Opinie

    • Christiaan Weijts

Droogtestress

Bij het enige bollenveld in de provincie Utrecht staat een waterpomp te brommen en te spetteren. Ja, hij hééft een eigen put, maar voor Martijn Heemskerk, van kwekerij Davelaar in Woudenberg, is die te koud. Hij kweekt eucomissen en crocosmia’s, Zuid-Afrikaanse bloemen, een delicaat proces, waarvoor hij dat koude bronwater de sloten in pompt om op te warmen.

„Reken maar dat straks de inspecteurs van het waterschap aan m’n erf staan, zodra ik begin met beregenen.” Ook hier in de Gelderse Vallei is namelijk een sproeiverbod van kracht. Of eigenlijk een ‘onttrekkingsverbod’: de komende tien weken mag hij geen oppervlaktewater gebruiken.

Dus maakte Heemskerk vooraf foto’s van de droge sloten. „Om te bewijzen dat ik mijn eigen water gebruik.” Ik bied me aan als getuige, mocht dat nodig zijn.

„Tien jaar terug kon je het waterschap gewoon bellen bij droogte. Dan zorgden zij dat het waterpeil steeg.” Nu gaat het hem omzet kosten. Met het beregenen nu kan hij hooguit zorgen dat de grond wat vochtiger is voor als het eindelijk gaat regenen. „De eerste buien zijn waarschijnlijk onweersbuien, van twintig millimeter in een kwartier. Dat houdt de grond niet, het water stroomt hier meteen de sloten in. Maar daar mag ik het niet uithalen, want er is een onttrekkingsverbod.”

Het waterschap zou moeten zorgen dat er minder zoet water naar de Noordzee gaat, maar ja, dat merken de schepen in Rotterdam dan weer. Hoger grondwaterpeil? Dan lopen kelders onder als het weer stortregent.

Regeltjes, bureaucratie, gedoe: Nederland is één groot stelsel van communicerende vaten, en dat merk je vooral nu de weersextremen toenemen. Ineens zijn die anonieme overheidslagen steeds in het nieuws: de waterschappen. Ze blazen balgstuwen op en delen zandzakken uit bij extreme regenval. Ze besproeien de dijken, en bezorgen iemand als Martijn Heemskerk kopzorgen als het een tijdlang niet regent.

De droogtestress is al begonnen, zegt hij. Even denk ik dat hij het over zijn mentale toestand heeft, of die van ons land, maar het blijkt een plantkundige term te zijn voor de vergeelde en verdroogde bladpunten, die hij, verderop, van de brede eucomissprieten plukt. Leerachtig zijn ze. „Terwijl ze moeten aanvoelen als sla.”

Het zijn veranderende omstandigheden, en hij vindt dat de waterschappen wat actiever kunnen meedenken, op zoek naar het nieuwe evenwicht dat nu moet gaan ontstaan.

Dan klinken verderop sirenes. Een brand? „Politie. Anders was deze wel gaan piepen.” Hij trekt een pager uit zijn zak. Want hij is ook vrijwilliger bij de brandweer. „Gisteren moesten we drie keer uitrukken.” Dan laat hij zijn bollen even alleen. „Je moet je prioriteiten kennen.”

Christiaan Weijts schrijft op deze plek iedere vrijdag een column.
    • Christiaan Weijts