Strengere Europese wetgeving over online-auteursrecht voorlopig van de baan

Het Europees Parlement stemde donderdag niet in met nieuwe, omstreden copyright-regels. Waarom niet? En wat nu?

Ook ex-Beatle Paul McCartney voegde zich bij een groep musici die met een brandbrief aan het Europees Parlement aandrong op herziene regels. Foto: RICHARD WAINWRIGHT

Het scheelde weinig of het Europees Parlement had ingestemd met nieuwe omstreden copyright-regels. De ingrijpende richtlijn werd – met 318 stemmen tegen en 278 voor - donderdag teruggestuurd naar de tekentafel. Voorstanders, zoals de platen- en filmindustrie, wilden dat auteurs (fotografen, schrijvers, muzikanten, journalisten, etcetera) eindelijk eerlijker betaald zouden worden voor hun werk. Tegenstanders vreesden censuur, internetsurveillance, het einde van de parodie. Wat nu? En vijf andere vragen.

Waar is die richtlijn voor bedoeld?

De regels, in 2016 voor het eerst voorgesteld door de Europese Commissie, moesten ervoor zorgen dat de auteurs en creatieve industrie beter door platforms worden beloond. De muziek- en filmindustrie ziet met lede ogen aan hoe Google een Facebook via hun platforms vele miljarden opstrijken, terwijl de auteursrechthebbenden daarvan maar een klein deel ontvangen. Dat is scheef, en deze richtlijn probeert dat te repareren.

Daarnaast zouden de rechten van auteurs in relatie tot uitgevers en andere exploitanten voor het eerst op Europees niveau worden geregeld. In Nederland hebben we daar sinds 2015 al een Wet Auteurscontractenrecht voor. Die bepaalt bijvoorbeeld dat schrijvers van boeken die een onverwacht verkoopsucces worden, een aanvullende vergoeding mogen vragen. Veel andere Europese landen hebben zulke regels nog niet.

Oké, maar wat is er dan zo controversieel aan?

In de controverse staan twee artikelen centraal. Allereerst artikel 13. Dat dwingt platforms om inhoud die gebruikers uploaden vooraf te screenen op auteursrechtelijk beschermd materiaal. Een copyrightfilter dus. De muziekindustrie probeert op deze manier vooral Google en Facebook zo ver te krijgen dat er meer betaald wordt voor het gebruik van muziek en video. YouTube heeft jaren geleden al een filter ingevoerd voor auteursrechtelijk beschermd materiaal. „De muziekindustrie wil dat nu vastleggen in een richtlijn en hoopt daarmee een betere onderhandelingspositie te krijgen”, zegt Bernt Hugenholtz, hoogleraar Informatierecht aan de Universiteit van Amsterdam.

De techgiganten hebben daar natuurlijk geen zin in. Volgens de Britse belangenorganisatie UK Music heeft Google meer dan dertig miljoen uitgegeven aan z’n lobby tegen de richtlijn.

Ook uit andere hoeken kwam kritiek. Er werd een open brief getekend door zeventig voorname internetexperts, zoals Tim Berners-Lee, de bedenker van het wereldwijde web. En Wikipedia-oprichter Jimmy Wales; de site werd uit protest in aanloop naar de stemming in veel Europese landen op zwart gezet. Deze experts zijn bang dat met Artikel 13 het open internet degradeert tot een duistere plek van automatische surveillance en censuur. Bovendien vrezen critici dat techgiganten technisch ingewikkelde filters wel kunnen betalen, maar kleine concurrenten er juist mee zouden worstelen. Een groep van 169 Europese wetenschappers, onder wie Hugenholtz, noemde de plannen in een brief aan het parlement onlangs „misplaatst”.

Wat zou deze richtlijn dan hebben betekend ons dagelijks leven?

Het uploaden van een profielfoto met je favoriete Harry Potter T-shirt, of het livestreamen van een concert op Facebook: had een computerfilter dat wel kunnen herkennen als onschuldig? „Door de verplichte filtering, loop je kans dat je meer filtert dan wenselijk”, zegt Hugenholtz. Overblocking, heet dat. „Een grappige videomontage van aanstellerig gedrag van voetballer Neymar maken is nu als ‘parodie’ toegestaan, op grond van de Auteurswet. Maar een computerfilter ziet die humoristische intentie niet. De vrees is dat er informatie wordt gefilterd die volkomen legaal is.

Wat staat er in dat andere controversiële artikel?

In artikel 11 wordt voorgesteld om uitgevers van dagbladen en nieuwssites een speciaal recht te geven. Daarmee kunnen kranten platformen als Google en Facebook verbieden om automatische links te maken naar hun nieuws. De vrees is dat met de koppen en korte stukjes tekst bij een link, lezers al voldoende geïnformeerd worden, en kranten daar schade van ondervinden. Dagbladuitgevers hoopten dat Google en Facebook op die manier geld zou gaan betalen voor het aggregeren van hun nieuws. „Een heel slecht idee”, zegt Hugenholtz. „In Spanje en Duitsland is zo’n wet al geprobeerd. In beide landen hebben uitgevers daar niks aan gehad.” In Duitsland besloten uitgevers uit angst voor dat Google Nieuws niet meer naar hun sites zou linken, Google gratis toestemming te geven. En in Spanje reageerde Google door Google Nieuws uit het land terug te trekken. Hugenholtz: „Het voorstel is een beetje naïef; het gaat er vanuit dat uitgevers nieuwe inkomsten gaan krijgen, door Google te laten betalen of anders buiten de deur te houden. We weten nu al dat het niet gaat lukken.”

De Europese Commissie en de Commissie Juridische Zaken van het Europees Parlement stemden eerder wel voor dit voorstel, waarom?

De bedoeling van de richtlijn is goed, het is alleen nog niet zo makkelijk in goede wetgeving om te zetten. „Er is enorm gelobbyd door de muziekindustrie en uitgeverijen”, zegt Hugenholtz. „Dat ging vaak direct op het niveau van leden van de Europese Commissie.” Zelfs ex-Beatle Paul McCartney voegde zich bij een groep musici die met een brandbrief aan het Europees Parlement aandrong op herziene regels, om meer geld te krijgen voor materiaal dat van hen wordt gebruikt.

Wat nu?

Het Europees Parlement heeft ervoor gekozen de onderhandelingen met de Europese Raad nog niet op te starten, maar het voorstel terug naar de tekentafel te sturen. In september wordt er in het Parlement definitief over gestemd. „Vermoedelijk zal de richtlijn er met enige aanpassingen nog gewoon komen”, zegt Hugenholtz. „Ik hoop wel dat er nu beter wordt nagedacht over de serieuze kritiekpunten.”

    • Liza van Lonkhuyzen