Opinie

    • Jannetje Koelewijn

Zakenvrouw in de zeventiende eeuw

Goed, Amsterdam heeft zevenhonderd jaar moeten wachten op een vrouw als burgemeester, maar denk ook eens aan Elisabeth Bas (1571-1649). Haar naam leeft voort door de sigarenbandjes met haar portret erop – al is het helemaal niet zeker of zij het wel is – maar in haar tijd was ze een vooraanstaande zakenvrouw, eigenaresse van herberg De Prince van Orangien op de hoek van de Nes en de Pieter Jacobszstraat in Amsterdam. Dat is toevallig schuin tegenover de redactie van NRC Handelsblad, wat er natuurlijk niet toe doet, maar ik moet er altijd aan denken als ik langs het eetcafé loop dat daar nu is.

Bij haar dood bezat Elisabeth Bas een vermogen van 28.863 gulden en dan hoorde je bij de gegoede burgerij, in de zeventiende eeuw. Ik weet dit van Els Kloek, de historica die met haar team biografische informatie van Nederlandse vrouwen verzamelt en publiceert. Het mag dan lang geduurd hebben voordat vrouwen politieke macht kregen, maar zakelijke macht hadden ze dus echt wel, soms.

Een oude dominee die ik kende, Hans Schouten, later bekeerd tot priester, dacht dat hij in het buitenhuis van Elisabeth Bas woonde, in Baambrugge aan de Angstel. Hij had er een mooi verhaal bij. Op oudere leeftijd had ze kennis gekregen aan een scheepskapitein die door de burgemeesters van Amsterdam bij haar was ondergebracht. Liefde op het eerste gezicht en na hun trouwen had de kapitein dat huis voor haar laten bouwen: Oud Rustenburg. „In de tuin hebben we de resten van een prieeltje gevonden”, zei Hans Schouten. „Ze moeten hier erg gelukkig zijn geweest.” Volgens het kadaster werd Oud Rustenburg in 1811 te huur gezet en in 1812 gesloopt, maar daar wilde de oude dominee niets van weten. Hij woonde er met zijn levensgezel Jaap Dorland en al waren ze dan geen liefdespartners (mocht niet van God), gelukkig waren ze zeker.

In werkelijkheid trouwde Elisabeth Bas op haar 25ste met Jochem Swartenhondt, scheepskapitein op een oorlogsschip. Een kaper: in 1602 maakte hij zes suikerschepen buit op de Spanjaarden. Elisabeth deed de foeragering. Er is een akte bewaard gebleven van een bestelling van 3.000 broden bij bakker Lubbert Bas aan de Nieuwendijk, haar broer.

De herberg kochten Elisabeth en haar man in 1606 en een groot deel van hun klandizie kregen ze van het stadsbestuur. Hoge gasten, onder wie prins Frederik Hendrik, werden ondergebracht in De Prince van Orangien. In 1627 stierf Jochem Swartenhondt en Elisabeth zette de zaak alleen voort. Voortaan betaalde het stadsbestuur de (hoge) rekeningen aan ‘de weduwe Swartenhondt’. Ze kreeg vijf kinderen, van wie er drie jong overleden. Ze voedde de kinderen van haar oudste dochter Maria op nadat die ook was overleden. En toen was er nog één dochter over.

Jannetje Koelewijn (j.koelewijn@nrc.nl) schrijft de komende tijd op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.
    • Jannetje Koelewijn