België heeft de weelde van Rode Duivels met Congolese roots

Belgisch elftal

Vijf Belgische WK-spelers hebben Congolese roots. Een doorbraak? „Ouders wanen zich al snel papa Kompany.”

Speler Michy Batshuayi (links) poseert voor een foto met Vincent Kompany (midden) en Romelo Lukaku. Alle drie hebben ze Congolese roots. Foto AFP

Het eerste wat Paul Beloy zegt over de weelde van Rode Duivels met Congolese roots: dat er „nog veel meer aan komt”. Ga maar kijken op de pleintjes, bij de jeugdopleidingen, zegt hij. „Zo veel natuurtalent.” Oud-profvoetballer Beloy, geboren in Congo, leerkracht, expert op het gebied van diversiteit en schrijver van het boek Vuile zwarte over racisme in het Belgisch voetbal, ziet ze voorbijkomen langs de lijn bij de voetbalclubs waar hij komt. De nieuwe Romelu Lukaku’s en Vincent Kompany’s. Hopend op een kans.

Die hoop wordt, zeker nu, aangewakkerd. De Rode Duivels zijn momenteel onweerstaanbaar. Met Lukaku en Kompany, maar ook Dedryck Boyata, Michy Batshuayi en Youri Tielemans tellen de Belgen vijf spelers in de nationale ploeg van wie één of beide ouders uit de voormalig Belgische kolonie afkomstig zijn. In de voorlopige WK-selectie zaten ook nog Christian Kabasele, Christian Benteke en Jordan Lukaku, die afvielen bij de laatste schifting van coach Roberto Martinez. En dat terwijl slechts zo’n twee procent van de Belgische bevolking van Congolese afkomst is.

Eén kleur: rood

Het succes van de Belgen de afgelopen jaren correleert sterk met de opmars van de spelers met Afrikaanse achtergrond. De parallellen met de Surinaamse verrijking van het Nederlands voetbal dringen zich op. Kranten in België trekken voorzichtig de vergelijking met ‘Black-Blanc-Beur’, bijnaam van het multiculturele Franse team dat in 1998 het WK won.

Zover, wereldkampioen, is het nog niet. België speelt vrijdagavond tegen Brazilië de kwartfinale in Kazan. Bij een overwinning wordt de prestatie van het WK van 1986 geëvenaard, met een elftal dat toen uitsluitend uit witte Belgen bestond. Het team van nu is een afspiegeling van een „heterogene generatie”, constateerde De Standaard deze week, maar „de Duivels kennen maar één kleur: rood”.

Pas in 1987 speelde de eerste zwarte voetballer, de geboren Congolees Dimitri M’Buyu, één interland voor de nationale ploeg – decennia later dan in Frankrijk of Nederland. De broers Mpenza waren in de jaren negentig de eerste in België geboren Rode Duivels met Congolese roots. Voor hun relatief late komst is een logische verklaring: voor en na de onafhankelijkheid van Congo in 1960 werd de migratie in tegenstelling tot in andere koloniale mogendheden beperkt. Pas eind jaren negentig kwamen grote groepen Congolese migranten als gevolg van burgeroorlogen naar België.

Jarenlang was het bij de Rode Duivels al een uitdaging om Waalse en Vlaamse spelers om één tafel te krijgen. Onder meer Kompany, die sinds 2004 voor het nationale team speelt, zette een verandering in. „Hij en anderen van zijn generatie hebben laten zien dat je met een goede opleiding, ook vanuit minder goede omstandigheden, je land kunt vertegenwoordigen zonder te verzeilen in taal- en cultuurnuances”, zegt vader Pierre Kompany aan de telefoon. „Ze hebben de deur geopend naar wederzijds begrip.” Veel van de huidige generatie Duivels zijn bevriend – door alle afkomsten heen.

Romelo Lukaku na de overwinning tegen Japan in de achtste finale.Foto AFP

Dat de tweede generatie zo goed vertegenwoordigd is in het team, is deels te danken aan een integratiebeleid dat al tijdens de immigratie uit landen als Marokko was opgestart. Na hevige rellen begin jaren negentig werd een fonds opgericht. Maar er moest ook snel resultaat zijn. De oplossing: voetbal.

Deze woensdag, langs een trainingsveld bij Beerschot Wilrijk in Antwerpen, zijn er „alleen maar witte kinderen”, stelt Beloy vast. Hij neemt plaats op een bankje. Er is een voetbalkamp aan de gang van Think Footure, een initiatief van de drie Rode Duivels Jan Vertonghen, Dries Mertens en Mousa Dembélé. Het komt, denkt hij, door de 215 euro kosten voor vijf dagen. „Dat kan niet iedereen betalen.”

