Foto Joris van Gennip

Vanuit een Cessna over de Veluwe waken

Natuurbranden ‘Luchtverkenners’ helpen de brandweer in perioden van droogte om snel ter plaatse te zijn bij natuurbranden. „Je ziet het: de boomtoppen zijn minder fel dan normaal.”

Het is het mooiste als je zelf een brand ontdekt, zegt René van der Neut, die parttime bij de brandweer werkt. „Je ziet die rookpluim en scheert naar beneden. Ja, dat is de kick.”

Deze woensdag zit hij aan de zijlijn, aan een houten picknicktafel van vliegveld Teuge in Gelderland, terwijl verderop de vierzits-Cessna’s opstijgen om de omgeving te verkennen. „Vandaag ben ik hier om uit te leggen wat we doen.”

Van der Neut herinnert zich die keer tussen Ede en Barneveld. „Een rare plek voor een brand, want er was weinig bosschage. Maar er waren militairen aan het oefenen.” Door schietoefeningen had de begroeiing die er wel was waarschijnlijk vlam gevat.

Van der Neut is behalve parttime brandweerman ook ‘luchtverkenner’. Daarvan zijn er negentig in Nederland. Sommigen draaien maar één dienst per jaar. Het is een hele eer, zegt van de Neut. In perioden van droogte kan hij worden opgeroepen. Hij gaat dan naast een piloot in een sportvliegtuig zitten en tuurt onafgebroken naar beneden. Vrijwillig. „Je bent bij de brandweer of je bent het niet.”

Foto Joris van Gennip
Foto Joris van Gennip

Nadat hij dat brandje tussen Ede en Barneveld had gezien, maakte hij contact met de meldkamer. Zijn ogen glinsteren: „Dan komen de brandweerwagens.” Met het huidige dreigingsniveau rukken ze bij zo’n natuurbrandje met zes tegelijk uit. Van der Neut erboven in de Cessna, in directe verbinding met de meldkamer van de brandweer. Soms worden de verkenners rechtstreeks doorgeschakeld naar een van de wagens, om aanwijzingen te geven, op zo’n driehonderd meter hoogte.

Sinds afgelopen vrijdag vliegen er iedere dag vier Cessna’s over de Veluwe en de Utrechtse Heuvelrug. Dat gebeurt ieder jaar zodra het risiconiveau – bepaald aan de hand van meetapparatuur in het gebied – stijgt naar fase twee (‘extra alert’). Dit jaar zijn de vliegtuigjes al 22 dagen opgestegen, terwijl het gemiddelde op jaarbasis 15 is.
Het voor- en het najaar zijn normaliter de risicoperiode. „Dan komen de sappen op gang”, zegt Hans Dijkman, coördinator van de luchtverkenners. Vocht wordt in het voorjaar bijvoorbeeld in hoog tempo opgeslurpt door de begroeiing waardoor het droog blijft. De brandweer heeft nog geen zicht op het aantal branden dat tot nu toe door de droogte is ontstaan.

Lees ook: Natuurbranden in Brabant verwoesten tientallen hectare natuur

Tractor in brand

De A1 snijdt de Veluwe doormidden. Gerard Riensema vliegt over het gebied aan de noordkant van de snelweg. Een lappendeken van weilanden in de kleuren okergeel, matgroen en lichtbruin gaat over in uitgestrekt bos. „Je ziet het: de boomtoppen zijn minder fel dan normaal”, zegt hij in de microfoon aan zijn koptelefoon. „Droogte.”

Riensema is gepensioneerd lijnvluchtenpiloot en vliegt tegenwoordig alleen nog vrijwillig in de kleine Cessna’s. „Dan voel je dat je wat aan het doen bent.” Vanmiddag zagen ze een rookpluim. Een tractor in brand, maar het was al onder controle. Even later: weer een pluim. Bleek het een papierfabriek. Tijdens deze vlucht, Riensema’s derde van de dag: niks. Wel: zwembaden die van lego lijken zo klein, trampolines en riante woonhuizen. Zouden mensen beter oppassen omdat er zoveel aandacht is voor de droogte, vraagt Riensema zich af.

Foto Joris van Gennip

Het gros van de branden ontstaat door menselijk handelen. Barbecues worden niet goed uit gemaakt, een glas waar de zon op schijnt kan gras laten smeulen, soms wordt het vuur aangestoken. De afgelopen week hebben de luchtverkenners meer dan eens de berm naast het spoor zien fikken: door de warmte van het remmen. Potkamp is 35 jaar geleden met zijn werk begonnen, en sindsdien is er veel veranderd. „Even voordat ik begon, werd het gebied bij droogte nog in de gaten gehouden vanuit brandtorens.”

De brandweer onderzoekt nu hoe drones kunnen worden ingezet bij natuurbranden, en of ze via satellietbeelden meldingen kunnen binnenkrijgen. Potkamp herinnert zich dat hij dagen aan het ploegen was om ‘brandbanen’ te maken. Die paden moesten er voor zorgen dat de brand werd onderbroken. „Dan is dit toch echt wat anders.”

    • Kim Bos