Mark Rutte: superlobbyist in het Witte Huis

Analyse

Premier Mark Rutte nam vijf Nederlandse topmensen mee naar zijn kennismakingsbezoek aan Donald Trump. Dat wekt de indruk dat overheidsbelangen en bedrijfsbelangen tegenwoordig parallel lopen.

Mark Rutte opent de deuren van het Witte Huis voor topmannen van vijf Nederlandse concerns. Foto: ANP/Bart Maat

Mark Rutte opent deuren die voor anderen gesloten blijven.

Afgelopen week maakten vijf topmanagers van Nederlandse concerns in zijn kielzog hun opwachting bij Donald Trump, de Amerikaanse president. Sommige ondernemingen spenderen kapitale bedragen aan lobbyisten of zijn royale geldschieters aan verkiezingcampagnes om rechtstreeks toegang te krijgen tot de Amerikaanse president. In Nederland kom je kennelijk net zo ver als FoM: Friend of Mark.

Ben van Beurden (Shell), Frans van Houten (Philips), Alex Wynaendts (Aegon), Dick Benschop (Schiphol) en Rick Clemmer (NXP Semiconductors) waren de verpersoonlijking van het thema van het bezoek van Rutte: investeringen, banen, open economische grenzen.

Alle vijf topmanagers leiden een bedrijf in een sector die deels afhankelijk is van politieke regelgeving. Vier van die vijf zijn substantiële investeerders en dus werkgevers in de Verenigde Staten. Schiphol is de uitzondering en bestiert slechts terminal 4 op vliegveld JFK bij New York. Drie van de vijf leiden een bedrijf dat Koninklijk is: Shell, Philips en Schiphol.

Hun entree in het Witte Huis past naadloos in de economische strategie van Rutte. Hij doet persoonlijk alle moeite om investeringen van buitenlandse bedrijven in Nederland te steunen en om Nederlandse multinationals in het buitenland te helpen.

Lees hier hoe de ontmoeting tussen Trump en Rutte verliep: ‘I like this guy’, zegt Trump

Ruim twee jaar geleden was hij op investeringsmissie in Silicon Valley, een regio met een groeiende stroom investeringen naar Nederland (Microsoft, Google, Uber). Of zijn die investeringen groeiende omdat die bedrijven bang zijn dat zij anders hun lucratieve fiscale positie verliezen, als het kabinet-Rutte III ernst maakt met zijn anti-belastingparadijspolitiek?

Breuk met Balkenende

Rutte onderhoudt rechtstreeks en persoonlijk contact met topmanagers van buitenlandse bedrijven die er in Nederland toe doen. Afgelopen week was Larry Fink, de baas van BlackRock, een van ’s werelds grootste vermogensbeheerders ter wereld in Nederland. Rutte ontving de BlackRock-delegatie, zo blijkt uit zijn digitale agenda, zoals hij Fink en diens delegatie in februari 2016 ook had ontmoet.

De meeste van deze bezoekers gaan zonder de aandacht te trekken in en uit het Torentje, andere duiken op in documenten die via de Wet openbaarheid van bestuur zijn vrijgegeven.

Rutte en toenmalig minister Henk Kamp (Economische Zaken, VVD) liepen zich bijvoorbeeld het vuur uit de sloffen voor investeringen van het Indiase concern Tata in staalbedrijf Tata Steel Nederland (voorheen Hoogovens) in IJmuiden en voor de vestigingsplaats van het toekomstig hoofdkantoor van de staalfusie van Tata Europa en het Duitse ThyssenKrupp. De keuze voor Nederland, ruim een jaar geleden, was een felicitatietweet van de minister-president waard. Zijn vreugdeblijk werd echter overschaduwd door een mogelijk verlies van 2.000 banen.

Lees ook: Hoe Nederland lobbyde voor het hoofdkantoor van Tata/ThyssenKrupp

Het contrast in economische visie tussen Rutte en zijn voorganger Jan Peter Balkenende (CDA) is schril. In 2010 sloot de Amerikaanse farmamultinational MSD zijn onderzoekscentrum in Oss (voorheen Organon). Duizend kennisbanen weg. De Tweede Kamer moest Balkenende bijna per motie dwingen om de MSD-topman te bellen en voor Oss te pleiten. De (later betreurde) buitenlandse overname van ABN Amro in 2007 was mede een gevolg van de politieke onwil van Balkenende en minister van Financiën Wouter Bos om in de overnamestrijd te interveniëren. Die politieke afzijdigheid paste perfect in de Nederlandse traditie van gescheiden werelden. Den Haag is politiek, het bedrijfsleven (lees: de multinationals) is economie.

Kabinet Shell I

In Nederland wordt de kongsi van politiek en economie, zoals die bijvoorbeeld in Frankrijk bestaat, van oudsher gewantrouwd. Dat geldt nog sterker voor de verwevenheid van overheid, bedrijven en economie in landen als China of Rusland.

Of is dat verleden tijd? Lopen overheidsbelangen en ondernemingsbelangen inmiddels wél parallel?

Het lijkt erop dat uitgerekend de liberaal Rutte deze verandering stuurt.

Dat zag je al in de actieve ontmoediging van het Belgische bod op PostNL anderhalf jaar geleden. Je zag het in de steun voor de topmanagers van chemiebedrijf AkzoNobel en voedingsbedrijf Unilever die belaagd werden door activistische beleggers.

Je ziet het bij de inspanningen voor en achter de schermen om de hoofdkantoren van Shell en Unilever voor Nederland te behouden. Je ziet het in de onverwachte, en lastig te motiveren afschaffing van de dividendbelasting, die Rutte III kwetsbaar heeft gemaakt voor het SP-etiket: het kabinet Shell I.

En het komt naar voren in de persoon van NXP-topman Clemmer, een van de vijf aanwezige topmannen in het Witte Huis. Chipfabrikant NXP ging anderhalf jaar geleden akkoord met een overname à 47 miljard dollar door de Amerikaanse concurrent Qualcomm. Vervolgens deed concurrent Broadcom een brutaal bod van 130 miljard dollar op Qualcomm. Dat stuitte echter op een verbod van Trump. Hij verwees daarbij naar een dreigende Chinese suprematie op het gebied van geavanceerde mobiele netwerken (5G). De Chinese overheid reageerde daarop met uitstel op uitstel voor de vereiste goedkeuring van de overname van NXP. En in dat geo-politiek-economische steekspel opent Rutte de deuren van het Witte Huis voor Clemmer.

Ook in Nederland is politiek economie geworden en economie politiek.

    • Menno Tamminga