Het arrangement

Kort verhaal

Illustratie Sella Molenaar

In de Finsenstraat in Amsterdam-Oost raken de oude en de moderne Watergraafsmeer aan elkaar. Aan de ene kant staan hoge huizen uit de jaren dertig, ruime dubbele etages met een badkamer met een bad. Ertegenover hurken krappe Wederopbouw-woningen met een douchecel. Drieënhalve kamer, zes per trappenhuis. Daar, op nummer 13-twee-hoog, sliep Tineke weer in het kamertje achter de schuifdeur naast de woonkamer. Zag weer de silhouetten van haar ouders door het bobbeltjesglas en hoorde ze hen hoesten bij de tv. En net als vroeger rolde ze zich op haar buik en dacht aan het Cocktail Trio.

Soep met speldjes

snoep met speldjes

speldjes bij de thee

speldjes bij ’t ontbijt

speldjes bij ’t diner…

Het oude liedje over een vergeten rage had haar als kind honderden keren in slaap geholpen. Nu ook, maar niet voor lang. Slapen was wakkerschrikken geworden.

Toen was ze klein, toen had ze kleine zorgen.

Nu stond ze bij de facking Bijenkorf op de afdeling damesmode.

Af en toe deed ze een stap achteruit, zo zag ze om een hoekje de klok waarop ze niet de hele tijd wilde kijken. Dan waren acht minuten verstreken. Soms tien. En meestal was er een klant en vaak kwam die voor haar. Daar had je er weer één, ze dook op uit een paskamer in een geel linnen blouse die haar te strak zat. Vrouwen kozen voor krap, wist Tineke sinds de maand die ze hier werkte. De klant in de blouse zwaaide om aandacht. „Is er hier ergens een grotere spiegel?” Tineke wees. „O ja. Daar.” De vrouw bekeek zichzelf in de blouse. „Wat een kleur, zeg. Is even wennen, maar…”

Tineke kon het niet laten: „Hij staat niet bij uw ogen, sorry dat ik ’t zeg.”

Zonder haar voeten te verplaatsen bracht de vrouw haar gezicht naar de spiegel. „Mijn ogen? Meent u dat nou?”

Achteloos bestudeerde ze niet haar ogen maar Tinekes spiegelbeeld, achter zich. Tot ze het zeker wist: „Wacht even, u bent het echt! U bent hoe heet ze ook al weer. Die zou hier werken, dat had ik in de krant gelezen. Geloofde ik niet, leek me overdreven, en nu staat u daar. Hoe heet u nou ook weer, u was getrouwd met… met die voetballer. Van Ajax. Hoe heet-ie ook weer?”

Zweet prikte in Tinekes nek. Er zweefde een zwart vlekje over haar netvlies. Hier moest ze dus aan wennen maar ook na een maand lukte het nog niet erg. „Mocht u tot deze aanschaf over willen gaan, de kassa is daar”, zei ze.

De vrouw drong niet aan. Tot ze bij de kassa stond, toen had ze zichzelf niet meer in de hand. Tegelijk met haar portefeuille pakte ze haar smartphone. Snel maakte ze een foto van Tineke, die deed of ze een rij colbertjes op kleur hing. Die staat aanstonds op Twitter, wist ze.

En zo was het. Met pront effect. Een vrouw, haar telefoon in haar hand, rees op de roltrap omhoog en stevende doelbewust op haar af. „Tientje. Tientje van Ray. Ik heb u nog op de tv gezien. Dat bent u toch?”

Tineke voelde hoe een harnas zich om haar ziel sloot. „Ja. Nee. Niet meer. Ik ben Tineke. Maar dat doet er niet toe. Wat kan ik voor u doen?”

De klant liet zich niet afleiden. Ze wees op de getwitterde foto en stak van wal. „Je bent gedumpt hè, door die donkere voetballer.” Zoals menig sensatiebelust mens stond ze erop om iemand te vertellen wat die iemand zelf was overkomen, alsof dat voor die iemand nieuws was.

