Toch weer nieuw hoofdstuk voor Nederland in Afghanistan

Militaire missie

Naar verwachting steunt de Tweede Kamer donderdagavond het besluit om zestig extra militairen naar Afghanistan te sturen. Zes vragen over de missie.

Nederlandse militairen op patrouille in Uruzgan, in het zuiden van Afghanistan, in 2010. Foto AFP / Deshakalyan Chowdhury

Een ruime meerderheid van de Tweede Kamer zal naar verwachting donderdagavond, op de laatste dag voor het zomerreces, instemmen met een uitbreiding van de Nederlandse militaire missie in Afghanistan. Nederland is militair gesproken al een kleine twintig jaar bij het instabiele en arme land in Azië betrokken. Enkele vragen.

1. Wat houdt het kabinetsbesluit in?

Nederland zal in het kader van de NAVO-actie Resolute Support tot eind 2021 ongeveer zestig militairen extra naar Afghanistan sturen. Daar zitten sinds 2015 al rond de honderd Nederlandse militairen. De NAVO-missie is gericht op het trainen, begeleiden en adviseren van het Afghaanse regeringsleger, dat strijdt tegen de opstandelingen van de Taliban. Het is niet de bedoeling dat de NAVO-militairen actief meevechten.

De huidige Nederlandse missie bestaat uit medisch personeel (25 man), een transporteenheid (30 man), een logistieke eenheid (20 man), adviseurs (10 man) en 15 stafofficieren. De zestig extra mensen gaan zich vooral bezighouden met het opleiden van Afghan Special Security Forces (commando’s). Dit gebeurt in nauwe samenwerking met de Duitsers.

2. Wat heeft Nederland in Afghanistan te zoeken?

Nederlandse militairen waren voor het eerst in 2002 in Afghanistan. Dat was toen in het kader van de operatie die de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk begonnen na de aanval van Al Qaida op het World Trade Centre in New York en het Pentagon in Washington. De terroristen werden ervan verdacht hun hoofdkwartier in Afghanistan te hebben.

Langzaam maar zeker breidde de Nederlandse aanwezigheid zich uit tot de grootse naoorlogse missie toen in 2007 2.500 militairen in de Afghaanse provincie Uruzgan werden gelegerd. In 2010 raakte het vierde kabinet Balkenende verdeeld over het opnieuw verlengen van de Nederlandse aanwezigheid. Het conflict tussen CDA en PvdA leidde tot een kabinetscrisis en de Nederlandse militairen keerden terug. Later werd besloten tot een veel kleinere trainingsmissie van in totaal vijfhonderd man, vooral gericht op het opleiden van Afghaanse politieagenten in het in het noorden gelegen Kunduz.

3. Wat gaan de Nederlanders nu doen?

Zij gaan zich vooral bezighouden met trainen en begeleiden van de Afgaanse veiligheidstroepen. De precieze taakverdeling wordt afgestemd met de Duitsers.

4.Hoe gevaarlijk is de missie?

Omdat het om training gaat, zijn Nederlanders minder bij directe gevechtshandelingen betrokken. Maar het risico op aanslagen is er altijd. Bij de operatie Resolute Support zijn tot nu toe geen Nederlandse slachtoffers gevallen.

Lees ook: Hoe gevaarlijk is Afghanistan eigenlijk?

5. Hoe ligt de militaire steun politiek gesproken in Nederland?

Dit beeld is zeer wisselend. Toen in 2006 besloten werd tot grootschalige aanwezigheid in Afghanistan, waarbij Nederland de provincie Uruzgan kreeg toebedeeld, was de PvdA als grootste oppositiepartij tegen. Maar toen in 2008 verlenging aan de orde was, stemde de inmiddels tot het kabinet toegetreden PvdA voor.

Twee jaar later keerde de PvdA zich tegen verlenging. Ook stemde de partij, die toen niet meer in het kabinet zat, tegen de trainingsmissie in Kunduz. Deze operatie kreeg dankzij de steun van GroenLinks een meerderheid. De leden van GroenLinks waren sterk verdeeld over deze steun.

De SP en de PVV zijn om uiteenlopende redenen altijd tegen geweest. Volgens de SP is buitenlandse militaire interventie in dit conflict zinloos. De PVV vindt dat Nederland niets te zoeken heeft in Afghanistan.

6. De Tweede Kamer stemt in meerderheid in met de missie, maar heeft de politiek hier eigenlijk wel iets over te zeggen?

Strikt genomen niet. Volgens de Grondwet besluit de regering eigenstandig over het uitzenden van militairen naar het buitenland. Maar in de praktijk is een procedure ontwikkeld waarbij de Tweede Kamer zeer nauw betrokken wordt bij het uitzenden van militairen. In theorie kan een kabinet tegen de wil van een meerderheid van de Tweede Kamer buitenlandse militaire missies beginnen, maar in de praktijk zal een kabinet dit niet doen.

    • Mark Kranenburg