China krijgt meer grip op Europa

Tweedaagse top

Midden- en Oost-Europese landen praten op de ‘16+1’-top met China over economische investeringen. Maar de achterdocht groeit.

De Griekse premier Antonis Samaras (r) en de Chinese premier Li Keqiang in 2014 bij de opening van een Chinese spoorlijn bij de Atheense haven Piraeus. Foto Louisa Gouliamaki / AFP

Als regeringsleiders elkaar ontmoeten, nemen ze de besluiten meestal aan een grote ovale tafel. Zo gaat het tenminste bij de EU en de G20. Maar deze vrijdag en zaterdag gaat het op de ‘16+1’-top van regeringsleiders uit China en zestien Midden- en Oost-Europese landen anders: daar worden de knopen doorgehakt in de vertrekken van de Chinese president.

Eén voor één mogen de zestien Europese regeringsleiders een uur lang (vertaling inbegrepen) bij Xi Jinping op audiëntie. Allen proberen contracten voor vrachtterminals of spoorlijnen in de wacht te slepen. Ze concurreren keihard: wie de beste voorstellen indient en de Chinese voorwaarden accepteert, heeft kans op een deal.

De agenda van de ‘16+1’, die sinds 2012 bestaat, is puur economisch. China wil markten dwars door Azië naar Europa openleggen voor Chinese bedrijven en heeft daarom belang bij goede infrastructuur. Voor de Europese deelnemers is dit een kans om hun land te ontwikkelen.

Toch groeit in Europese hoofdsteden achterdocht over de diepere, politieke bedoelingen van China. Het staat de zestien landen – waarvan elf EU-lidstaten – vrij hun eigen plan te trekken. Maar is het goed voor het Europese belang als Europese leiders elkaar verdringen om de gunsten van de president van China?

Brussel is blij dat armere Europese lidstaten, die zich vaak tweede garnituur voelen, zelf de weg naar China vinden. De Duitse bondskanselier Angela Merkel en de Franse president Emmanuel Macron ontmoeten Xi Jinping wanneer ze maar willen. De Midden- en Oost-Europeanen hebben die toegang niet. Gebundeld hebben ze die toegang nu wél.

Bezorgdheid groeit

Maar de bezorgdheid over de politieke implicaties groeit. Hongarije weigerde in 2017 een EU-veroordeling te tekenen over foltering van Chinese advocaten in detentie. Griekenland, dat tijdens de eurocrisis een deel van de haven van Piraeus aan het Chinese staatsbedrijf Cosco verkocht, blokkeerde een verklaring bij de VN waarin de EU zijn bezorgdheid over de Chinese mensenrechtensituatie wilde uitspreken.

„Zonder twijfel is ‘16+1’ deel van een breder patroon: divide and rule”, schrijft China-expert François Godement in een rapport voor de invloedrijke denktank China at the Gates (ECFR). ‘16+1’ lijkt hetzelfde te beogen als diverse grote overnames en investeringen elders in Europa: de vergroting van China’s strategische invloed.

Volgens Thorsten Benner van het Global Public Policy Institute in Berlijn heeft China drie doelen: de westerse eenheid verstoren, Europa economisch voor zijn karretje spannen en het Chinese politieke en economische systeem wereldwijd pushen als alternatief voor de liberale democratie. Europa moet wakker worden, vindt hij, en „zichzelf beter beschermen”.

Hoeveel China in Europa investeert, is onduidelijk. De EU houdt dit niet systematisch bij; alleen landen doen dat. Volgens accountant EY komt maar 5 procent van de buitenlandse directe investeringen uit China. Slechts 3 procent daarvan gaat naar Oost-Europa. In 2016 ging 12,6 procent naar Duitsland, 9,6 procent naar het VK, Italië en Finland volgen. Ook dat zijn slechts indicaties: 65 procent van het kapitaal dat China verlaat, loopt via Hongkong of Caraïbische eilanden.

Toch zijn er sterke aanwijzingen dat China strategisch in bepaalde Europese sectoren investeert. Die investeringen corresponderen met doelen in Chinese beleidsplannen als ‘Made in China 2025’.

Op verzoek van Duitsland, Frankrijk en Italië maakte de Europese Commissie in 2017 een voorstel om buitenlandse overnames in infrastructuur, hi-tech en energie in de EU te screenen. China wordt nergens genoemd, maar daar draait het wel om. „Wij moeten zorgen dat andere landen niet hun voordeel doen met onze openheid om hun industriële beleidsdoelen te verwezenlijken,” zei de toenmalige Duitse minister van Economie Brigitte Zypries bij de publicatie van het screeningsvoorstel. Na de enorme overname van de Duitse robotmaker Kuka door een Chinees bedrijf, eind 2016, zijn de Duitsers wakker geworden.

Europese bedrijven overgenomen

De afgelopen jaren hebben Chinese bedrijven low-key allerlei Europese bedrijven overgenomen en samengevoegd met andere bedrijven. Zo kocht Yantai Taihai, een staatsbedrijf, in 2013 het Franse familiebedrijf Manoir Industries. Manoir produceert onder meer onderdelen voor de nucleaire afvalindustrie. Daarna ging het in Europa, India en China investeringen en overnames doen. Nu heeft het de halve Europese nucleaire afvalverwerking in handen.

In 2016 kocht een Chinees staatsbedrijf, HNA, het Ierse Avolon, dat vliegtuigen least. Daarna ging Avolon op overnamepad. Plotseling is dit het derde leasingbedrijf ter wereld. China heeft zo, als een van de grootste afnemers bij Airbus en Boeing, een stevige vinger in de pap.