„En je hebt niets willen hebben, van ’m. Geen euro. Is dat nou moedig of is dat nou stom, vroegen wij ons af. Want je had ’m vast wel een poot kunnen uitdraaien, toch?”

Tineke, die wist dat weglopen geen optie was maar verkopen wel, reikte de vrouw een rok aan. Een mooie, een dure, en zo te zien haar maat. Geïntimideerd verdween de vrouw ermee in een paskamer.

En kwam tevoorschijn. Tineke had er kijk op. De rok golfde om haar heupen, hij zat als gegoten. Zoals voorzien schrok ze van de prijs, maar ze verbeet zich – de personeelschef van de Bijenkorf die Tineke aannam had het goed gezien. Tegenover een semi-beroemdheid laat bijna niemand zich kennen. Dan wordt er gekocht. Omdat zij het zegt.

„Ik neem hem hoor. Maar mag ik iets vragen, zou jij je handtekening op de bon willen zetten? Als aandenken.” Ze beende naar de kassa alsof ze iets te verliezen had, en murmelde voor zichzelf uit: „Tientje van Ray loopt hier de verkoopster uit te hangen. Niet te geloven.”

Tineke, dacht Tineke. Tientje is dood, Tineke is terug.

Maar zo was het niet.

Net voor haar koffiepauze, kwam dat stel. Voetbalmensen, Tineke wist het direct. Pseudo-shoppend omcirkelden ze haar. De grote wenkbrauwen van de jongen verkleuterden de rest van zijn gezicht. Het meisje leek op Hatsune Miku, te lang, te dun, te kinderlijk. Ze hield zijn hand vast. Hij liet dat toe.

De jongen slikte – adamsappel alert!, dacht Tineke pesterig – en stotterde: „Tientje, goed dat ik je spreek. Mag ik je iets persoonlijks vragen?”

„Als het niet hoeft, liever niet, meneer”, zei ze. Maar jij bent niet te houden, dacht ze, ik voel het.

Omdat hij een stilte liet vallen, kwam het mangameisje erin, met een tekenfilmstemmetje: „Heb jij nou nooit een kind van die Ray willen hebben?”

„O dát. Ik was even bang dat het om iets persóónlijks ging.” Tineke grijnsde, niet agressief, wel afwerend. Ze wist hoe dat moest.

De jongen, wiens wenkbrauwen als rupsen op zijn voorhoofd bewogen, keek op zijn telefoon, Tineke volgde zijn blik. Op het scherm zag ze een microfoontje.

Shit, hij nam dit op.

„Zopas hoorden we het nieuws van die transfer.” Hij praatte met een galm, als een dominee. „24 miljoen. Ray gaat naar Barcelona en hij wil je zo terug, hij zei het op de ontbijt-tv. Dus Tientje, wat doe je?”

Tineke draaide zich om en begon te lopen. In marstempo liep ze om het strandeiland met de paspop heen, een wijdbeens zittende figuur in een goudgele kaftan op nepzand tussen potpalmen.

Een collega schoot toe, Tineke schudde haar af en bereikte achter de paskamers de wc. Ze sloot de deur, zakte op haar knieën op de tegels. Ze wiegde zichzelf in haar armen en zong.

Je kan bij mij geen speld meer horen vallen,

En mocht er eentje mee naar binnen gaan,

Neem dan als ik ’t meest probate middel

Meteen een veiligheidsspeld erachteraan.

Barcelona. 24 miljoen. Gekloofd was haar harnas. Nu stond haar ziel naakt, op stelten.

*

Illustraties Sella Molenaar

Ze hoopte dat haar ouders zich zouden inhouden, maar ze wist dat die al in lijn 9 zaten. Era en Zes, die ze sinds ze met Ray woonde geen mama en papa meer mocht noemen. Maar die dat wel waren, helemaal nu ze bij Ray weg was en weer bij hen woonde.

Sneller dan Tineke voor mogelijk had gehouden, stegen ze al op de roltrap op. Haar vader stormde op haar af, zijn kinnen vrij in zijn open boord. Hij was Ray’s beste vriend, vond hijzelf. Hij had hem als pupil getraind, was hem blijven begeleiden. Ray had zijn succes aan hem te danken, meende hij. Ray was familie, ‘de zoon die ik nooit had en die ik nu toch heb.’

