het leven voorkomen. Daarvoor begonnen we eerder in het leven te kijken – op 55-jarige leeftijd en bij latere deelnemers al vanaf 40 jaar. Zo kun je bijhouden welke risico’s zich opstapelen en hoe die samenhangen met latere ziekten.

„We richtten ons vooral op cardiovasculaire, neurologische en psychiatrische aandoeningen. En we keken naar de interactie tussen ziekten, want die wordt op oudere leeftijd steeds belangrijker.”

Wat is de kracht van zulke grote bevolkingsstudies?

„Het is dé manier om oorzaken van ziekten op te sporen. Je ziet wat er in intacte mensen gebeurt, niet in cellijnen, niet in proefdieren, en binnen ethisch toelaatbare grenzen.”

Wat heeft dat opgeleverd?

„Veel. Wij hebben bijvoorbeeld als een van de eersten gekeken naar het gezamenlijk optreden van hart- en vaatziekten en dementie. Er is veel overlap en je ziet dat de afname van hart- en vaatziekten ook tot een afname van dementie leidt.”

In het Rotterdamse onderzoek kwam ook de op den duur verslechterende gezondheid door onopgemerkt gebleven kleine hartinfarcten en beroertes aan het licht. De afgelopen tien jaar kwam de Rotterdam Study voluit in het genetische tijdperk terecht. Door combinatie van genetische informatie van de deelnemers, en de kennis over hun levensloop en ziekten, zijn meer dan 15.000 plaatsen op het DNA gevonden die ziekte of een eigenschap (zoals lichaamslengte en schoolcarrière) beïnvloeden.

Uit cohortstudies zijn in het verleden leefstijladviezen gekomen om hart- en vaatziekten tegen te gaan. Meer bewegen, geen eieren, minder vet, minder suiker...

„Ja, ja. In de jaren 80 en 90 dachten we wel te weten wat we moesten aanbevelen. Als je ziet hoe naïef die gedachte was, hoe die aanbevelingen steeds worden bijgesteld... Deels doordat we foute inschattingen hebben gemaakt. Maar ook door nieuwe kennis die de studies nog steeds opleveren. Het verandert voortdurend. Misschien wel wat te veel voor de mensen om dat allemaal te volgen. Daardoor krijg je discussie over de waarde van cohort-onderzoek. Dat is inherent aan dit soort wetenschap – eigenlijk aan alle wetenschap.”

Wat levert de genetische informatie op?

„Wat ik zelf erg onverwacht vond, is de vondst van genen die het behaalde scholingsniveau beïnvloeden – je mag het ook intelligentie noemen. Het waren economen van de Erasmus Universiteit die met het idee kwamen. Ik werd gewaarschuwd: doe het niet, je bent op zoek naar het gen voor intelligentie. Maar ik ben blij dat ik het gedaan heb. Van al die complexe eigenschappen weten we nu dat er vaak honderden genen bij betrokken zijn.”

Er worden véél genkandidaten gevonden, maar uiteindelijk wordt maar een deel van de verwachte bijdrage van erfelijkheid verklaard.

„Ach, de dark matter. Van de lichaamslengte is bijvoorbeeld berekend dat die voor 80 procent erfelijk is. Er zijn inmiddels honderden genen gevonden die nog maar 40 tot 50 procent verklaren.”

Maar om die resultaten te bereiken waren de genetische gegevens van honderdduizenden mensen nodig. Gaan we de rest nog vinden?

„Doe eens een stap terug. Kijk naar de genen voor intelligentie. Dat we daar überhaupt een gen vonden was echt een proof of principle. Het eerste gen dat we vonden leverde een Science-publicatie op. Inmiddels zijn er tientallen genen. Ik ben niet pessimistisch dat we er niet verder in komen.”

En wat hebben we eraan?

„Bij de ziekte van Alzheimer hebben we inmiddels ruim 30 beïnvloedende genen gevonden. Toen die zoekstudies begonnen kenden we er misschien vier. Nu kunnen we zien dat de gevonden genen in twee grote moleculaire fysiologische processen actief zijn – twee pathways.

„De eerste pathway zorgt voor de werking van de verbinding tussen zenuwcellen, de synaps. Zoiets kon je verwachten bij dementie, maar het alzheimeronderzoek was tot nu toe vooral gericht op de schade door de stapelingseiwitten amyloïde en tau. Deze pathway heeft daar misschien niets mee te maken.

„De tweede pathway is heel bijzonder. Die veroorzaakt een over- of onderactiviteit van het afweersysteem. Niemand had verwacht dat het afweersysteem een rol speelt bij het ontstaan van dementie. Langzaam ontstaat nu inzicht in de manier waarop in de loop van tientallen jaren dementie kan ontstaan.”

U was 30 jaar hoofd van de afdeling epidemiologie van het Erasmus MC en gasthoogleraar aan Harvard. Nu is het andersom. Wat is het verschil?

„De financiering is heel anders. In Europa is de overheid de grootste sponsor. Hoewel in de VS de National Institutes of Health (NIH) een grote overheidssponsor is, speelt de financiering door fondsen en liefdadigheidsinstellingen een grote rol. Harvard is een particuliere universiteit, dus de fondsenwerving is belangrijk.”

Daar doet u aan mee?

„Ja, in Boston heb ik bijna iedere week bezoek van een mogelijke grote sponsor. Laatst was ik aan de westkust voor een diner met acht mogelijke, superrijke geldgevers. Dat kost meer tijd dan ik had verwacht. Maar het zijn interessante contacten en de vrijwel volledige overheidsfinanciering in Europa heeft ook nadelen.”

Het is vast fijn om nu in de VS niet van de overheid afhankelijk te zijn?

„Juist, hoewel het NIH-budget wel overeind is gebleven na Trumps voorstellen voor grote bezuinigingen.”

Hoe is het onder Trump?

„Het Amerikaanse systeem van wetenschapsbeoefening zal deze regering wel overleven. Maar er wordt in Harvard wel veel over gesproken, vooral omdat veel studenten, laat ik zeggen, ‘ongedocumenteerd’ zijn. Die worden bedreigd met uitzetting. Het gaat naar schatting om minstens 5 procent. Zij worden door Harvard betaald. Ik vind dat de universiteit daar een compliment voor verdient.”

    • Wim Köhler