Fauna spartelt in modder Kleine Aa

Watervoorraad

Er is in Nederland nog geen sprake van een nationale dreiging of een noodsituatie. Pas als het over twee tot drie weken nog altijd even droog is, gaan de draaiboeken open en volgen er drastische maatregelen.

Toch is er regionaal wel degelijk al overlast; vooral de hoger gelegen delen van Nederland, in het zuiden en oosten, zuchten onder een almaar slinkende watervoorraad voor landbouw en natuur. „Veel sloten en beken hebben geen water meer of staan onder peil terwijl de zomer pas net begonnen is”, meldt woensdag het waterschap Aa en Maas.

Medewerkers staan langs een goeddeels drooggevallen beek, de Kleine Aa in het Oost-Brabantse Someren, en wijzen naar de modder waarin de laatst overgebleven aquatische fauna spartelt. „Al het leven verdwijnt”, zegt beleidsmedewerker Jos Kuit. „Vooral libellen.”

De beek moet het hebben van grondwater en regenwater. En dat ontbreekt. „We proberen het water zoveel mogelijk vast te houden. Maar onze boeren hebben óók water nodig voor hun gewassen. Daar zit een spanning”, zegt dijkgraaf Lambert Verheijen.

Net als in veel andere delen van zuidelijk en oostelijk Nederland geldt een verbod op het beregenen van het land met water uit meren en sloten. Wel mogen de boeren nog water uit de grond oppompen, mits zij daarvoor een oude vergunning hebben of beschikken over een ‘volwaardig bedrijfswaterplan’; voorzieningen die regenwater gedurende het jaar vasthouden in plaats van dat het zo snel mogelijk richting de Maas stroomt. Dat water zijgt de grond in, en vult het grondwaterpakket aan.

Dat laatste is hard nodig. Boeren pompen in Brabant in een gemiddelde zomer veertig miljoen kuub uit de grond, en in een droge zomer wordt dat zeventig tot tachtig miljoen kuub.

Drinkwater wordt in Brabant uit het grondwater gewonnen, en daar is nog steeds voldoende van. Maar, zegt Verheijen: „We hebben signalen dat het bovenste pakket grondwater steeds minder water ontvangt uit het onderste pakket in de bodem.”

De komende weken stroomt er nog voldoende water uit de Maas de Brabantse landerijen op. Voor het geval dat die aanvoer stagneert, wordt nu alvast een zandwinplas bij Deurne gevuld met honderdduizend kuub water. „Het achterliggende gebied kan dan nog twee weken van water worden voorzien”, aldus het waterschap.

    • Arjen Schreuder