Opinie

    • Ellen Deckwitz

Heimwee

Wanneer je geobsedeerd bent door poëzie komt er een moment waarop je de bibliotheek uit moet en de wereld intrekt, om daar te ontdekken hoe er elders wordt gelezen, hoe ze in andere culturen tegen gedichten aankijken, hoe de voordracht in Azië verschilt van die in bijvoorbeeld Afrika. De afgelopen jaren heeft de dichtkunst me op talloze plekken gebracht: van Mongolië tot Oman, van Argentinië tot Amerika, van Indonesië tot Alphen aan den Rijn. Het vele reizen hielp me bovendien van vliegangst af en zorgde ervoor dat ik een stuk meer ontspannen ben. Op reis overkomt de wereld je, en zolang je daarmee akkoord gaat wil het allemaal best.

Het enige wat helaas geen Poesjkin of Dickinson kan verhelpen, is de heimwee. Als kind was ik al ziek na een weekend van huis en zelfs als volwassene heb ik elke dag in het buitenland wel een kleine zenuwinzinking. Het is niet zozeer mijn huis of land dat ik mis, noch de mensen maar vooral de routines, de geuren, de structuur van een dagelijks leven, de taal. De geruststelling dat je niet terug hoeft. Omdat je er al bent.

Jarenlang dacht ik dat het volstouwen van mijn koffer het antwoord was. Natuurlijk vraagt zo’n geval erom: je kijkt ernaar en denkt ja, als ik dan toch zo’n ding meeneem dan zou ik hem beter wel helemaal volproppen. En zo heb ik jaar na jaar een verlengde versie van thuis meegesleept: knuffeldieren, foto’s, boeken, mijn eigen ochtendjas. Ik zag het niet als een vorm van nodeloos hamsteren, maar als het inpakken van ankers. Met al die extra bagage maakte ik van iedere hotelkamer een klein fort, vol afgodsbeelden van thuis. Tot ik vorig jaar naar Rusland ging en bij aankomst op het vliegveld bleek dat mijn koffer was verdwenen. Ik zou een week lang zonder ankers moeten doorbrengen.

En zo liep ik door winters Sint-Petersburg. Het was waterkoud, donker, ik was sip, moest ongesteld worden. Ik was alleen en zag alleen maar stellen om me heen, aan elkaar verkleefd als ziek weefsel. Ik wilde op mijn bank liggen met mijn eigen spullen om me heen.

Ik appte een vriendin dat ik zoveel heimwee had. Ze antwoordde dat ik een slak moest worden.

„Draag je huis op je rug”, berichtte ze, „word je eigen thuis. Dan ben je nooit echt weg.”

Sindsdien probeer ik met steeds minder bagage te reizen. Tot ik mezelf ervan overtuigd heb dat ik mijn huis altijd al bij me draag. Dat het zwaar is maar niet verdwijnt, wat ik ook probeer.

Ellen Deckwitz schrijft op deze plek een wisselcolumn met Marcel van Roosmalen.

    • Ellen Deckwitz