Brieven

Constitutionele toetsing

Gezonde democratie vereist tegenmacht

Illustratie Hajo

Het voornaamste bezwaar van Nik de Boer tegen toetsing van wetten aan de grondwet is dat rechters niet democratisch gekozen zijn (‘De Grondwet: te belangrijk om aan de rechter over te laten’, 4/7).

Hij vindt het daarom beter dat het parlement het laatste woord over de uitleg van de grondwet heeft.

Zijn betoog past in onze tijdgeest waarin van veel kanten wordt betoogd dat de stem van de kiezer een groter gewicht dient te hebben, of het nu om het referendum gaat of over burgemeestersbenoemingen.

Hierbij wordt echter over het hoofd gezien dat een goed functionerende democratie uit meer bestaat dan het gehoor geven aan de stem van de burger. Een staatsbestel is pas democratisch te noemen wanneer er in voldoende mate sprake is van gevestigde tegenmacht.

Ook de stem van de kiezer mag niet allesbepalend zijn, maar moet op grenzen kunnen stuiten. Een politieke partij die over een parlementaire meerderheid beschikt, heeft daardoor nog geen alleenrecht.

Een wetgever die zelf de constitutionele toetsing doet, is net zo onwenselijk als een slager die zijn eigen vlees keurt.

    • Joost Dirkzwager