Recensie

Levend hout, steen en plastic op Anima Mundi

Bezieling Kunstenaar Hans van der Ham zocht uit alle tijden en streken bezielde voorwerpen bij elkaar.

Wanda Tuerlinckx: Robot Portraits, ‘Diego-san’, Qualcomm Institute University of California San Diego, 2016

In de eerbiedwaardige Kofukuji Tempel in de Japanse stad Isumi staan ze in een lange rij op het altaar. Aibo’s: middelgrote metallic apparaten met een knuffelbare ronde kop, flaporen en een staart die niet meer kwispelt. Om de nek hangt een kaartje met de naam van het ding en de naam van de eigenaren. Er zijn tranen gevloeid bij het afscheid. Bedankbriefjes geschreven naar de priester in de tempel. Sony bracht de Aibo in 1999 op de markt – een robodog die zich al snel ontwikkelde tot vurig geliefde metgezel van veel volwassen Japanners. Maar robodogs gaan kapot, de eigenaren in droefheid achterlatend. Dus is in Isumi de mogelijkheid gekomen om de ziel van de apparaten te ‘begraven’. Zo’n achthonderd ‘dode’ Aibo’s zijn inmiddels bewierookt; sutra’s zijn gezongen om de vreedzame overgang van de zielen van de robots naar het dodenrijk te waarborgen.

Maf? Sentimenteel?

Op de uitzonderlijk goed samengestelde, breed meanderende tentoonstelling Anima Mundi in museum Boijmans Van Beuningen vervliegt de scepsis. Want als er iets duidelijk wordt in dit parcours van zes langwerpige zalen (overigens weggemoffeld in de flanken van de grote Gelatin/Bodon-zaal), dan is het de constante menselijke behoefte om leven toe te kennen aan levenloze zaken; van hout, zand, plastic, bot, verf, steen en metaal. En dat niet alleen in een ver verleden, maar ook in het hier en nu, zelfs in de toekomst.

Jachtterrein

Onttovering (een begrip ooit gemunt door de Britse historicus Keith Thomas) en betovering gaan hand in hand, zo laat Hans van der Ham – kunstenaar, initiator en gastcurator van Anima Mundi – zien. Bijna twee jaar is Van der Ham bezig geweest met deze tentoonstelling die veel meer is dan een zomers niemendalletje. Van der Ham zocht, bedelde en bruikleende meer dan honderdtwintig oude en hedendaagse kunstwerken, documentaires, filmwerken en objecten bij elkaar die afkomstig zijn uit binnen- en buitenland. Zijn jachtterrein beperkte zich niet alleen tot traditionele kunstmusea als De Pont in Tilburg (dat een prachtige Berlinde De Bruyckere afstond), Boijmans zelf of het Allard Pierson in Amsterdam, maar omvatte ook de medische rariteiten op sterk water van Museum Vrolijk in het Amsterdamse AMC, de verzameling etnografica van het Wereldmuseum en wetenschapsmuseum Nemo. Het resultaat is verbluffend, met heel veel goede kunst (een betoverend interieur van Desirée Dolron, een schitterende stop motion-film van Reynold Reynolds, ingekleurde foto’s van Hans Bellmer, ex voto’s, tekeningen van Fra Bartolommeo, een teddybeer van Paul de Reus en nog veel meer).

Uit Nemo komt het oerschattige robot-jongetje Pepper, dat de gasten als eerste op zaal kraaiend welkom heet en via microfoons, voetsensoren en camera’s reageert op beweging en geluid. Pepper wekt onmiddellijk vertedering. Voor ik het door heb, sta ik gezellig tegen de robot aan te kletsen. Maar Pepper maakt ook ongemakkelijk. Het is hetzelfde ongemak dat geldt voor de documentaire van Sophie Dros verderop in de tentoonstelling. My Silicone Love (2015) brengt een man in beeld die in een schimmelig villaatje samenleeft met plastic vrouwenpoppen. We zien hem kleren kopen voor zijn ‘meiden’, hij fantaseert erover hoe ze als hij van huis is, samen met elkaar over hem kletsen, hij eet en slaapt met ze. Mooier dan dit kan het niet worden, zegt de man. En inderdaad: My Silicone Love is geen freak show. De film laat, net als Pepper, juist zien hoe schimmig de grens is tussen ‘echte’ liefde en die voor een object uit siliconen, metaal, plastic, steen.

Engelen

De tentoonstelling is in zes losse thema’s opgedeeld, zoals dood, contact, maakbaarheid en bevrijding. Het ene werk nuanceert het andere, een volgend werk spreekt juist weer van een heel ander verhaal. Juist door al die zijwegen ga je scherper kijken, vergelijken, en je fantasie de vrije loop laten. In het beste geval reikt een object over heel veel eeuwen, heel veel beschavingen en soms ook zalen heen een ander werk de hand.

Dit gebeurt bij de fluweelzacht musicerende engelen die de Florentijnse meester Gherardo Starnina tussen 1400 en 1410 schilderde. Zijn penseel is zo zacht en lieflijk dat het lijkt alsof de maker het wonder van het geloof bijna niet durfde aan te raken. Heel anders, maar wel verwant, is een 19de-eeuws ‘krachtbeeld’ dat uit Congo komt. Deze in al zijn angstaanjagendheid schitterende figuur lijkt op een mens en is gemaakt van hout, leer, veren, maar zit vooral stampvol zwart geblakerde spijkers. Het is een beeld waar een agressieve geest in schuilgaat die kan vervloeken en doden.

Zoals robot Pepper vertedering wekt, zo jaagt dit beeld de rillingen over je rug. De maker gebruikte al zijn kunnen om afweer en verwensing in één beeld samen te ballen. Kijk dit beeld recht in de ogen, kijk naar zijn spijkers, zijn veren, zijn misprijzende mond en zeg eerlijk: wie wordt er niet bang, al is het maar even?

Anima Mundi – samenstelling Hans van der Ham. T/m 23 sept. Museum Boijmans Van Beuningen, Rotterdam. T/m 20 juli is Van der Hams ‘Shadow Archive’ te zien bij galerie Nouvelles Images, Den Haag en vanaf 17 aug op de Triennale van Brugge.

●●●●

    • Lucette ter Borg