Lanzmann gaf met ‘Shoah’ de wereld een formidabel monument

Claude Lanzmann (1925-2018), filmregisseur

De Franse regisseur Claude Lanzmann gaf met zijn 9,5 uur durende documentaire ‘Shoah’ de vernietiging van de joden in de Tweede Wereldoorlog een gezicht. Het werd zijn levenswerk.

Claude Lanzmann in 2016. Foto Joel Saget/AFP

Hij correspondeerde tegenwoordig zelfs met Steven Spielberg, onthulde Claude Lanzmann vorig jaar in een interview. Hoewel hij Schindler’s List, de film waarop Spielberg zo trots was, herhaaldelijk de grond in had geboord als sentimentele drek, citeerde Lanzmann tevreden Spielbergs fanmail: „Je bent mijn held. Je bent mijn inspiratie. Je bent mijn muze.” Om vervolgens nog maar eens een sneer uit de delen aan Spielbergs Shoah Foundation Institute, dat alle ooggetuigen van de Endlösung op film vastlegt. „Wie gaat dat nou bekijken?”

Claude Lanzmann ten voeten uit: een onbescheiden, nogal bombastische polemist. Maar in een leven als het zijne – waarop hij in 2005 terugkeek in zijn 544 pagina’s tellende memoires Le Lièvre de Patagonie (De Patagonische haas) – neem je grootspraak op de koop toe. Lanzmann en zijn joodse familie overleefden de oorlog ondergedoken in het dorpje Brioude, zelf raakte hij als 17-jarige bij het verzet betrokken. Na de oorlog raakte hij als would be-filosoof en journalist bevriend met Jean-Paul Sartre, werd redacteur van diens Le Temps Modernes en woonde negen jaar samen met de zeventien jaar oudere Simone de Beauvoir.

Overtuigd zionist én communist

Lanzmann was een overtuigt zionist én communist, die weende toen Stalin stierf: „Communisme was mijn hele uitspansel.” Als oorlogsverslaggever bezocht hij de Algerijnse, marxistische rebellen van het FNL, hij introduceerde de radicale dekolonisatieprofeet Frantz Fanon bij Sartre en was apetrots op zijn drie audiënties bij de Noord-Koreaanse dictator Kim Il-sung in 1958. Totdat de paden van links en Israël zich in de jaren 70 scheidden, en Lanzmann – naar eigen zeggen na een dronken ruzie met Sartre, die in 1972 de terreuraanslag op Israëlische atleten in München goedpraatte – koos voor Israël.

Het was rond die tijd dat Lanzmann begon aan zijn geweldige documentaire Shoah: 9,5 uur lang, in 1985 voltooid na twaalf jaar werken „als een paard met oogkleppen”. Hij sprak en filmde vele ooggetuigen: overlevenden, leden van joodse ‘Sonderkommando’s’, omwonenden, treinmachinisten en SS’ers – een van hen sloeg Lanzmann het ziekenhuis in. Shoah was een verpletterende ‘oral history’ van de Endlösung: van de chaos van rondrijdende vergassingstrucks in Chelmno via de primitieve gaskamer van Treblinka naar het kolossale abattoir Auschwitz, waar men via vileine trucs het slachtvee rustig hield.

Lanzmann vermeed de bekende, afstompende filmbeelden van wandelende skeletten en lijkenbergen: als de SS er films van had gemaakt, had men die volgens Lanzmann beter kunnen vernietigen. Shoah toont alleen de vervagende sporen van de slachting in het landschap en de gezichten van ooggetuigen. Zoals Abraham Bomba, de kapper die Treblinka overleefde dankzij een mislukt nekschot, maar zijn eigen vrouw en zus kaal moest knippen voor de gaskamer.

Het was Lanzmanns manier om te ontsnappen aan Stalins fameuze dictum: één dode is een tragedie, een miljoen doden is een statistiek. Shoah gaf de Holocaust gezicht. Of Holocaust: Lanzmann haatte dat woord. Grieks voor brandoffer, wat de mens nader tot God brengt. Gebruik van dat woord geeft iets nobels aan deze zinloze slachting, zoals ook Spielberg het in Schindler’s List deed. Daar zijn de concentratiekampen obstakels in de triomf van de menselijke geest, die het slechtste én het beste in de mens bovenbrengen: zie de bekering van de cynische libertijn Oskar Schindler. Touché, al leek het er soms op dat Lanzmann na Shoah een monopolie opeiste. László Nemes’ formidabele film Saul Fia kreeg in 2013 als enige wel Lanzmanns stempel van goedkeuring: volgens hem was dat een documentaire.

Shoah werd Lanzmanns levenswerk: er volgden nog enkele spin-offs, documentaires als Le Rapport Karski (2010) of het indrukwekkende Le dernier des injustes (2013): een gesprek met Benjamin Murmelstein, voorzitter van de Joodse raad van ‘modelgetto’ Theresienstadt, door de nazi’s gebruikt om de wereld te misleiden over de ware aard van de Shoah. Een film over het onvermogen om morele keuzes te maken onder die omstandigheden. En hoe gemakkelijk het is achteraf te oordelen: de schipperende Murmelstein stond later te boek als halve collaborateur. Le dernier des injustes ondergroef en passant Hannah Arendts portret van Adolf Eichmann als verpersoonlijking van de ‘banaliteit van het kwaad’. Daarmee valideerde Arendt in feite Eichmanns verdediging: in het echt was hij geen kleurloze bureaucraat, maar een fanatieke, sadistische nazi.

Lanzmann was een macho, geobsedeerd door heldenmoed. In zijn memoires wemelt het van macho-avonturen: bergklimmen, paragliding, vliegen in Israëlische gevechtsjets. En dan zijn eindeloze seksuele veroveringen: als jongeman was hij een expert in versieren, aldus Lanzmann, later vond hij dat tijdverspilling en ging hij daarom recht op zijn doel af. Dat liep niet altijd goed af. NRC-journalist Joyce Roodnat schreef vorig jaar rond #metoo hoe Lanzmann haar tijdens een interview rond de première van Shoah betastte.
Die branie herleidde hij zelf deels tot schaamte: als scholier ontkende hij dat hij joods was, zodat hij niet werd geslagen door antisemitische klasgenoten.

Claude Lanzmann had zelden ongelijk en nimmer spijt. Wel een beetje over het lot van zijn jonge zusje, de actrice Évelyne Rey, die hij als 16-jarige introduceerde bij de filosofen Gilles Deleuze en Sartre, bij wie ze als maîtresse van hand tot hand ging en die de reputatie opbouwde van opportunistische sloerie; Rey pleegde op 36-jarige leeftijd zelfmoord. Maar zeker niet van zijn communisme. Lanzmann gaf de excessen van Stalin en Mao later toe – niet dat communisme inherent fout was. Maar ja: hij en Sartre waren nu eenmaal ‘hopeloze romantici’. Zichzelf nam hij iets minder streng de maat dan anderen. Maar je gedenkt een kunstenaar om zijn werk. Met Shoah heeft Lanzmann, die donderdagmorgen in zijn woonplaats Parijs op 92-jarige leeftijd overleed, de wereld een formidabel monument nagelaten.

Correctie (6 juli 2018): in een eerdere versie van deze necrologie ontbrak de verwijzing naar #metoo.

    • Coen van Zwol