Khadija Arib op de voorzittersstoel in de plenaire zaal van de Tweede Kamer, tijdens het wekelijkse Vragenuur.

Foto Bart Maat/ANP

Arib: aantal Kamerleden dreigt af te haken door enorme werkdruk

Khadija Arib

Het parlementaire jaar is voorbij. Kamervoorzitter Khadija Arib blikt terug en deelt haar zorgen.

Dertien fracties, een vierpartijencoalitie en tachtig nieuwe parlementariërs. Volgens voorzitter Khadija Arib is het lastig vol te houden dat de Tweede Kamer onveranderlijk saai en stroperig is. In de twintig jaar dat zij er zit, is de Kamer „totaal veranderd”. Dat maakt het debat levendig, en ja, ook wat ruwer. Maar: „Er wordt gelukkig ook heel veel gelachen.”

Ze noemt het moment waarop zij tijdens een stemming begin maart, bij een motie over ‘het welzijn van geitenbokjes’, de slappe lach kreeg met Thierry Baudet en Theo Hiddema van Forum voor Democratie. „Dat was hilarisch. Het filmpje ervan blijft me achtervolgen.”

Maar Arib (58, PvdA) maakt zich ook zorgen over ‘haar’ Kamerleden, zegt ze op de laatste dag van het parlementaire seizoen in haar werkkamer. De werkdruk is enorm, constateert ze. „Er wordt voortdurend op hen ingezoomd. Wat hebben ze aan? Zitten ze op hun mobieltje te kijken? Dan zijn er nog de mails, op Twitter wordt van alles geroepen.”

Hoewel ze meevoelt met de Kamerleden die om persoonlijke redenen tussentijds de politiek verlaten, zoals onlangs SGP’er Elbert Dijkgraaf en SP’er Nine Kooiman, vindt ze het wel „vervelend”. „Je bent gekozen voor vier jaar. Als je halverwege vertrekt, is dat een lastig verhaal naar de kiezers toe.”

Mogelijk vertrekken er door die druk nog meer Kamerleden. Ze zegt te weten van „enkelingen” die „op het randje staan af te haken”. Hoeveel, of wie precies, dat zegt ze niet. Beroepsgeheim. „Ze hebben het persoonlijk heel zwaar. Sommigen krijgen van de fractie de ruimte om er even tussenuit te gaan. Dan hoeven ze bijvoorbeeld een tijdje alleen maar naar de stemmingen te komen. Dat helpt ontzettend.”

Er is „minder rust” dan twintig jaar geleden, zegt Arib, die in 1998 als 38-jarige in de Tweede Kamer kwam. „Ad Melkert was mijn fractievoorzitter. Hij zei: de eerste vier jaar zijn om in te werken, daarna ga je aan de slag. Er waren toen Kamerleden die na twee of drie jaar pas hun maidenspeech hielden. Nu gebeurt dat soms binnen een week na hun installatie. Volksvertegenwoordiger zijn is een vak, je moet het leren. Maar die tijd is er niet meer.”

Vooral de nieuwe fracties ontberen ervaring, ziet Arib. Forum voor Democratie „kan nergens op leunen”. Als Thierry Baudet bij de regeling van werkzaamheden een debat aanvraagt, maar vergeten is dat vooraf door te geven, legt de voorzitter hem uit hoe dat werkt. Of als hij een motie uit zijn hoofd wil voordragen, terwijl je die op papier dient in te leveren. „Als ik tijd heb, loop ik even bij hem langs.” 

Toen Baudet afgelopen najaar in militair tenue verscheen bij een defensiedebat, besloot Arib dat toe te staan. „Ik zei wel dat ik het ongepast vond, maar ik moest zó snel schakelen. Ik had kunnen besluiten de vergadering te schorsen, om tegen Baudet te zeggen: nu ga je je eerst uitkleden.” Er volgt een schaterlach. „Maar dan had hij waarschijnlijk nóg meer aandacht gegenereerd.”

