Record: dertien jihadisten in Rotterdam voor rechter - bij verstek

Het Openbaar Ministerie wil niet langer wachten en vervolgt Syrië- en Irakgangers alvast bij verstek. Voor de bewijsvoering blijken hun contacten met het thuisfront via sociale media een vruchtbare bron.

Het Gerechtsgebouw in het centrum van Rotterdam vanuit de lucht. Foto Robin van Lonkhuijsen / ANP

De rechter tuurt ingespannen naar de foto. De officier toont hem ook aan de zaal. Twee mannen met een vuurwapen tegen een zanderige achtergrond. „Ja”, zegt de rechter, „dat is het Midden-Oosten.” Hij zwijgt even. „Of de duinen in Nederland.”

De Rotterdamse rechtbank is vandaag decor van een absoluut record: dertien terrorismezaken in één zitting. Terecht staan dertien Nederlandse mannen die zijn afgereisd naar het strijdgebied in Syrië en Irak.

De opstelling is anders dan gewoonlijk. Drie rechters, twee officieren, maar: geen verdediging en, vooral, geen verdachten. Zij zijn daar namelijk nog – voor zover de jihadisten niet zijn omgekomen.

Het Openbaar Ministerie is begonnen schoon schip te maken. Niet wachten tot – óf – de aanzienlijke groep Nederlandse uitreizigers terugkeert, maar hen alvast vervolgen bij verstek. Sommige verdachten zijn via hun sociale media-accounts gedagvaard, meestal ontvingen de ouders een brief. Veel familie is niet komen kijken vandaag.

Dinsdag stonden al vijf andere terreurverdachten bij verstek terecht: tegen hen werden celstraffen geëist van zes tot negen jaar.

Thuisfront is achilleshiel

Bewijzen wat iemand in strijdgebied heeft uitgespookt zonder die persoon te kunnen verhoren, of het gebied te bezoeken, is een opgave. Dat gebeurt vandaag vooral met appjes, mailtjes, spraakberichten en foto’s uit telefoons van familieleden en vrienden. Het thuisfront blijkt voor veel jihadisten een achilleshiel. Zoals de babyfoto die Ahmet P. (30) vanuit Syrië doorstuurde naar zijn moeder. „Tegen de muur op de achtergrond staat een geweer geleund”, legt de officier uit. „Onze expert herkent die als van het type ‘AK-47’.”

Lees ook: Keren de jihadisten nu echt terug?

Samen met twee jeugdvrienden uit Delft, Turgay Y. (29) en Saryas A. (29), is P. in 2013 naar Syrië vertrokken. Ze staan als drietal terecht. Het contact dat zij onderhielden met hun moeders, en hun moeders onderling, is voor justitie een vruchtbare bron.

Bekeerling Yago R. (26) uit Arnhem liet op 30 maart 2015 vanuit het kalifaat aan zijn nichtje weten dat hij was getrouwd: met een vijftienjarig meisje dat even eerder met twee vriendinnen uit Engeland was aangekomen. Een Syrische asielzoeker in Nederland wist de politie te vertellen dat R., die de naam Abu Zoraya aannam, inmiddels een dochter heeft en werkte als rechterhand van een hooggeplaatst IS-lid in Irak.

Van zijn vaders harde schijf heeft de politie een foto getrokken van R. met een wapen vast dat lijkt op een AK-47. Of toch? „Het is vermoedelijk een balletjesgeweer”, zegt de officier. „Maar dat jihadisten trainen met dit soort speelgoedwapens is niet ongewoon.”

R. stuurde foto’s van zichzelf in militaire kledij, zei soldaat te zijn „aan de goede kant” en vroeg om financiële steun aan zijn ouders. Maar ook van hem is al lang niets meer vernomen. Dat geldt ook Khalid B. (25) uit Rotterdam en voor Thierry K. (30), de andere bekeerling, uit Zoetermeer.

De verblijfplaats van Ridvan Ö. (23) is ook onduidelijk. Mogelijk in gezelschap van zijn Nederlandse vrouw dichtbij de Syrisch-Turkse grens? Outmhane B. (37) uit Boxmeer zou onlangs nog aan zijn moeder hebben laten weten dat hij naar Nederland terug wilde komen met zijn vrouw, maar dat hij niet wist hoe. Het stel had dringend geld nodig.

Drie verdachten mogelijk dood

Twee verdachten hebben vandaag wél een advocaat die namens hen optreedt. Abdoussalam S. (25) uit Doetinchem zou, volgens advocaat André Seebregts zijn gedetineerd in Noord-Syrië. Dat zou betekenen dat hij mogelijk een van de Nederlanders is die momenteel worden vastgehouden in Koerdische kampen. Dat zou ook gelden voor Redouan D. (23) uit Culemborg.

Het OM zegt van niets te weten. Volgens de rechter telt het recht op aanwezigheid zwaarder dan snelle behandeling. De behandeling wordt uitgesteld.

Dat geldt voor nog drie zaken vandaag, maar dan om een andere reden: over Saryas A. (29), Abdulrahman A.S. (19) en Jihad S. (20) bestaan toch wel erg sterk vermoedens dat zij in het strijdgebied om het leven zijn gekomen. S. zou zich hebben opgeblazen, A.S. zijn gedood tijdens een luchtaanval – maar allemaal onbevestigd. „Laten we over drie maanden kijken waar we staan”, besluit de rechter.

Het resultaat van deze marathonzitting: tegen zes verdachten eist het OM zes jaar onvoorwaardelijk, tegen een van hen vijf jaar. De rechter doet uitspraak over twee weken. Of ze een eventuele straf ooit zullen uitzitten, blijft natuurlijk de vraag.

    • Thomas Rueb