Banken ontdekken driehonderd mogelijke ‘terrorismebetalingen’

Proef

Opsporingsdiensten delen met banken gegevens van personen die nog niet als verdachte zijn aangemerkt.

Foto Rico Reijenga

Een proef waarbij de politie namen van vermoedelijke terroristen doorgeeft aan banken, heeft driehonderd ongebruikelijke betalingen aan het licht gebracht. Het merendeel van de transacties is aangemerkt als verdacht in verband met het financieren van terrorisme, zegt officier van justitie Maarten Rijssenbeek, projectleider van de taskforce terrorismefinanciering.

De samenwerking tussen opsporingsdiensten en vijf grote banken loopt sinds juli vorig jaar. Politie en de fiscale opsporingsdienst FIOD delen al een jaar namen van vermoedelijke terroristen met de banken. Na het doorlichten van de rekeningen stuitten de banken onder andere op een terrorismeverdachte die zich bezighield met fraude. Ook zagen banken hoe vliegtickets voor Syriëgangers werden gefinancierd via tussenpersonen met verschillende bankrekeningen.

Lees ook: ‘Zwarte lijst’ banken bevat duizenden Nederlanders

De namen die gedeeld worden, betreffen personen die niet worden verdacht van terrorisme, maar van wie de politie toch een aanwijzing heeft dat zij betrokken zijn bij terrorisme. Normaal gesproken mag de politie iemands bankgegevens pas inzien bij een concrete verdenking.

Zodra de banken ongewone betalingen vinden bij de vermoedelijke jihadisten, melden zij dit aan de Nederlandse Financial Intelligence Unit. Deze financiële waakhond geeft verdachte transacties door aan het Openbaar Ministerie, waarna strafrechtelijk onderzoek kan worden ingesteld.

Toename meldingen

Volgens Maarten Rijssenbeek leidt de proef tot een toename van het aantal meldingen over terrorismefinanciering. Ook de kwaliteit van die meldingen is gestegen. Waar normaliter één op de tien meldingen over een ongewone betaling bruikbaar is, geldt dat voor zes van de tien meldingen die tijdens de proef binnenkwamen. „De pilot heeft buitengewoon veel opgeleverd, daarom gaan wij bekijken of we de komende jaren op structurele basis informatie kunnen delen met de private partijen”, zegt Rijssenbeek.

De Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) is tevreden met de samenwerking. „Het is voor banken bijna ondoenlijk om zelfstandig terrorismefinanciering te ontdekken”, zegt Yvonne Willemsen, hoofd veiligheidszaken van de NVB. Vaak gaat het om kleine bedragen die voor banken niet te traceren zijn aan de hand van gangbare indicatoren. Daarom is het volgens Willemsen „efficiënter” om door de politie verstrekte namen te onderzoeken, in plaats van „te zoeken naar een speld in de hooiberg”. De NVB zegt de privacy van klanten niet te schenden. Willemsen: „Wij geven pas informatie door wanneer wij een ongebruikelijke betaling zien.”

Grenzen van de wet

Banken en opsporingsdiensten zoeken met deze samenwerking de grenzen van de wet op. In 2016 werd een vergelijkbaar project gestaakt door het ministerie van Justitie en Veiligheid. De Financial Intelligence Unit gaf toen namen van vermoedelijke terroristen, afkomstig van de politie, door aan banken. Justitie en privacywaakhond Autoriteit Persoonsgegevens zeiden destijds dat dit mag van de wet. Maar achteraf bleek het toch niet te kunnen, zegt een woordvoerder van de Financial Intelligence Unit.

Nu stelt officier van justitie Rijssenbeek wederom dat de werkwijze binnen de wet past. Of de rechter dat ook vindt, zal blijken wanneer terrorismegelden die met de proef zijn ontdekt in een rechtszaak worden betrokken. Anders dan bij het gestaakte project is het nu de politie die de namen deelt met banken. Volgens artikel 20 van de Wet politiegegevenskan informatie gedeeld worden met derden wanneer dit ‘noodzakelijk’ is voor een ‘zwaarwegend’ maatschappelijk belang. Wel moet de informatiedeling ‘proportioneel’ zijn. Anders gezegd: het is niet de bedoeling om op grote schaal gegevens van mogelijk onschuldigen door te spelen. Op welke schaal namen zijn doorgegeven tijdens de proef, valt niet na te gaan. Volgens Rijssenbeek zijn in vijftien terrorismezaken gegevens gedeeld met banken. Om hoeveel namen het gaat, wil hij niet zeggen.

Correctie (6 juli 2018): In een eerdere versie van dit artikel werd artikel 20 van de Politiewet genoemd, maar dat moet de Wet politiegegevens zijn. Dat is aangepast.

    • Andreas Kouwenhoven