NRC checkt: ‘Sinds paardentram is Noord-Zuidlijn grootste verandering in ov’

Dat stelde het Amsterdamse openbaarvervoerbedrijf GVB in een informatiefolder.

Paardentram op het stationsplein in Haarlem, 1931. Foto ANP

De aanleiding

De opening van de Noord-Zuidlijn op 22 juli is voor het Amsterdamse openbaar vervoer de „grootste verandering sinds de paardentram”, kopte openbaar vervoersbedrijf GVB in een informatiebulletin over de metrolijn. Met de paardentram kreeg de hoofdstad voor het eerst een spoorinfrastructuur en volgens dienstregeling rijdend openbaar vervoer. Is de opening van de Noord-Zuidlijn net zo ingrijpend? We checken deze bewering.

Waar is het op gebaseerd?

Het GVB zegt geen historisch onderzoek gedaan te hebben om de vergelijking met de Noord-Zuidlijn en de paardentram te staven. Een woordvoerder zegt dat de paardentram „tot de verbeelding” spreekt en dat het de bedoeling was om aandacht te krijgen voor het feit dat het openbaar vervoer in Amsterdam met de opening van de Noord-Zuidlijn ingrijpend verandert.

Historisch misschien niet helemaal accuraat, aldus de woordvoerder. „Het voorbeeld is met wat dichterlijke vrijheid gebruikt om de kern van onze boodschap kracht bij te zetten en aandacht te krijgen voor de omslag op 22 juli.”

En, klopt het?

Met de introductie van de paardentram in 1875 kreeg het openbaar vervoer in Amsterdam een nieuwe dimensie. Daarvoor was Amsterdam aangewezen op koetsen, vigilantes en, sinds 1839, de paardenomnibus, een door paarden getrokken kar. Met de komst van de paardentram kreeg Amsterdam spoorinfrastructuur en volgens dienstregeling rijdend openbaar vervoer, uitgevoerd door de Amsterdamse Omnibus Maatschappij (AOM).

Maar zo voortvarend was de AOM niet bij de exploitatie van haar trambedrijf. Het bedrijf deed er alles aan om concessievoorwaarden te ontduiken, weigerde onrendabele lijnen in gebruik te nemen en had meer oog voor de belangen van de aandeelhouders dan van die van de reizigers, zo blijkt uit de geschiedschrijving Onze tram in Amsterdam van B. Korthals-Altes. De tram nam pas een grote vlucht nadat de gemeente het trambedrijf in 1900 overnam, in rap tempo de trams ging ‘elektrificeren’ en het openbaar vervoer planmatig ging inrichten.

Invoering van de paardentram was weliswaar een markant moment in de geschiedenis van het Amsterdamse ov, bevestigt Chris Vonk van reizigersvereniging Rover. Maar daar zijn er wel meer van geweest. Zoals de opening van het Centraal Station in 1889, waardoor de Dam niet meer het keerpunt van veel trams was. Bovendien was vanaf dat moment het IJ nagenoeg afgesloten voor vervoer over het water van en naar de binnenstad. Weg en spoor werden de belangrijkste vervoersaders van de stad.

Ook de opening van de metrolijn in 1977 naar Amsterdam-Zuidoost was zo’n kantelpunt. De komst van de metrolijn zorgde ervoor dat de bussen zich niet meer vanaf de Bijlmer een weg door de binnenstad baanden. Dagelijks verdwenen 40.000 passagiers van de straten, die reisden nu ondergronds. Inmiddels maken er 175.000 passagiers per dag gebruik van de metrolijnen naar Zuidoost en Amstelveen. Ter vergelijking: het GVB denkt met de Noord-Zuidlijn per dag 120.000 reizigers te vervoeren.

Conclusie

De stelling dat opening van de Noord/Zuidlijn de grootste verandering is sinds de paardentram is een overschatting. Elektrificatie van de tram, ingebruikname van het Centraal Station en de metrolijnen naar Zuidoost en Amstelveen waren evengoed cruciale keerpunten. We beoordelen de stelling dat de Noord-Zuidlijn de grootste verandering is sinds de komst van de paardentram daarom als ongefundeerd.

Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
    • Jos Verlaan