Chinese staatsbedrijven hebben zich ingekocht in acht grote Europese havens, waaronder Rotterdam. Ook in de scheeps- en vliegtuigbouw en militair onderzoek bouwt China financiële belangen op. Contracten vereisen vaak het overbrengen van de technologie naar China. Chinese bedrijven kopen ook Europese bedrijfjes die surveillance-apparatuur, drones of hybride motoren maken. In Polen kopen ze land naast militaire installaties. In Nederland, waar 380 van de 500 Chinese bedrijven volgens het ECFR-rapport lege hulzen zijn, willen ze juist grond vlakbij technologische startups.

China investeert fors in infrastructurele verbindingen met de rest van de wereld – ook met Europa. Eurazië als eenheid, hoe zou dat eruit zien?
De Chinese scheepsgigant Cosco is eigenaar van ongeveer tweederde van de Griekse haven Piraeus, buiten Athene. Foto Yannis Kolesidis / EPA

In principe moet dit allemaal kunnen, in de vrije Europese markt. Het probleem is dat Europese bedrijven hetzelfde in China niet mogen: in veel sectoren zijn buitenlandse investeringen en overnames verboden. Zelfs de toegang tot minder gevoelige delen van de Chinese markt wordt steeds moeilijker. Volgens de Frankfurter Allgemeine Zeitung heeft China – vlak voor de EU-China-top die op 16 en 17 juli wordt gehouden – Europese investeerders meer toegang geboden áls Europa China steunt in het handelsconflict met Amerika. Europa zou dit hebben afgewezen.

Gebruikt China ook ‘16+1’ als een soort paard van Troje om invloed te krijgen in Europa? De pijn zit hem voor Brussel en sommige deelnemers meteen al in de voorwaarden van de contracten die de Chinezen bieden. Die zijn ongunstig en schenden vaak EU-aanbestedingsprocedures. Er zijn projecten afgeblazen omdat China eiste dat de uitvoering - in strijd met EU-regels - naar Chinese bedrijven ging.

„Het kan de Chinezen weinig schelen wat onze regels zijn,” zegt een betrokkene, die anoniem wil blijven. „Als het strandt, proberen ze het ergens anders.”

Bij de aanvang van ‘16+1’ beloofde China aan Midden- en Oost-Europa een kredieten ter waarde van 10 miljard euro en investeringen van 3 miljard. De Europeanen hadden daar wel oren naar. Publieke investeringen in Europa dalen al jaren. In Europese subsidies waarvan Oost- en Midden-Europa profiteren, wordt binnenkort gesneden.

Maar China wil Oost-Europa vooral geld lenen, zo blijkt nu, tegen woekerrentes van 4 procent of meer – veel hoger dan rentes op leningen die EU-landen via Brussel krijgen (de Europese Investeringsbank vraagt 1,5 procent).

China verlaagt de rente alleen als de Europeanen met Chinese aannemers werken.

Deelnemers bínnen de EU raken ontgoocheld: behalve Hongarije sleept niemand veel projecten binnen. Een spoorlijn van Griekenland naar Hongarije is in Macedonië gestrand wegens corruptie. De aanleg van spoorlijn Boedapest-Belgrado ligt stil omdat China bij de aanbesteding smeergeld zou hebben betaald. Brussel heeft daar nu opheldering over gevraagd, maar de Hongaren antwoorden niet.

Niet eenmalig

‘16+1’ zou eenmalig zijn, was Brusselse waarnemers in 2012 verzekerd. Maar intussen heeft het een eigen secretariaat in Beijing, gerund door Chinese diplomaten. Europese ‘nationale coördinatoren’ worden bovendien niet altijd geraadpleegd: op een top in Riga in 2016 had China tot veler verrassing Wit-Rusland als nieuwe deelnemer uitgenodigd. China-expert François Godement noemt in zijn rapport de relatie tussen China en de zestien „totaal asymmetrisch”.

Lees ook: Rutte is bij Xi vooral handelaar

Desondanks hebben Europese deelnemers van ‘16+1’ afgelopen weken hard gelobbyd voor projecten die zij president Xi Jinping in Sofia willen voorstellen. Op de Bulgaarse verlanglijst staat de voltooiing van de Belene-kerncentrale. De bouw daarvan werd in 2012 bevroren om wat premier Borissov „de corruptie van de eeuw” noemde. Onder de bedrijven die interesse tonen, zit naar verluidt China National Nuclear Corporation.

In Europese hoofdsteden groeit een gevoel van politieke kwetsbaarheid. Beijing gebruikt economische belangen om regeringen onder druk te zetten. Toen Ierland in 2016 Chinese mensenrechtenschendingen bekritiseerde, kwam Iers rundvlees China nauwelijks in. Litouwen overkwam dat met zuivel.

Waar het eveneens om draait, ook bij de top komende dagen in Sofia, zijn ingangen die kunnen dienen voor politieke massage. Volgens persberichten heeft China zelfs een adviseur in het kantoor van de Tsjechische president. Staatsbedrijf HNA heeft voormalig Duits vicepremier Philipp Rössler gecontracteerd. De Britse oud-premier David Cameron werkt voor een Brits-Chinees investeringsfonds. Waarnemers vertellen dat sommige ambassadeurs bij de VN in interne EU-coördinatievergaderingen al even hun Chinese contact bellen: „Als we het zo formuleren, kunnen jullie daarmee leven?”

    • Caroline de Gruyter