Kabinet: ‘Europa’ is last voor gemeenten bij inkoop zorg

Zorg Het kabinet heeft kritiek op Europese regels voor aanbesteding. Die maken van jeugd- en ouderenzorg een ‘markt’.

Dossiers van een jeugdhulpverlener, een vorm van zorg die sinds 2015 door de gemeente wordt geregeld. Foto ANP Xtra Roos Koole

Gemeenten hebben last van Europese regelgeving bij de inkoop van zorg voor kwetsbare jeugd, mensen met een beperking en ouderen. Dat zegt vicepremier en minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) in een toelichting op een brief die hij woensdagavond naar de Tweede Kamer stuurde. „Concurrentie is in de zorg niet het hoogste doel. De zorg is geen markt, laat staan een Europese markt.”

De Jonge, zo schrijft hij in de brief, gaat bij de Europese Commissie aandringen op meer ruimte binnen de Europese aanbestedingsregels. Die regels moeten zorgen voor gelijke concurrentie tussen bedrijven in de EU, maar leiden er ook toe dat kleinschalige lokale zorg openbaar en Europees moet worden aanbesteed. Het kabinet wil dat deze gemeentelijke zorg wordt uitgezonderd.

Sinds 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor jeugdzorg, gehandicaptenzorg en maatschappelijke ondersteuning. Dat gaat van jeugdpsychiatrie tot schoonmaakhulp voor kwetsbare ouderen. Gemeenten konden er aanvankelijk nog voor kiezen een zorginstelling van hun voorkeur, die bijvoorbeeld al tientallen jaren psychische jeugdzorg aanbood in een bepaalde wijk, te contracteren.

Een jaar later werd een Europese richtlijn van kracht, waardoor gemeenten onder de Aanbestedingswet (2012) verplicht werden om de kleinschalige en lokale zorg openbaar en Europees aan te besteden. Dit geldt vanaf een bedrag van 750.000 euro, maar de inkoop van dit soort zorg is vrijwel nooit goedkoper.

Kwart minder salaris

Het leidt tot problemen voor gemeenten en zorginstellingen. Zo is er een groter risico dat commerciële zorgaanbieders op de markt komen die tegen zeer lage vergoedingen hun diensten aanbieden. Dat betekent voor medewerkers dat ze soms met minder tijd en geld dezelfde zorg moeten geven.

GroenLinks-leider Jesse Klaver wees in februari nog op dit probleem toen hij een initiatiefwet aankondigde om deze vorm van marktwerking in de zorg tegen te gaan. Klaver had in Doetinchem gesproken met thuiszorgmedewerkers die door de verplichte aanbesteding werden ontslagen, om daarna voor een kwart minder salaris weer aangenomen te worden.

Zorginstellingen voerden de afgelopen jaren rechtszaken tegen verschillende gemeenten, omdat ze te weinig geld zouden krijgen. In meerdere gemeenten leidde dat tot hogere vergoedingen, waardoor gezinnen en kinderen niet de dupe werden.

Lees ook hoe jeugdzorginstellingen alarm sloegen.

Doordat gemeenten steeds nieuwe contracten moeten sluiten met zorgaanbieders dreigen jarenlange behandelrelaties, bijvoorbeeld tussen jongere en therapeut, te verdwijnen. Vorig jaar leek het er bijvoorbeeld op dat de William Schrikker Groep zich terug zou trekken voor de zorg aan 300 zeer kwetsbare gezinnen, die soms als jaren door de medewerkers van deze instelling werden begeleid. De voorwaarden in de aanbesteding waren volgens bestuurders zo slecht dat de instelling geen goede zorg meer zou kunnen leveren. Na het protest trokken de betrokken gemeenten (Dordrecht en omstreken) toch de portemonnee.

Helpdesk en zomerschool

Gemeenten hoeven niet per se te kiezen voor openbare aanbesteding. Ze mogen ook gebruikmaken van ‘inbesteding’ – alle zorgverleners op de loonlijst van de gemeente, zoals in Scandinavië gebeurt – of een ‘open house’-constructie, waarbij weinig selectie-eisen worden gesteld.

Maar die opties hebben zoveel nadelen dat veel gemeenten ervan afzien, zegt De Jonge. Daarom wil het kabinet gemeenten helpen om inkoop via de aanbesteding soepeler te laten lopen. Zo komt er een „helpdesk”, handreikingen, gemeentelijke inkoopcursussen en een „zomerschool”.

Dat moet praktische problemen oplossen. Gemeenten kiezen er nu bijvoorbeeld vaak voor contracten voor slechts enkele jaren af te sluiten. Dat ze onder de huidige regels ook mogen kiezen voor langduriger contracten, is volgens de minister nog redelijk onbekend. Zo’n langdurig contract heeft als voordeel dat patiënten langer onder behandeling kunnen blijven bij dezelfde instelling.

Het is ook de bedoeling dat er minder administratieve rompslomp komt, bijvoorbeeld via gestandaardiseerde inkoopformulieren. Nu moeten instellingen die in meerdere gemeenten werken voor elke afzonderlijke gemeente andere formulieren invullen, wat leidt tot extra werk.

De Jonge, die in zijn vorige baan als wethouder zorg in Rotterdam al op dit probleem wees, ziet de hulp bij praktische problemen als een eerste pleister voor de korte termijn. De tweede stap moet versoepeling van de Europese regels zijn, waardoor gemeenten „meer vrijheid” zouden krijgen bij de inkoop van zorg.

De minister geeft toe dat het lang kan duren, maar stelt dat andere landen – zoals Duitsland – met dezelfde problemen kampen. De Jonge: „Er zijn dus partners om mee op te trekken in Europa. Ik ga ervan uit dat het uiteindelijk kan leiden tot minder marktwerking in de gemeentelijke zorg.”

    • Enzo van Steenbergen