Opinie

Kind bij scheiding nog steeds niet goed af

Wat wil het kind écht? Om daarachter te komen heb je de juiste expertise nodig, schrijft . En die ontbreekt nu.
Illustratie Getty Images/iStockphoto

Voor veel kinderen is de scheiding van hun ouders de ramp van hun leven. Het nest waarin ze zijn geboren, valt uit elkaar. In mijn klinisch-psychologische kinder- en jeugdpraktijk behandelde ik de afgelopen veertig jaar gemiddeld vier kinderen per week die in hun ontwikkeling geremd werden tijdens en na de scheiding van hun ouders. Mij werd duidelijk dat een kind-in-scheiding een enorme prestatie moet leveren om zich te blijven ontwikkelen ‘alsof er niets aan de hand is’. Ouders blijken bij een scheiding nogal eens hun ouderrol uit het oog te verliezen, door hun eigen belang in de nieuwe situatie centraal te stellen en van hun kind te verwachten dat het zich daaraan aanpast.

Een voorbeeld: met een jongen van 14 besprak ik de mogelijkheid van een overleg samen met zijn beide ouders. Hij antwoordde: „Als ik zou zeggen dat ik liever bij mijn moeder woon, trekt mijn vader wit weg. Als ik zou zeggen dat ik bij mijn vader wil wonen, trekt mijn moeder wit weg. Daarom zeg ik fifty-fifty”. Ik: „En meen je dat ook?” Hij: „Nee, maar het is een oplossing.”

Het is een antwoord dat door kinderen makkelijk gegeven wordt. Bij gebrek aan expertise wordt dan niet doorgevraagd, terwijl er op het ogenschijnlijk neutrale antwoord wel de nieuwe situatie in de scheiding wordt gebaseerd. Voor het kind betekent dat vervolgens een voortdurend zich moeten aanpassen aan een situatie waarover hij niet eerlijk durfde te zijn.

Lees ook: Zonder-een-kap na de scheiding

Ongewenste gang van zaken

Dat dit voor een kind-in-scheiding een ongewenste gang van zaken is, lijkt inmiddels ook tot de Tweede Kamer doorgedrongen. Het ‘Platform Scheiden zonder Schade’ werd ingesteld, op gezag van de ministeries Justitie en Veiligheid en Volksgezondheid, onder leiding van voormalig gezinsminister André Rouvoet. Zijn verslag werd gepubliceerd in februari 2018 met als titel: ‘Scheiden... en de kinderen dan?’. Gesproken was onder anderen met vertegenwoordigers van de Raad voor de Rechtspraak, de Raad voor de Kinderbescherming en de Vereniging Familierecht Advocaten Scheidingsmediators.

Opvallend, omdat de drie gezelschappen niet bekendstaan om hun gespecialiseerde kennis van kinderen. Opvallend ook omdat de beroepsverenigingen waar men wél verstand heeft van kinderen-in-scheiding niet op de lijst voorkomen: het NIP Sector Jeugd (psychologen), de VKJP (wetenschappelijke vereniging voor kinder- en jeugdpsychotherapeuten) en de NVO (orthopedagogen).

Lees ook: Twintig jaar co-ouderschap, hoe is dat eigenlijk voor de kinderen?

Lappendeken

Gestimuleerd door het verslag is in maart door de rechtbanklocatie Zwolle een pilot gestart met het invoeren van het zogeheten ‘bruggesprek’, waarin scheidende ouders hun kinderen betrekken bij het opstellen en regelen van zorgtaken. ‘Door dit te doen moeten ouders met hun kinderen in gesprek gaan en daarbij op de reacties van hun kinderen letten’, staat er in een persbericht op de site Weblog Zwolle. In mei werd het uitvoeringsprogramma ‘Scheiden zonder Schade’ aangeboden aan de Tweede Kamer door de ministers Sander Dekker en Hugo de Jonge. Een lappendeken van voorstellen en actieplannen en vraagtekens bij de positie van het kind.

Ondanks de inzet en het enthousiasme waarmee er plannen worden opgesteld, waag ik het te voorspellen dat het doel van de Rouvoet-exercitie niet gehaald zal worden. Om de schade voor kinderen-in-scheiding te beperken is het belangrijk dat je de wensen en behoeften van het kind over de nieuwe situatie kent én centraal stelt bij de vormgeving daarvan. Praten over kinderen is makkelijk, praten mét kinderen veel moeilijker. Een kind ziet elke volwassene als iemand die hem wil opvoeden. Ouders, ouders van vriendjes, leerkrachten, de dokter, opa’s, oma’s: het zijn allemaal volwassenen die zeggen wat je wel en niet mag. Een volwassene die met het kind in gesprek wil over de scheiding, wordt door het kind dus ook gezien als opvoeder. Een kind vertelt aan opvoeders gewoonlijk wat die horen willen.

Om te weten wat een kind echt denkt en vindt, moet de volwassene eerst een vertrouwensrelatie met het kind kunnen opbouwen. Deze vaardigheid is het terrein van psychologen en (ortho)pedagogen gespecialiseerd in de kinder- en jeugdpsychotherapie. Een goede attitude luistert nauw. Opmerkingen als ‘wat heb je goed je best gedaan’, of ‘denk er nog maar even rustig over na’ zijn uitspraken die volwassenen als vanzelf uit de mond rollen, maar door het kind als opvoederstaal gehoord worden. Aan zo iemand ga je als kind niet vertellen wat je ten diepste bezighoudt over de scheiding en de toekomst.

Lees ook: Zo kun je een vechtscheiding voorkomen

Wat vindt het kind écht?

Want dat is waar het om gaat: wat vindt het kind écht? Aan de Jeugdzorg kan dat niet overgelaten worden. De Jeugdhulpverlener en de Jeugdbeschermer worden door de overheid onterecht gezien als de deskundigen in de Jeugdzorg. Voor een betrouwbaar gesprek met een kind hebben zij de vereiste attitude en technieken niet geleerd. Hetzelfde geldt voor juristen. De kans op schade in de emotionele ontwikkeling van kinderen en jeugdigen zal door de bemoeienis van deze quasi-experts eerder groter worden dan kleiner. Kinderen verdienen de beste specialisten, hun ouders ook. Een pilot waarin psycholoog-familymediators en kinderpsychotherapeuten de handen ineenslaan, zou wel eens tot veel betere resultaten kunnen leiden dan een ‘bruggesprek’.