Met Denk heeft Arib een andere relatie, de partij van haar twee voormalige fractiegenoten bij de PvdA, Tunahan Kuzu en Selçuk Öztürk. „Zij hebben veel moeite mijn gezag te accepteren. En te respecteren.” De aanvallen zijn erg op haar persoon gericht. „Zij eigenen zich het recht toe om je tot de orde te roepen. Dat recht hebben ze niet. Het aanzien van de Kamer wordt aangetast op het moment dat de voorzitter persoonlijk wordt aangevallen, met opmerkingen als: ‘Goh, u bent een beetje moe hè? Moet u niet naar huis?’ Hou het professioneel.”

Is achter de schermen wel met Denk te praten?

„Dat is heel lastig. Dus nee, ik heb niet echt contact met ze.”

Waarom niet?

„Ze weten heel goed wat ze doen. Dan ga ik niet zeggen: dat mag niet. Dat doe ik alleen bij mensen van wie ik denk dat ze niet weten hoe het werkt.” 

Lees ook: Deze nieuwe Kamerleden vielen afgelopen jaar het meest op

Onlangs noemde u een aanval van Öztürk ‘vuilspuiterij’. Ook niet echt parlementair woordgebruik.

„Dat kwam uit het hart.”

In maart schreef u premier Rutte een boze brief omdat u zich ergert aan alle kabinetsplannen die uitlekken. U noemde dat „zeer ongewenst, zo niet onaanvaardbaar”. Dat heeft niet echt geholpen, lijkt het.

„Jawel! Een klein beetje. We houden alles bij, dus ik kan precies zien welke bewindspersoon er een gewoonte van maakt een interview te geven over een brief die pas daarna naar de Kamer gaat. Met die mensen voer ik een gesprek.”

Hoe reageren ze dan?

„Dan zeggen ze dat ze het ook heel vervelend vinden. Dat ze erop gaan letten. Als het niet verbetert, laat ik ze gewoon naar de Kamer komen om zich te verantwoorden, als iemand een debat aanvraagt.”

Als straf?

„Ja. Zodat ze weten dat ze de Kamer moeten respecteren en tijdig moeten informeren. Trouwens: naar de Kamer komen is geen straf, hè. Dat is een feest!”

De Kamervoorzitter bepaalt met haar staf welke bewindspersonen naar het Vragenuur moeten komen. Enkele weken geleden werd premier Rutte door de SP ontboden over de dividendbelasting, maar hij weigerde te komen en stuurde de staatssecretaris van Financiën, Menno Snel. Tot woede van de oppositie.

Wat doet u dan?

„Dan bel ik Rutte, middenin de plenaire zaal. Ik zei: ‘de Kamer wil gewoon dat je komt’. Hij zei: ‘nee, ik heb de staatssecretaris afgevaardigd’. Dat gaf ik door aan de Kamer. Maar in de zaal zag ik opeens allerlei bewegingen: Klaver met Wilders, Wilders met Marijnissen … Ze zaten allemaal samen te spannen. En ik zag beweging met Dijkhoff en Pechtold. Toen dacht ik: dit heeft helemaal geen zin, hij moet gewoon komen. En ja hoor. De griffie had al van Algemene Zaken gehoord: Rutte komt toch.” 

Roept u ook Kamerleden tot de orde?

„Je ziet dat bijna over alles een debat wordt aangevraagd. Daar spreek ik ze op aan, want de agenda stroomt snel vol. Ik wijs hen erop dat ze misschien eerst een reactie van het kabinet moeten afwachten of iets in een commissievergadering kunnen behandelen. Ik hou in de gaten wie de meeste debatten aanvraagt en daar stap ik dan meteen op af. De ‘vervuilers’ pak ik aan! Laatst was het Gijs van Dijk [Aribs partijgenoot uit de PvdA-fractie]. En ze luisteren goed, hoor. De lijst is al behoorlijk opgeschoond.”

    • Barbara Rijlaarsdam
    • Philip de Witt Wijnen