Opinie

    • Maarten Schinkel

De euro en defensie zijn elkaars tegenpool

Of Europa voortaan zijn eigen broek wil ophouden bij de landsverdediging. Dat is de boodschap die de Amerikaanse president Trump te pas en te onpas zijn Europese vrienden onder de neus wrijft. Ook volgende week tijdens de NAVO-top zal dit het voornaamste onderwerp van gesprek worden. Er is een afspraak, de zogenoemde NAVO-norm, waar veel Europese landen zich al meer dan twintig jaar niet aan houden. Die norm zegt dat 2 procent van het nationaal inkomen moet worden besteed aan defensie.

Maar wie zijn de hoofdschuldigen? In de eurozone is er een – informele – grens tussen de noordelijke landen, die zuinig en verantwoordelijk zeggen te zijn, en de zuidelijke landen, die er volgens het noorden maar wat op los leven. Wijn en vrouwen, om ex-minister Dijsselbloem te parafraseren.

Opmerkelijk genoeg is dat bij defensie precies andersom. De Duitse bestedingen in 2017: 1,2 procent, volgens gegevens van de Zweedse defensiedenktank SIPRI. Dat is ver onder de NAVO-norm. Nederland: ook 1,2 procent. Oostenrijk (0,7 procent), België (0,9 procent), Luxemburg (0,5) en Ierland (0,4).

Zet daar het zuiden van de eurozone eens tegenover: Spanje (1,2) zit laag. Maar Portugal zit op 1,7 procent, Italië op 1,5 procent, Griekenland op 2,5 procent en Frankrijk op 2,3 procent. Samen komen de zuidelijke landen dicht bij de norm van 2 procent. De noordelijke komen eerder in de richting van 1 procent.

Intussen zijn er de klachten over de hoge begrotingstekorten en staatsschulden in het zuiden. Maar moeten we dat niet compenseren voor hun veel hogere defensie-uitgaven?

Stel dat elk land zich sinds 1999 aan de NAVO-norm had gehouden. Landen met hogere defensie-uitgaven hadden minder hoeven besteden, en hadden dus een deel van de bestede gelden niet hoeven lenen. Landen die te laag zaten hadden juist meer moeten uitgeven, en dat juist wel moeten lenen. We nemen voor iedereen een vriendelijke rente van 2 procent.

Het resultaat: de Nederlandse staatsschuld, de trots van de natie, zou 10,7 procentpunt van het bbp hoger zijn geweest dan nu. De Duitse staatsschuld 11,2 procentpunt. Dus geen 64 procent bbp voor Duitsland, maar 75 procent. Frankrijk, dat altijd méér dan 2 procent uitgaf, zou geen staatsschuld hebben van 96 procent, maar van 90 procent. Griekenland mocht 17 procentpunt van zijn staatsschuld aftrekken. Enzovoort. Bovendien: defensie-uitgaven hebben over het algemeen een licht drukkend effect op de economie, vergeleken bij veel andere overheidsbestedingen. Dat was dus nog een extra nadeel voor het zuiden en een extra voordeel voor het noorden.

Lees ook dit opiniestuk van Dick Zandee van Instituut Clingendael: Trump heeft gelijk, wij doen te weinig aan defensie

De overheidsfinanciën van de verschillende eurolanden zouden, kortom, een stuk dichter bij elkaar liggen dan nu het geval is. Tegenover de beschuldiging dat het zuiden gratis op de treeplank van de gemeenschappelijke munt meerijdt, mag het verwijt worden gesteld dat het noorden meerijdt op de treeplank van de landsverdediging.

Wat de toekomst betreft: de zuidelijke landen zullen relatief makkelijk aan de hogere Amerikaanse defensie-eisen tegemoet kunnen komen. Of ze zijn daar, in het geval van Frankrijk en Griekenland, al lang. Duitsland, Nederland, en al die andere predikers van de verantwoordelijkheid zullen juist de grootste inspanning moeten verrichten. Of ze dat zullen doen? In Nederland gaat de Defensiebegroting omhoog naar, houd u vast, 1,31 procent van het bbp. In Duitsland wordt het vooralsnog niet veel beter.

Dat zijn politieke keuzes. Maar zou het dan niet gepast zijn om, bij de beoordeling van de financiën van de eurolanden door de Europese Commissie, wat meer rekening te houden met defensie?

Maarten Schinkel schrijft over economie en financiële markten.
    • Maarten Schinkel