Vrij zijn is…een stukje racen

en laten zien hoe we uit de sleur breken.

Met een heel klein schroevendraaiertje schroeft Govert Verbeke (36) een heel klein schroefje in een heel klein chassis. Al twee uur zit hij in de paddock, „de pitsstraat”, te sleutelen. Verbeke sleutelt niet aan de Toyota Yaris waarin hij vanochtend hiernaartoe reed. Die staat vanwege het plakkaat PARKEREN ZOVEEL MOGELIJK IN DE GRASBERM twee meter verderop, in de grasberm, naast Model Auto Club Heemstede. Sinds een jaar is Verbeke voorzitter van „de mooiste modelautoracebaan ter wereld”. En de oudste. MACH werd opgericht in 1975. Toentertijd een baan met pionnen op een parkeerplaats, iets verderop. Nu een geasfalteerd traject vol meetsensoren, met grote en kleine bochten, escapes (vluchtzones) en een recht stuk waar snelheden van 130 km/uur worden gehaald. De zwarte vegen op het wegdek – „van de bandjes” – laten De Ideale Lijn zien. Wie deze volgt, neemt bochten met een zo groot mogelijke cirkelradius en legt zo min mogelijk afstand af. Iets te ver op de curb (binnenbocht) en de auto ligt in het dorre gras. „We hebben twee weken niet kunnen sproeien, omdat we moesten racen bij een wedstrijd in Apeldoorn.” Dit weekend wordt hier in Heemstede het ‘NK elektro’ voor modelauto’s met een schaal van 1:10 gehouden.

„Een zandkorreltje in je draagarm en je kan het vergeten”, weet Thomas Buijze (16). Zojuist heeft hij elk onderdeel gepoetst. Nu worden de banden gekanteld, een halve graad naar buiten.

Na vijf minuten racen – dan zijn de accu’s leeg – wordt er weer gesleuteld. „Op die kleine auto’s komt zo veel druk dat alles over moet.” Naast afstellen is ook materiaalkeuze cruciaal. „Reken maar dat er gespiekt wordt.” De coderingen op de assen worden er afgevijld. Elke maand koopt Buijze voor ongeveer 200 euro nieuwe onderdelen. „Een bescheiden investering.” Frank Baggen (57) is in het „echte leven” chassisontwerper voor „echte auto’s” en stopt jaarlijks 8.000 euro in zijn modelauto’s. In 1970 kocht hij zijn eerste. „Ik had nu zo’n racewagen op normaal formaat kunnen rijden.” Voorzichtig schuift Buijze een witte kap over zijn modelauto heen, nu is het een ‘echte’ auto geworden. Baggen gaat voor grijs-blauw, Verbeke voor roze. „Lekker tegen de haren in.”

De auto’s worden opgesteld op de baan, de mannen op het balkon erboven. Zoemend schieten de elektrisch aangedreven auto’s weg. Er wordt gekreund. „Het is te warm.” „Ik glij te hard.” „Daar gaat m’n rondetijd.” Maar ze moeten door, trainen, racen. „Het is net alsof je in een echte raceauto zit”, vindt Verbeke. „De adrenaline van een coureur, maar dan vanaf de kant.” Maar goed ook. Zijn roze auto vliegt in de tweede ronde van de baan. Het zal de warmte wel zijn.

    • Peter de Krom
    • Astrid van Rooij