Veel potentie

„Ik ben een realist: we halen nu nog veel te weinig uit de enorme potentie.” Niet alleen geld speelt mee, te veel talent van Afrikaanse afkomst ziet hij verloren gaan door gebrek aan structuur. „Veel ouders wanen zich al gauw papa Kompany. Talentvolle zoon, clubs hebben interesse. Dan wordt zo’n jongen van A naar B naar C gesleept. Soms weten ouders niet eens waar hun zoon speelt. Veel jongens hebben niet de juiste omkadering, komen niet de juiste mensen tegen. Terwijl wel van ze wordt verwacht dat ze hun gezin uit de misère halen, die kans pakken.”

Belgisch topscorer aller tijden Romelu Lukaku, geboren in Antwerpen met ouders uit Congo, beschreef onlangs de bittere armoede waarin hij opgroeide, en de harde vooroordelen waar hij mee te maken kreeg. De keren dat hij aan het voetbalveld zijn identiteitskaart moest tonen om te bewijzen dat hij écht Belgisch was. Hoe hij als alles goed ging „Lukaku, de Belgische spits” werd genoemd, maar als het misging was hij „de Belgische spits van Congolese afkomst”.

Lees ook: Lukaku, de spits met internationale status.

Samenbrengen

Vader Kompany, geboren in Congo en Brussels Hoofdstedelijk Parlementslid, denkt dat het enthousiasme bij de anders zo „gereserveerde” Belgen er nu voor kan zorgen dat mensen zich verenigen. „Over al die Congolese sporters zegt niemand nu dat ze niet hiervandaan komen. Sport heeft de kracht mensen samen te brengen. Walen en Vlamingen, maar ook alle andere culturen die hier samenleven.” Maar, relativeert hij: „Sport is natuurlijk maar één element van de samenleving.”

Langs het voetbalveldje in Antwerpen nodigt Beloy één van de trainers uit om erbij te komen zitten: Yves Kabwe Kazadi, in het dagelijks leven verenigingsmanager bij City Pirates, een voetbalclub met vier locaties in Antwerpen. Hij kwam als prof al vroeg op een zijspoor, waarna hij via Beloy in het jeugdwerk terechtkwam. Hij is trots op zijn generatiegenoten die furore maken met de Rode Duivels. Maar het liefst had hij gezien dat een aantal van hen hun Afrikaanse hart had gevolgd. Zijn werkveld is stadsdeel Linkeroever, maar op termijn wil hij naar Congo. „Congo heeft het nodig dat voorbeeldfiguren ervoor kiezen terug te komen.”

Het fenomeen van de Ebbenhouten Schoen legt expliciet de nadruk op de Afrikaanse identiteit van Belgische spelers. Het beeldje van zwartgekleurd tropisch hardhout wordt jaarlijks uitgereikt aan de beste speler in de Belgische competitie van Afrikaanse afkomst. De laatste vijftien jaar won acht keer een speler met Congolose roots de prijs, uitgereikt door Franstalige omroep RTBP en African Culture Promotions. Beloy: „Elk jaar krijg ik wel twee of drie keer de vraag: is dit nog wel noodzakelijk? Ik zeg: ja, zolang racisme nog steeds de kop opsteekt. Maar het zou niet noodzakelijk moeten zijn.”

Afgelopen zaterdag bereikte de Congolese gemeenschap in België een andere mijlpaal. In de Afrikaanse wijk Matonge werd na decennia actievoeren de opening van het Lumumbaplein gevierd, vernoemd naar de Congolese onafhankelijkheidsstrijder. „Dit plein laat zien dat iedereen betrokken wordt. Tegelijkertijd kunnen mensen van Congolese afkomst bij de Duivels zien dat héél België vertegenwoordigd wordt. Beide zijn symbolisch belangrijk”, zegt actievoerder Christian Lukenge (28). „Maar het moet niet de werkelijkheid verbergen.”

Achterstand

Zo bleek uit een integratierapport dat in mei dit jaar uitkwam dat maar 65 procent van de Congolese Vlamingen werk heeft. Ook krijgen ze vaak te maken met discriminatie. Meer dan de helft komt moeilijk tot heel moeilijk rond. Lukenge: „Dit is pas het begin. Er is nog altijd een achterstand, dagelijks racisme bestaat nog steeds.”

Ook Kabwe Kazadi maakt zich geen illusies. „Nu is iedereen Belg”, zegt hij. En na het WK? „Keert alles terug naar het normale. Ik las laatst alweer over ‘jongens met allochtone achtergrond’ die in Genk amok maakten op de Grote Markt tijdens België-Japan. Dat moeten die jongens niet doen. Maar als Fellaini en Chadli scoren, staat er niet bij dat zij een Marokkaanse achtergrond hebben. Begrijpt u?”

    • Bart Hinke
    • Anouk van Kampen