Klimaatakkoord lijkt nog ver weg

Onderhandelingen

De onderhandelingen om de uitstoot van CO2 in 2030 te halveren hebben in sommige sectoren weinig concreets opgeleverd.

Foto Koen van Weel/ANP

Drie maanden hebben industrie, belangengroepen en overheid onderhandeld over een nieuw Klimaatakkoord. Het doel: de CO2-uitstoot de komende twaalf jaar in Nederland halveren. De presentatie volgende week aan minister Eric Wiebes (Economische Zaken, VVD) dreigt echter op een teleurstelling uit te draaien. Aanvankelijk werd een concreet akkoord op hoofdlijnen verwacht. Maar de uitkomst bestaat voor een groot deel uit voorstellen en scenario’s. Sommige betrokkenen vragen zich zelfs af of een Klimaatakkoord aan het eind van dit jaar nog reëel is.

De onderhandelingen vonden plaats aan zes verschillende ‘klimaattafels’. Met name bij de tafels ‘industrie’ en ‘mobiliteit’ is van een concreet akkoord nog geen sprake. Komende dinsdag worden de resultaten van de tafels door voorzitter Ed Nijpels van het klimaatoverleg aan minister Wiebes overhandigd.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gaat vervolgens de voorgestelde CO2-besparingen doorrekenen. Het Centraal Planbureau (CPB) kijkt naar de gevolgen voor de lastenverdeling. De vraag is of alle voorstellen concreet genoeg zijn om doorgerekend te kunnen worden. Vervolgens komen in het najaar het kabinet en de Kamer tot een definitieve invulling.

Het moest anders

Een ingewijde vergelijkt het resultaat van maanden onderhandelen aan de belangrijke industrietafel met het bakken van een taart: die moet nog gebakken worden, maar concreet zicht op geld voor ingrediënten is er niet. Als oorzaken van de tegenvallende uitkomst worden onder meer het gebrek aan politieke duidelijkheid en het ontbreken van een concreet budget genoemd. Het ministerie van Wiebes wilde zich, los van de inhoud van het regeerakkoord, vooraf niet committeren aan een uitkomst. De ambtenaren aan de klimaattafels konden daardoor volgens betrokkenen onvoldoende houvast aan de onderhandelaars bieden.

Vooraf was al duidelijk dat de minister en de Kamer geen herhaling wilden van 2013, toen het bedrijfsleven en belangengroepen (milieuclubs, vakbonden) tot een Energieakkoord kwamen. Toen bleek er voor de politiek niets meer te kiezen. Dat is nu anders: in september wordt in de Tweede Kamer gedebatteerd over de uitkomsten van het klimaatoverleg en Wiebes wil voor het eind van dit jaar een afgerond Klimaatakkoord.

Van de klimaattafels hebben ‘gebouwde omgeving’ en ‘elektriciteit’ de meest concrete resultaten behaald. Bij gebouwde omgeving staat het gasvrij maken van huizen centraal. De voorstellen (gas zwaarder belasten en stroom goedkoper maken) waren zo concreet dat die inmiddels zijn afgezwakt om, volgens een betrokkene, de politiek ruimte te geven voor een eigen invulling.

Lees ook: CO2-opslag? Het kan een stuk slimmer

De tafel van de elektriciteitssector heeft concreet uitgewerkt hoe de duurzame stroom-productie fors kan worden uitgebreid. Dat gebeurt voor een groot deel door windparken op zee, maar zeker ook op land. Dat laatste ligt gezien het verzet van veel mensen erg gevoelig. Volgens een betrokkene zijn er door provincies en gemeenten geen concrete toezeggingen gedaan.

De totale benodigde besparing voor Nederland is 45 miljoen ton CO2 in 2030. De elektriciteitstafel – met de stroomproducenten – en de industrietafel nemen het leeuwendeel van de besparing voor hun rekening: respectievelijk 20 en 14 miljoen ton. Aan de industrietafel, waar de meest vervuilende bedrijven meepraten, blijft de ondergrondse opslag van CO2 (CCS) een grote splijtzwam. Via CCS zou de helft van de doelstelling behaald moeten worden, maar de methode kan duur uitpakken en milieugroeperingen zetten vraagtekens bij het duurzame karakter. Afgesproken is nu dat er verder onderzoek wordt gedaan naar kosten en risico’s.

Rekeningrijden

Bij de tafel ‘mobiliteit’ ontbreekt de invoering van rekeningrijden bij de conclusies. Volgens experts is dit het middel om autoverkeer terug te dringen, maar politiek krijgt dat te weinig steun. Wat resteert is volgens een betrokkene een groslijst aan mogelijkheden zonder echte keuzes.

Verder wordt ingezet op duurzame brandstoffen, maar het is de vraag of in de nabije toekomst voldoende biomassa voorhanden is. Ook kolencentrales zien een toekomst met biomassa voor zich.

Landbouw gaat zijn beperkte opdracht om 2 miljoen ton broeikasgassen te verminderen halen. Critici wijzen erop dat de sector niet verder kijkt dan 2030: serieuze maatregelen om de veestapel terug te dringen – noodzakelijk om de doelstellingen van 2050 te halen – worden niet voorgesteld.

    • Erik van der Walle