„Je maakt die jongen kapot!” beet hij haar toe.

Dat hoorde ze al weken, haar deed het niets. Maar Tineke voelde hoe haar collega’s zich distantieerden en de klanten hun oren op steeltjes zetten.

„Papa, kan dit later? Ik ben aan het werk.”

Zes liet zich niet van de wijs brengen. „Jezus Tientje, hier is niets te doen wat een ander niet ook kan, hoor.”

„Ik heet Tineke, pap.”

„Ja, en ik heet Zes.”

Zes begon aan een verhaal over miljoenen en contract en Barcelona en topclub. „We kunnen daar over drie weken al beginnen.”

„Niks wij pap, dat is verleden tijd.”

„Doe niet zo kinderachtig. Luister naar me. Ray kan iedereen krijgen, en hij wil jou. Nog steeds.”

„Maar ik wil hem niet, pap. Je weet waarom.”

„Nee, dat weet ik niet. Jij bent te ver gegaan. Als jij míjn vrouw was, dan liet ik je heel diep zakken. Maar Ray niet. Hij is een vedette en jij hebt hem af laten gaan. Maar hij wil je terug en dat zegt hij zomaar op tv.”

„Ik heb het niet gezien, pap, en het kan me niks schelen.”

„Jezus, Tientje, is het nou nog niet genoeg? Die man vernedert zich voor je.”

Tineke dacht aan de bruidssuite in het Amstel Hotel. Aan de nacht van haar verlovingsfeest en aan het verlovingscadeau van haar vader. Dat was met zijn tweeën. In zwartkanten korsetten met cups DD en pumps op hakken van 12 centimeter.

„Ray vernederde mij, pap. Niet andersom.”

Nu kwam haar moeder ertussen. „Die jongen is jong, Tineke, en hij staat altijd onder stress. Gun hem de ruimte, dan zul je zien wat een goed huwelijk je krijgt.”

„Er komt geen huwelijk, mama. Ik trouw namelijk niet met hem. Die verloving was erg genoeg.”

Haar moeder keek lief, en daar kon ze niet tegen. Ze slikte en draaide zich om, in de hoop op een klant die haar hulp vroeg.

Terwijl Zes zichzelf stond te vertederen met een lofzang op Ray („Als die jongen naar me wees dan stak God zijn vinger naar me uit…”) legde Era haar arm om de schouders van haar dochter. Zachtjes trok ze haar naar zich toe, streelde haar wang, veegde een mascaraspoor weg.

„Lieffie, maak je niet zo druk. Mama is bij je. Wil je vanavond pannenkoeken voor me bakken? Dan beloof ik dat ik ze op zal eten.”

Tineke was weerloos. Dat wist ze en dat wilde ze. „Echt? En denk je dat pap dat ook wil? Dan gaan we daarna netflixen. Iets wat we allemaal leuk vinden. Harry Potter?”

„Doen we, liefje. Wijntje erbij. Gezellig met zijn drieën.”

„Ja. Op de bank. Onder een dekentje.”

Nu sloeg Era toe. „En dan hebben we het nog even rustig over Barcelona. Want je loopt iets te hard van stapel, lieverdje. We zouden het daar zo heerlijk hebben. Ik kan me toch niet voorstellen dat je liever bij de Bijenkorf staat dan aan de rand van je eigen zwembad in de Spaanse zon.”

Dat was het sein voor Zes, die nu het wonen in Barcelona begon op te hemelen en zichzelf een Ferrari toebedacht, „vindt Ray vast wel goed. Die verdient genoeg.”

Geen paniek, vermaande Tineke zichzelf, vooral geen paniek.

„Kappen mam, ik ga niet naar Spanje. En zeker niet met die lul met vingers. Harde vingers, harde lul. Gaan jullie weg, ik moet werken.”

