Opinie

    • Jan Heetebrij

Schrijf de F-16 niet af, hij kan de JSF nog jaren aanvullen

Een geüpgrade versie van de F-16 kan nog jaren zijn nut bewijzen in een Belgisch-Nederlandse luchtmacht, omdat de JSF een militair en financieel risico blijft, schrijft .
Een F-35 en, daarachter, een F-16 boven de Noordzee. In mei 2016 brachten twee F-35’s een bezoek aan luchtmachtbasis Leeuwarden, waar de eerste operationele F-35’s in 2019 worden gestationeerd. Foto Robin van Lonkhuijsen/ANP

Het moest de alleskunner van de militaire luchtvaart worden: de Joint Strike Fighter (JSF), intussen bekend als de F-35. De 37 exemplaren die Nederland heeft besteld en die vanaf volgend jaar in dienst komen bij de Koninklijke Luchtmacht, moeten maar liefst zes soorten missies kunnen uitvoeren, variërend van het ‘bevechten van luchtoverwicht’ boven vijandelijk gebied tot grondsteun geven aan eigen troepen, zoals in Afghanistan.

Misschien was zoiets nog mogelijk geweest met de 85 F-35’s die Defensie aanvankelijk wilde, een groter aantal vliegers en als alle technische beloftes over het nieuwe vliegtuig waren uitgekomen. Maar alle betrokkenen weten dat dit met 37 een illusie is. Sterker, in praktijk zullen nooit meer dan twintig F-35’s beschikbaar zijn, doordat toestellen niet ingezet kunnen worden wegens training en onderhoud. Terwijl de F-16’s waarmee de luchtmacht nu vliegt dan zouden zijn afgeschreven. Binnenkort staat Nederland dus voor een dilemma: de ambities en internationale taakopvatting bijstellen, of vliegtuigen bijkopen? En zo ja welk?

Lees ook: JSF, twaalf jaar na eerste vlucht nog steeds een zorgenkind

Defensie hoopt te zijner tijd nog eens 30 F-35’s extra te kopen. Dat is een enorme gok, niet alleen financieel en logistiek, maar ook militair-technisch. De Amerikaanse Rekenkamer, die het immense JSF-project nauw volgt, heeft kortgeleden opnieuw gewezen op bijna duizend mankementen en tekortkomingen bij de F-35, waarvan eenvijfde ‘ernstig’. Opnieuw zijn vertraging en extra kosten te verwachten. Zelfs de prestigieuze stealth-eigenschappen van de F-35, onzichtbaarheid voor vijandelijke radar, wordt door nieuwe ontwikkelingen ingehaald. Zo is de glans er intussen aardig vanaf. Gezien de risico’s lijkt het dus niet verantwoord zo zwaar op de F-35 in te blijven zetten. Maar er is een oplossing.

Werkpaard van de NAVO

Lockheed Martin, fabrikant en programmamanager van zowel de F-16 als de F-35, zag zeven jaar geleden de bui al hangen. De F-16, het werkpaard van talloze NAVO-luchtmachten, werd in zijn geheel nog eens onder handen genomen. Het resultaat is de F-16V (van ‘Viper’), een upgrade van bestaande F-16’s waardoor ze hun levensduur met de helft kunnen verlengen (12.000 vlieguren in plaats van de huidige 8.000, verdere verlenging wordt nog verwacht). Tevens is de Viper voorzien van nieuwe en gemoderniseerde wapensystemen waardoor het toestel de meeste F-35-missies probleemloos kan uitvoeren en de F-35 op sommige punten zelfs overtreft (wendbaarheid, snelheid, robuustheid). Alleen op stealth-gebied legt de F-16V het af. Maar door de gemoderniseerde F-16V in combinatie met de F-35 in te zetten kan de komende jaren het beste uit beide toestellen worden gehaald.

„Ach, de F-16 is een afgeschreven en oud vliegtuig, of een oplossing voor arme luchtmachten”, hoorde je wel zeggen. Dat is dus onjuist. De Amerikanen zelf gaan er vanuit dat ze met honderden geüpgrade F-16V’s tot 2048 blijven vliegen. Een groot deel van onze zestig F-16’s zouden na zo’n upgrade nog tenminste vijftien of twintig jaar volwaardig meekunnen. Het upgraden van een bestaande F-16 tot de Viper-versie kost 20 miljoen dollar; een nieuwe F-16V 40 miljoen dollar en een F-35 nu rond de 80 miljoen dollar (70 miljoen euro). Griekenland heeft die stap al genomen, het laat 85 van zijn 120 F-16’s naar de V-variant upgraden. Slowakije heeft 24 Vipers besteld en zo zijn er intussen meer.

Benelux-luchtmacht

Ook België is bezig zijn gevechtsvloot op peil te brengen. Het upgraden van de huidige 54 F-16’s naar de V-versie en aanschaf van 34 F-35’s zijn twee opties. Besluitvorming wordt in oktober verwacht. Tegelijkertijd kijkt België tegen vergelijkbare problemen als Nederland aan. Al jaren is er sprake van een gecombineerde Benelux-luchtmacht. Meerdere stappen in die richting zijn al gezet, wat past in beleid op EU- en NAVO-niveau.

Lees ook: Klucht rond vervanging Belgische F-16’s

De 37 Nederlandse F-35’s, aangevuld met 108 gemoderniseerde F-16’s uit beide landen, kunnen ruim binnen budget tot een passende Benelux-luchtmacht leiden.

De Nederlandse luchtmacht doet vreemd genoeg of ze van deze ontwikkeling niet op de hoogte is en blijft voluit inzetten op 30 F-35’s extra. Misschien komen die er inderdaad, mogelijk ook niet. Het zou hoe dan ook getuigen van gezond verstand om in elk geval met spoed de mogelijkheid te onderzoeken om in nauwe samenwerking met de Belgen de te upgraden F-16’s in een gezamelijk luchtmachtverband te behouden. Als Defensie het niet doet, of niet durft, moet de politiek tenslotte het initiatief nemen.

    • Jan Heetebrij