Geen Brecht en Shakespeare maar rauwe, stedelijke cultuur

Arbeidsmarkt Te veel studenten, te weinig werk. Hef artiestenopleidingen op het mbo op, adviseerde een onderwijscommissie onlangs. Hoe kijken studenten zelf tegen hun baankansen aan?

Foto Bram Petraeus

„In de artiestenopleiding heb ik heel veel geleerd over mijzelf”, zegt Joep Noijons (21), die nog niet zo lang geleden de opleiding voor uitvoerend artiest aan het Regionaal Opleidingscentrum (ROC) Tilburg afrondde. Zulke theateropleidingen zijn populair, ook in het middelbaar beroepsonderwijs. Aanvankelijk was een opleiding tot uitvoerend artiest er alleen als hbo-opleiding, in 2005 begonnen de eerste drie mbo-artiestenopleidingen.

„Toen we begonnen, zagen we met verbazing aan hoe succesvol de opleiding was. De aanmeldingen kwamen met honderden tegelijk”, zegt Sigrun Jording van de artiestenopleiding van het ROC in Amsterdam. Andere ROC’s zagen het succes en deden het na. Inmiddels zijn er twintig mbo-opleidingen tot uitvoerend artiest, van Leeuwarden tot Sittard. De afgelopen dertien jaar groeide het aantal studenten er van 400 tot ruim 3.000.

Op een half miljoen mbo-studenten valt dat nog mee. Maar het enthousiasme van de mbo-studenten voor de opleiding blijkt nu veel groter dan de vraag naar artiesten. Volgens het Centrum Onderzoek Arbeidsmarkt in Maastricht is de kans op vast werk zelfs zeer beperkt. En dat was reden voor de Commissie Macrodoelmatigheid mbo om in april te adviseren de artiestenopleidingen op te heffen. Delen van de opleiding zouden in andere opleidingen kunnen worden opgenomen.

Persoonlijke waarde

Opheffing vindt Johan van Aalst, programmadirecteur van sQuare – een gesubsidieerde Amsterdamse broedplaats voor creatieve mbo-gediplomeerden – te ver gaan. Van Aalst, die zelf de docentenopleiding aan de theaterschool Amsterdam volgde, vindt de conclusie eenzijdig. Mbo-studenten komen misschien zelden in een traditioneel theater- of dansgezelschap terecht, ze weten een diverser publiek te trekken, dat meestal niet naar de gevestigde podia komt.

Creatieve mbo’ers zijn anders dan creatieve hbo’ers, zegt ook zijn collega van sQuare Marieke Gervers. „Op het hbo krijg je Brecht, Shakespeare en de westerse cultuur tot je. Op het mbo vind je meer diversiteit en rauwe, grootstedelijke cultuur.”

Minister van Engelshoven (D66, Onderwijs) wil eerst aan de mbo-scholen zélf overlaten wat ze met het advies over de creatieve mbo’s willen doen. Een werkgroep gaat onderzoeken hoe de groei van studenten kan worden beperkt.

Volgens enquêtes zijn studenten tevreden over de artistieke opleiding die ze volgen. De meeste scoren goed in de Keuzegids voor het mbo.

Een theateropleiding heeft persoonlijke waarde, zegt Noijons. „Je wordt geconfronteerd met jezelf. Ik was 16, aan het einde van mijn puberteit. Dan kom je daar te staan, doet een monoloog en er wordt gezegd dat het driedubbel poep is wat je net hebt laten zien. Dat je niet zeker over komt, een slap uiterlijk hebt en dat je niet sterk genoeg in je schoenen staat.”

Als de kritiek hard is, zegt Noijons, „is het lastig te beseffen dat het gezegd wordt tegen jou als acteur, en niet tegen jou als persoon. Dat soort dingen leer je.”

Na de opleiding nam Noijons een tussenjaar. Nu doet hij een hbo-opleiding culturele en maatschappelijke vorming aan de Hogeschool van Amsterdam.

Daarin is hij geen uitzondering: 57 procent van de afgestudeerde artiesten stroomt door naar het hbo. Voor een stage werkt Noijons nu met leerlingen die moeite hebben met Nederlands.

Ook in dat werk zegt hij plezier te hebben van zijn artiestenopleiding: „Ik ben me bewust van hoe ik dingen overbreng. Dat kan ik toepassen in mijn lessen. Hoe sta ik voor deze groep, hoe komt wat ik zeg over? Ik heb al leren reflecteren op mezelf.”

Van de minderheid studenten die niet naar een vervolgopleiding gaat, krijgt tweederde binnen een jaar werk. De helft zegt dat dit werk op het niveau van de opleiding is.

Een ex-klasgenote van Noijons is nog zoekende – een ander is fotomodel geworden. En nog een aantal is naar docentenopleidingen in het hbo gegaan. Facebook en LinkedIn melden beroepen als schoenverkoper bij Van Haren of content manager bij een catering- en entertainmentbedrijf.

Veel werk, weinig banen

Les in zelfstandig ondernemerschap is een belangrijk onderdeel van veel artistieke opleidingen. Want de afgestudeerden kunnen weliswaar bij de vele festivals en entertainmentbedrijven aan de slag, maar meestal gaat het dan om losse klussen. „Er is veel werk, maar er zijn weinig banen”, zo vat Van Aalst het samen tijdens een door sQuare georganiseerde bijeenkomst over de toekomst van werk in Fotodok in Utrecht.

Er zijn veel afgestudeerde mbo’ers aanwezig – ‘slashies’ noemen ze zichzelf: producent/facilitator/kok/schoonmaker of cultureel organisator/musicus/facilitator/spreker. Ze hebben wat ze noemen een ‘portfoliocarrière’. Ze laten geen cv met banen zien, maar het werk dat ze omhanden hebben. Verhalen vertellen, decors opbouwen, modeshows in elkaar zetten, een reclame voor Nike vormgeven of dansen. Jording van het ROC in Amsterdam: „Ze hebben het been niet zo hoog gestrekt als bij de dansacademie of het Nationaal Ballet, maar de energie is ongelofelijk overtuigend. Je pikt ze er zo uit.”

    • Maarten Huygen