Ze liep naar een vrouw bij de badjassen, vroeg vergeefs of ze haar van dienst kon zijn en verdween op een draf uit het zicht van Era. Die riep: „Tientje! Khouvajje!”, gebaarde naar Zes dat hij zich erbuiten moest houden en liep achter Tineke aan.

Na wat zoeken trof ze haar bij de paskamers. Wachtend voor een dichtgeschoven gordijn, in gesprek met een klant.

„Wat zegt u mevrouw? Liever iets van Donna Koran? Laag uitgesneden vraagt om a touch meer neklijn. Jurken? Nee, die zijn uit, dit is het seizoen van de robes manteaux. Le noir toujours le noir. Zit heerlijk en is altijd chic.” Haar stem knerpte nu. „Anders nog iets? De doos erbij? Cash? Creditcard? Op rekening? Oh hell. Wat moet ik nou.” En begon te snikken.

Era schudde Tineke door elkaar tot ze bij zinnen was. Toen schoof ze het gordijn opzij. Het pashokje was leeg. Op de spiegel stond met lippenstift ‘fuck you’ geschreven, wat Era met haar mouw uitveegde. „We gaan niet doordraaien, Tientje. Niet nu alles goedkomt. Dat doe je me niet aan, scheet.”

Ze greep haar dochter in haar nekvel, gaf haar een pets in haar gezicht en zoende haar op haar lippen.

„Jij gaat nu aan de slag, dan kalmeer je wat. Wij halen je vanavond op. Alles komt goed. Tot straks, poesje.”

*

Illustratie Sella Molenaar

Tineke gunde zich een sigaret op het toilet, stiftte haar lippen en keek lang in de spiegel. Ray vindt mij mooi, dacht ze, maar niet mooi genoeg. Ze trok de hals van haar jurk omlaag, volgde met haar wijsvinger de knik in haar sleutelbeen, aandenken aan zijn vuist toen ze geen zin had in die borstvergroting. Die strijd had ze verloren. Daar stonden de borsten waar ze nooit aan was gewend.

Ze ging terug naar de afdeling, sloeg haar lunchpauze over om de andere verkoopsters schadeloos te stellen voor de toestanden.

Het was niet druk, de tijd kroop weer.

Een enkele sensatiebeluste klant maakte tersluiks een foto. Ze werd aangesproken: „En? Zeg je ja?” Wat ze pas begreep toen een vrouw het huwelijksaanzoek had gereciteerd dat Ray haar inmiddels op Radio 1 had gedaan: „Tientje, als je dit hoort, zeg ja schatje. We gaan trouwen, ik mis je.”

Alsof ze dat niet al tien keer had gehoord. Hij wilde helemaal niet trouwen. Hij wilde niet de Ajax-stervoetballer zijn die gedumpt was door zijn vaste vriendin.

Het liep tegen negen uur. „De Bijenkorf gaat sluiten”, zoemde de gesuikerde microfoonstem over de etages.

De klanten roltrapten braaf naar de parterre en de uitgangen. Bij damesmode begonnen de verkoopsters op te ruimen, op te vouwen, op maat en kleur te hangen. Tineke viste de proppen van het strandeilandje met de paspop en checkte eronder op vuilnis. Een volle luier, plastic tasjes, afgerukte prijskaartjes. Ze trok de kaftan recht, tikte de pop tegen haar siliconen wang.

Waar bleven Era en Zes? Ze wilde naar huis. Pannekoeken, tv-kijken, welterusten zeggen. Slapen in haar eigen kamer achter de schuifdeur.

Rust.

„Hé! Wakker worden! Dromen kan later nog.” Zes kneep Tineke in haar rechterbil en schreeuwde naast haar oor. Ze moest opschieten, zei hij. Era vroeg of de kassa al gesloten was. „Je moet nog even iets nieuws kopen, meis, we willen niet dat iedereen je in een vod te zien krijgt.”

„Iets nieuws? Hoezo? Ik ga nergens heen.”

Haar vader en moeder hadden wel iets beters te doen dan naar haar te luisteren. Terwijl Era lukraak wat jurken aansleepte, zei Zes dat ze mee moest. Pas die dingen maar in de taxi, we moeten naar de studio.

