Voor de mooiste Matisse-ervaring in het zuiden moet je naar de kerk

Kunst op reis Waar leefden kunstenaars? Op reis naar de plekken waar zij hun stempel drukten. Deze week de kapel van Matisse in Vence.

Foto Alamy

Henri Matisse werd in 1869 geboren in het grijze noorden van Frankrijk en hij wilde altijd naar het zuiden; hij had al vroeg zuidwee, verlangen naar de kleuren en de warmte van de Méditerranée. Het lukte hem er te komen in 1904: toen arriveerde hij per boot in St. Tropez. Over de zee schreef hij „De zee is blauw, maar blauwer dan iemand hem ooit geschilderd heeft, een fantastische en ongelooflijke kleur. Het is het blauw van saffieren, van de vleugel van de pauw, van een alpine gletsjer, van de ijsvogel; allemaal samengesmolten en tegelijkertijd is het als geen van deze, want hij glanst met de onaardse stralen van Neptunus’ koninkrijk; het is als niets dan zichzelf.”

Matisse bleef in Parijs wonen maar trok bijna elk jaar voor een paar maanden naar de Rivièra. In 1921 kocht hij een appartement aan de Place Charles Felix in Nice. Elke ochtend ging hij eerst twee uur roeien. Daarna schilderde hij. Zijn weergave van de Côte d’Azur was zo aanstekelijk dat reisbureaus met zijn schilderijen adverteerden. Het blauw dat hij wist te schilderen was aanlokkelijk blauw, misschien niet zo blauw als saffieren, ijsvogels en pauwen tegelijk, maar blauw genoeg om ook zuidwee te krijgen. Toch is Matisses beste werk gemaakt in het zuiden soms juist niet evocatief. In 1905 schilderde hij bijvoorbeeld het vrolijke Open raam, Collioure (1905), waarop door een open raam bloemen in de vensterbank en verder weg bootjes op zee zijn te zien. Tien jaar later maakte hij Gesloten raam, Collioure, wat alleen uit een paar gekleurde banen verf bestaat. Het gesloten raam is als schilderij spannender dan het open raam.

Waarom deze wonderschone kunst in dienst stellen van iets waar je niet in gelooft?

Voor de mooiste Matisse-ervaring in het zuiden moet je naar de kerk. Zijn meesterwerk voor de Mediterranée is een kapel. Hij bevindt zich in Vence, tegenover La Reve. Het is de kapel de Rosaire, door Matisse ontworpen, van de gebrandschilderde ramen tot de wijwaterbakjes. Matisse kreeg over deze kapel hevige ruzie met Picasso, die vond dat je geen religieus gebouw moest ontwerpen als je niet in god geloofde. Matisse antwoordde hem per brief: „Voor zover het mij aangaat, is dit in wezen een kunstwerk. Ik weet niet of ik in God geloof of niet, ik denk eigenlijk dat ik een soort boeddhist ben. Maar het wezenlijke is om jezelf in een staat te brengen die dichtbij die van een gebed is.” En dat lukt waarschijnlijk elke bezoeker van de kapel; zoals je ook geen christen hoeft te zijn om van Bach in vervoering te raken. Het is een ruimte waarin je wilt knielen; mooier wordt het hier op aarde niet, het blauw dat door de gebrandschilderde ramen schijnt is het blauw van ijsvogels, saffieren, pauwen en nog veel meer.

En toch begrijp ik Picasso’s vraag wel. Waarom deze wonderschone kunst in dienst stellen van iets waar je niet in gelooft? Ook andere moderne kunstenaars hebben zich aan kerken overgegeven; Rothko decoreerde een kapel in Houston, Gerhard Richter maakte ramen voor de dom van Keulen, om maar twee voorbeelden te noemen. Zou er niet zo’n ruimte gemaakt kunnen worden zonder te lenen van een geloof? De Engelse filosoof Alain de Botton heeft voorgesteld om tempels voor atheïsten te bouwen. Maar na 2012 is van dat plan nooit meer iets vernomen. Misschien is zoiets ook te opgelegd, of nog steeds te schatplichtig aan oude vormen om levensvatbaar te zijn. Ik zou er niet heen willen, tenzij een kunstenaar als Matisse het blauw zou maken.

    • Bianca Stigter