D66 blijkt misbaar in het college

Collegevorming Vier jaar geleden deed D66 goede zaken bij de collegevorming. Nu valt de partij juist opvallend vaak buitenboord.

Liberaal-democraten verliezen meest bij vorming nieuwe colleges

Het was het beste college geweest in decennia. Daarover waren coalitie en oppositie in Waalre het de afgelopen periode eens, zegt D66-fractievoorzitter Kees de Zeeuw. En, hoewel hij „zich niet graag op de borst klopt”: in dat college was geen geringe rol weggelegd geweest voor D66.

Vier jaar geleden werd de partij in de Brabantse gemeente de grootste en ging ze voor het eerst in meer dan tien jaar mee besturen. Eén zetel leverde D66 dit jaar bij de verkiezingen in, maar, benadrukt De Zeeuw: veel veranderde er niet aan de zetelverhoudingen in Waalre. En toch viel zijn partij bij de collegeonderhandelingen buiten de boot. GroenLinks en twee lokale partijen hadden al een verbond gesloten, en De Zeeuw mocht alleen nog „tekenen bij het kruisje”. „Daar hadden wij geen zin in”, zegt hij. VVD en CDA sloten wel aan.

De teleurstelling was voor D66 ingecalculeerd. Vier jaar na de grote overwinning, in 2014, zou de partij bij de raadsverkiezingen dit jaar verliezen. En dat gebeurde. Maar, beklemtoonde partijleider Alexander Pechtold op de verkiezingsavond: „Zilver is ook een podiumplek.” En: „we zijn nog steeds een stabiele middenpartij.”

Meer dan drie maanden later blijkt het verlies van D66 tijdens de collegevorming nog iets groter te zijn dan dat bij de verkiezingen. Waar de partij na 21 maart 22 procent daalde in aantallen raadszetels, gaat D66 in 28 gemeenten minder mee besturen: een verlies van 24 procent.

Waar ging het mis? Met de evaluatie van de collegevorming wacht D66 tot alle gemeenten klaar zijn, vertelt een woordvoerder van het landelijk partijbestuur. Voor nu wijst ze op de verkiezingsuitslag, en de „steeds moeilijkere puzzels” die door de versplintering in de gemeenteraad moeten worden gelegd.

Vraag je het aan D66’ers in de gemeenten, dan blijken de oorzaken talrijk. Meestal lag een plek aan de onderhandelingstafel voor de partij als ‘verliezer’ simpelweg minder voor de hand. Bijvoorbeeld in Zwolle, waar D66 de vorige periode in het college zat. Na de verkiezingen groeide GroenLinks daar fors, met vier zetels, terwijl D66 er twee inleverde. „De onderhandelingen werden door de grote winnaars gestart”, zegt D66-fractievoorzitter Sonja Paauw. „Daar zaten wij gewoon niet bij.”

Lees ook: De ontnuchtering van D66

Afrekening

Na de verkiezingen van 2014 viel het succes van D66 bij de collegevorming op. De ambities en de professionaliteit van de partij waren groot. De landelijke partij ondersteunde lokale afdelingen volop bij het voeren van onderhandelingen, uit een speciale poule konden wethouderskandidaten worden gehaald. D66 ging uiteindelijk besturen in 117 gemeenten, waaronder veel grote steden.

Dat besturen beviel D66 in Ede goed, zegt fractievoorzitter Stephan Neijenhuis. De partij drukte volgens hem een eigen stempel, zo ging „het taboe eindelijk van de koopzondag af”. De onderhandelingen voor een vervolg waren al flink gevorderd. Totdat D66 in de tweede helft van april opeens twee van de drie fractieleden verloor. Volgens Nijenhuis omdat ze „afspraken niet wilden nakomen”, volgens Charifa El Kaddouri, een van de afgesplitste raadsleden, omdat haar „stemrecht werd ingeperkt en een wethouderskandidaat werd doorgedrukt.”

De verhalen verschillen ook over de vraag of D66 daarna zelf besloot niet meer mee te onderhandelen, of eruit werd gegooid. Hoe dan ook: de voormalige bestuurspartij zit de komende periode met één zetel in de oppositie.

Is in gemeentebesturen ook sprake van een afrekening? Zeker is dat D66 niet louter vrienden heeft gemaakt. Na een periode in het college werd de partij in diverse gemeenten halverwege de onderhandelingen tot eigen verrassing plotseling buitenspel gezet: naast Waalre ook in Bronckhorst, Berkelland en Bernheze. En in Eindhoven, waar de partij acht jaar mee bestuurde. Daar klonken in lokale media geluiden dat de partij „gedumpt” zou zijn vanwege de bestuursstijl van een bepaalde wethouder.

Volgens D66-fractievoorzitter Robin Verleisdonk waren het vooral „strategische redenen” waarom de winnaars van de verkiezingen VVD en GroenLinks in Eindhoven uiteindelijk toch voor CDA en PvdA als coalitiepartners kozen. „Ik heb de indruk dat ze het linkse en rechtse graag in evenwicht wilden brengen. Wij zijn daarvoor toch te veel op het compromis gericht.”

Dat zou in meer gemeenten kunnen spelen. Op veel plaatsen gingen GroenLinks en VVD samen besturen, bleek eerder uit een analyse van NRC. En juist in veel van die gemeenten valt D66 als ‘middenpartij’ nu buiten de boot.

In Sittard-Geleen is het volgens fractievoorzitter Bert Kamphuis bovenal de versnippering, waardoor D66 nu niet meer deelneemt aan het college. Met twaalf partijen in de raad sloten de linkse partijen daar een verbond om één blok te kunnen vormen tegen het CDA. Kamphuis: „En toen waren wij niet meer nodig.” Niet dat hij erbij had gewild: met zeven partijen en evenveel wethouders is de coalitie wat hem betreft te instabiel.

Ook andere D66’ers zeggen een plek in de oppositie niet echt te betreuren. „We stellen ons constructief op”, zegt Stephan Nijenhuis uit Ede.

In Vlaardingen wordt in het college waar D66 niet in kwam volgens fractievoorzitter Koen Kegel nu al flink geruzied. En nu er in de gemeente sinds kort met een raadsakkoord wordt gewerkt, „hebben we toch wel invloed”, aldus Kegel. „Misschien nog wel meer dan eerst.”

    • Clara van de Wiel