Nieuw publiek voor Holland Festival

Holland Festival Het 71ste Holland Festival was het laatste onder artistieke leiding van de in 2015 aangetreden Britse Ruth Mackenzie. Wat bracht ze in die vier jaar – en tijdens haar laatste editie? En wat belooft de toekomst?

Beeld van George Benjamins 'Lessons in Love and Violence' Foto Stephen Cummiskey

Met een klinkende leuze kondigde de deze week vertrokken artistiek directeur Ruth Mackenzie in 2015 haar eerste Holland Festival aan: „Come and join the elite!” Wat moet je als internationaal georiënteerd, geëngageerd podiumkunstenfestival met het (overigens tanende) verwijt dat je elitair zou zijn? Niets. Niet zeuren, mensen: kom er gewoon bij. Werkt dat? Kan dat? Ontwapenend eerlijk is de anekdote die Mackenzie eerder deze maand aan Het Parool toevertrouwde: toen ze net in Amsterdam woonde en haar huismeester uitnodigde voor een voorstelling naar keuze, bladerde die welwillend de brochure door, maar vond niks van zijn gading. Vrijkaartjes? Dank, maar nee bedankt.

En toch lukte het: in de vier jaar die volgden wist Mackenzie daadwerkelijk een breder publiek te verwarmen voor het grootste podiumkunstenfestival van ons land. De muziekprogrammering werd minder ‘Eurocentrisch’, met een merkbaar breder publiek als gevolg. Marokkaans-Nederlandse vrouwen waren dit jaar in de meerderheid bij het concert van het Hadrakoor, vierhonderd Syrische vluchtelingen hoorden het concert van de Syrian Bigband en het Metropole Orkest. Cijferonderzoek (via enquêtes en kaartverkoopgegevens) bevestigt wat het oog al vermoedde: het festivalpubliek vernieuwde die vier jaar onder Mackenzie significant meer dan in de jaren daarvoor.

Cross-overs

De strategie van Mackenzie, anders dan haar voorgangers geen kunstenaar, was er een van verscheidene fronten. Digitalisering bleek een troef waar minder van terechtkwam dan op voorhand verwacht (Mackenzie leidde eerst het digitale kunstplatform The Space). Veel cross-overs waren er ook, met wisselend succes. Prachtig en politiek beladen was dit jaar het concert van het Armeense Gurdieff Ensemble met het Syrische Hewar-ensemble, maar puur muzikaal overtuigden beide toch het sterkst waar kruisbestuiving uitbleef. In The String Quartet’s Guide To Sex and Anxiety van Calixto Bieito en het Heath Quartet bleken teksttheater en muziek wel erg plompverloren aan elkaar geplakt. Een kruisbestuiving tussen game en muziektheater (Dear Esther) liet de niet-gamer verdwaasd achter, terwijl de wel-gamer snakte naar de joystick. Soms pakte een wisselwerking geweldig uit. In Gesualdo door De Warme Winkel en het Nederlands Kamerkoor leverden de strak gezongen madrigalen van de componist hemels contrapunt bij de scènes uit diens gewelddadige leven.

Oeverloos gejammer

Ook voor politiek engagement maakte Ruth Mackenzie zich sterk, met actuele festivalthema’s als leidraad. Dat van dit jaar – ‘Grenzen en scheidslijnen’ – kwam sterk tot uitdrukking in de voorstelling Saigon van de Franse regisseur Caroline Guiela Nguyen, over Vietnamese ballingen. De tragedie was confronterend anders-dan-anders en werd gespeeld met oeverloos gejammer: geen speltechniek waar we in Nederland mee vertrouwd zijn.

Het Holland Festival doet veel met weinig. Dit jaar trokken 41 gezelschappen met 107 voorstellingen in 25 dagen ruim 83.000 bezoekers voor een programmabudget van 4 miljoen euro. Wie daar een rekensom uit destilleert, snapt direct dat slim samenwerken noodzaak is om inderdaad die ‘kers op de taart’ van het culturele seizoen te kunnen bieden, om een internationale eredivisie te kunnen presenteren die je de rest van het jaar níét ziet (of althans niet zo geconcentreerd).

Lees ook: Bloedfonteinen, neppiemels, zo werd ‘Gesualdo’ gemaakt

Het festival bracht dit jaar véél geslaagde co-producties. George Benjamins nieuwe opera Lessons in Love and Violence bleek een meesterwerk, Anna Karenina een eigentijds Tolstoj-extract dat de gemoederen verhitte en – last but not least – Steve McQueens filminstallatie End Credits een imposant digitaal monument voor de Afro-Amerikaanse zanger/activist Paul Robeson. En ook eerdere edities onder Mackenzie boden memorabele voorbeelden, zoals het prachtige 887 van Robert Lepage (2017). Successen van elders programmeren is misschien minder eervol voor de samenstellers, maar voor het publiek telt alleen de kwaliteit van het gebodene.

Een van Mackenzies simpelste ideeën voor drempelverlaging bleek ook het sterkste: de ‘Proms’ (naar het voorbeeld van de gelijknamige zomerconcertserie in Londen) trokken als daglang minifestival in het Concertgebouw ook dit jaar weer 6.280 mensen met kaarten vanaf 10 euro en een veelzijdige programmering – van een eerbetoon aan David Bowie tot het elektro-symfonische orkest van Colin Benders. Het zou jammer en zonde zijn als de Proms met Mackenzie zouden verdwijnen, maar daarover is formeel nog niets besloten.

Toekomst

Over de toekomst is sowieso nog veel niet duidelijk. Het festival is overgestapt op een nieuw ‘governance model’: Mackenzie wordt niet opgevolgd. In plaats daarvan is er één algemeen directeur, Annet Lekkerkerker, en wordt de programmering gedaan door de twee vaste ‘curatoren’ voor theater en muziek, die bij het programmeren versterking krijgen van wisselende ‘Associate Artists’. Voor 2019 (en misschien langer) zijn dat de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge en de Congolese choreograaf Faustin Linyekula. Voordeel: zij brengen hun eigen ideeën en wellicht verfrissende inspiratiebronnen mee. ‘Nadeel’: het voor 2019 beloofde ‘nieuwe’ werk The Head and the Load van Kentridge is over twee weken al te zien in Londen, in augustus in Duisburg (Ruhrtriënnale) en in december in New York. In 2019 ligt de nadruk op het internationale prestigeproject waaraan vanuit Nederland al jaren hard wordt gewerkt: Stockhausens zevendelige operacyclus Aus Licht, samengebald in drie opeenvolgende voorstellingen.

    • Mischa Spel
    • Ron Rijghard