Sores in jeugdzorg en meer suïcide. Een verband?

Jeugdzorg Jeugdpsychiaters zien meer suïcidale jongeren in hun praktijk. En in crisissituaties is er grotere onduidelijkheid. „Waar is er plek? Wie bellen we?”

In Heerlen was in 2017 een stille tocht voor Tharukshan Selvam (15). Hij pleegde zelfmoord nadat hij ernstig was gepest. Foto Marcel van Hoorn/ANP

Het verbaast hem niet, de toegenomen zelfmoord onder jongeren. Dirk Vandenberghe (75), kinder- en jeugdpsychiater bij meerdere zorginstellingen in Noord-Brabant en Limburg, heeft „zeker twee à drie keer per maand” jongeren tegenover zich zitten „die het leven niet meer zien zitten”. Dat gebeurt nu vaker dan een aantal jaar geleden, zegt hij. Vaker zelfs dan hij ooit heeft meegemaakt in zijn werkende leven, dat een halve eeuw geleden begon.

In 2017 pleegden 81 tieners zelfmoord, 33 meer dan een jaar eerder, meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek dinsdag. Verklaringen voor de stijging gaf het CBS niet: het zijn ‘kale’ cijfers van zelfdoding onder de Nederlandse bevolking als geheel, waarbij de toename onder jongeren in het oog springt.

Vandenberghe ziet een „heel duidelijk verband” met de sores in de jeugdzorg. Het Rijk hevelde in 2015 de jeugdzorg over naar gemeenten, een decentralisatie die gepaard is gegaan met forse bezuinigingen. Gemeenten rapporteren sindsdien steevast miljoenentekorten op hun begrotingen. Uit de evaluatie van de Jeugdwet begin dit jaar bleek dat vooral de meest kwetsbare gezinnen niet voldoende op de radar van gemeenten staan. Instellingen hebben personeel moeten ontslaan, de wachtlijsten zijn toegenomen.

„Jongeren die ik behandel, hebben vaak drie of vier maanden moeten wachten op hulp”, zegt Vandenberghe. „In de tussentijd zijn hun problemen fors toegenomen.”

Fleur Wetsteijn, jeugdpsychiater in Spijkenisse bij jeugd-ggz-instelling Lucertis, ziet ook „meer suïcidale jongeren” in haar praktijk. Meer jongeren ook die zichzelf verminken, zich snijden in hun armen of benen.

Ze somt op wat er volgens haar zoal misgaat: onvoorbereide wijkteams en gemeenten, een tekort aan jeugdpsychiaters, aan gezondheidszorgpsychologen, aan verpleegkundig specialisten, stagnerende doorverwijzing naar intensievere zorg. „We zien veel meer jongeren met acute problemen.” Zelf heeft Wetsteijn „godzijdank” geen suïcide van een patiënt meegemaakt. Een collega-psychiater in Schiedam wel, zegt ze. Die maakte vorig jaar twee zelfdodingen mee en raakte vervolgens overspannen.

De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd rapporteerde dinsdag over de toedracht van een zelfdoding van een jongen in mei 2017. Hij was ondergebracht bij de gesloten jeugdzorginstelling SJSJ Icarus in Cadier en Keer, bij Maastricht. „Het ontbreken van passende hulp en daarmee de onduidelijkheid over zijn perspectief hebben mogelijk een negatieve invloed op de jeugdige gehad”, aldus de inspectie.

Lees ook: Een tiener moet over zelfdoding kunnen praten

‘Triest en onacceptabel’

Voorzitter van de afdeling kinderpsychiatrie van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) Arne Popma, zelf jeugdpsychiater bij Amsterdam UMC en De Bascule, noemt het toegenomen aantal zelfdodingen „zeer triest” en „echt onacceptabel”. „Het zou in een maatschappij als de onze niet moeten hoeven.”

Zelf zegt hij onder jongeren „geen toename in suïcidaal gedrag” te bemerken. Wel is er in crisissituaties een grotere onduidelijkheid dan een aantal jaren geleden, zegt hij. „Waar is er plek voor deze jongere? Wie gaat erover? Wie moeten we bellen? Dat soort vragen komen nu op.” Maar het nu zoeken naar oorzaken voor de toegenomen zelfmoord vindt hij „giswerk”.

Het CBS leverde dinsdag immers slechts getallen, geen oorzaken, zegt hij. „We kunnen eigenlijk alleen zeggen: we moeten dit goed onderzoeken.” Popma pleit voor een „diepgravender registratie”, zodat naast de cijfers ook sneller duidelijkheid ontstaat over de „redenen en de onderliggende factoren”.

Robert Vermeiren, directeur patiëntenzorg bij de specialistische jeugd-ggz-instelling Curium-LUMC en Popma’s voorganger bij de NVvP, bemerkt een toename bij Curium van jongeren met „suïcidale neigingen of handelingen.” „En recent nog een meisje dat zich heftig automutileerde.” Vorig jaar pleegde „een adolescent”, bij Curium in behandeling, zelfmoord. Vermeiren wil zonder onderzoek geen verband leggen tussen de sores in de sector en het gestegen cijfer. „Het zal nooit de enige oorzaak zijn. Maar een verband sluit ik niet uit.”

Praten over zelfdoding kan bij hulp- en preventielijn ‘Zelfmoord? Praat erover’. Telefoon 0900-0113 of 113.nl

    • Ingmar Vriesema