Tineke probeerde in slow motion te reageren. Ze zwaaide naar een collega die naar huis ging en begreep eindelijk wat Zes en Era zo opwond. Ray wilde haar live op tv om haar jawoord vragen en dat zou zij dan live geven. De redactie van die talkshow, „je weet wel, met die blonde vrouw” had het verzonnen en Ray was enthousiast. „Is het niet fantastisch?” De ogen van haar moeder stonden groot en troebel. Ze rilde of ze koorts had.

Tineke snoof. Ze rook drank. Eerst even die jurken terughangen. Maar Era plukte ze furieus weer uit de rekken, dus dat had geen zin. „Zullen we dan maar naar huis gaan? Ik ben moe, jullie ook denk ik. We gaan gezellig netflixen, weet je nog?”

Era keek haar aan of ze gek geworden was. Zes maakte zich breed en ging dicht bij haar staan, Tineke zag zijn mannenborsten schudden van verontwaardiging. Routineus stapte ze achteruit om zijn graaiende hand te ontwijken.

„Au! Blijf van mijn haar af. Ik ga nooit meer op tv. En ik trouw niet met Ray. Vergeet het maar. Hij neukte me drie keer per dag, of ik wilde of niet.”

Zes grijnsde dat hij dat ook wel zou willen, wat hem op een goedmoedige pets van Era kwam te staan die met zalvende stem aanvulde: „Nou en? Ray is een gezonde jongen, dan gaat dat zo.”

Tineke begon op administratieve toon op te sommen wanneer hij haar had mishandeld en hoe.

„Ja, die riedel kennen we, Tientje. Niet zeuren. Je hebt er stevig van gevreten, schat, met alle respect. En hij wil het goedmaken. Ik heb hem even gebeld, hij heeft het zelf beloofd. We beginnen gewoon opnieuw.”

„We? Wie zijn we?”

Nu nam Zes het over. „Tientje, niet zo flauw doen. Je snapt je moeder best. Jij ging weg bij Ray. Wij niet. En nu fixen we het weer voor je. Kun je godverdomme eens een keertje dankbaar zijn?”

Tinekes mond werd een scherf. „Oh oh oh wat zijn jullie zielig. Ik zou het opsturen naar André Hazes, die maakt er wel een versje bij.”

Dat pikte Zes niet. „Niet spotten met een dooie vriend, Tientje.”

„Tineke. Ik. Heet. Tineke.”

„Nee, jij blijft Tientje voor mij, altijd. Mijn kleine meisje dat ik…”

„…een roze T-shirt gaf met dwarsover haar borsten de woorden…”

„O ja, dat je dat nog weet, dat was geinig. Iedereen keek ernaar. Want dat voorgeveltje van jou mocht er wezen, zo jong als je was…”

„… met dwars over mijn voorgeveltje de woorden: All This And Brains Too. Oh, wat hebben we gelachen. Jullie en iedereen in het supportershonk. Ik ook, want ik snapte niet wat het betekende. Nog steeds niet eigenlijk, maar dat doet er nu niet toe. En uitgerekend dat shirt moest ik drie weken later wéér aan van julie, voor de playbackshow in de VIP-room. Ik deed Madonna. ‘Like a virgin’. Jullie idee. En toen ik klaar was, duwden jullie me bij Ray op zijn knieën.”

Era draaide aan haar ringen, ze genoot van die herinnering. „Logisch. Wij waren Ray’s grootste fans. Nog altijd hoor, dat gaat nooit meer over. Daar kom zelfs jij niet tussen, jongedame.”

Tineke pakte Era’s pols. Ze schudde haar hand op de maat van de woorden die ze intoneerde of ze de tafel van zes opzei: „En toen pakten jullie Ray’s handen, allebei ééntje, en die legden jullie op All This And Brains Too.”

Zes mijmerde intussen voor zichzelf: „We hadden gewonnen. Ray had drie keer gescoord. Die jongen was toen al zo goed, weet je nog Era, die pass op rechts? Aanspelen, loshalen, uithalen, goal. Dat heeft zelfs Cruijff nooit geflikt. Ray heeft het trouwens…”

Nu barstte Tineke uit in de woede die ze steeds had ingeslikt: „Ik was vijftien en jullie jonasten me op het kruis van een vijfenwintigjarige man op en neer. Enig idee wat ik voelde? Een bult. Een dikke pik. Ik was als de dood.”

„Zeg, moet dat, die woorden? En trouwens, jij wist niets van Abraham en de mosterd op de worst? Geloof je het zelf?”

Era leunde gepikeerd tegen een display met sweaters, die langzaam op de grond gleden en door Tineke werden opgeraapt.

Zes begon een sigaret op te steken, bedacht zich (‘Roken Verboden’), maar hield zijn aansteker in zijn hand en praatte verder met sigaretgewiebel in zijn mondhoek.

„Je vond het leuk”, suste hij. „Het wás ook leuk. Ray vrat je op, die kon zijn handen niet thuis houden, hij ging er zelfs op zitten. Hij riep: trouw met me! En wij antwoordden met zijn allen: ja! Bood de club spontaan een kist champagne aan. Jullie stonden de volgende ochtend in de krant. Zit allemaal in het eerste plakboek.”

„Ja, goed bedacht. Ray’s verloving op mijn verjaardag, de bladen stonden er vol mee. Zestien was ik toen. Een kind met een verlovingsring. Een kindsoldaat.”

„Een kindsoldaat.” Era kraaide van de lach. „Hoe kom je erop. Overdrijf niet zo. Je vond Ray enig, ik zag het aan je. En je wou maar wat graag van school af.”

„Okay, jij je zin. Ik vond het enig en ik wilde van school af om fijn alleen te zijn in dat grote huis van hem. Maar nu niet meer. Ray kan opdonderen en ik ga niet op tv. Echt niet, papa. Kunnen we hier nu over ophouden en gewoon naar huis gaan? Ik kook vanavond voor ons. Weet je nog?”

Era keek haar aan. Haar huid leek uitgedroogd, ze trok haar jas om zich heen of ze het koud kreeg. Tientje hoorde haar grommen als een gewonde tijger.

„Jij koken? Me hoela. Als je jonger was, vroeg ik uithuisplaatsing aan. Ik weet niet meer wat ik met jou moet. Alles hebben we voor je gedaan. Je verpestte het. En weer hadden we het voor elkaar, met Ray, met de skybox, met alles. En nu konden we zelfs naar Barcelona. Maar nee. Jij denkt alleen maar aan jezelf.”

Ze staarde omhoog de lichthal in, even was het helemaal stil.

„Nooit niks hebben we aan jou gehad en je bekijkt het maar. Wij gaan nu naar ons huis en jij niet. Want wij hoeven jou niet meer. Zes, kom je mee? Wij gaan weg en Tientje, o sorry, Ti-ne-ke, zoekt het maar uit.”

Grimmig haakte ze in bij haar man. Die zweeg, eindelijk, en slingerde haar solidair richting roltrap. Een verslagen echtpaar, afgeleefd. Schimmen.

Tinekes ziel begon aan een vrije val.

„Mam, Era, toe nou. Ik bedoel het niet zo. Pap! Kusje! Kusje?”

Era maaide met een ruk een kledingrek neer. Zes hield zijn aansteker omhoog. Hij klikte hem aan, draaide de vlam op. Zoetjes begonnen de sprinklers de afdeling damesmode te beregenen.

Tineke zakte op handen en knieën. Op haar buik schoof ze door het nat naar het strandeiland. Ze kroop bij de etalagepop op schoot, haar gezicht in de lange nylon haren. Ze zong zichzelf in slaap.

Sla met speldjes

Vla met speldjes

Speldjes in het blik

El-lek hapje eten is een speldenprik.

Illustratie Sella Molenaar

Het lied Soep met Speldjes (1966) werd geschreven en gecomponeerd door Carel Alberts, Ad van de Gein, André Meurs en Tonny More.

    • Joyce Roodnat