Genetische trukendoos gaat nu open om bijna uitgestorven neushoorn te redden

Noordelijke Witte neushoorn

Onderzoekers werpen alle technische middelen in de strijd om de noordelijke witte neushoorn voor uitsterven te behoeden.

De laatste twee levende noordelijke witte neushoorns in het Ol Pejeta-reservaat, moeder Najin (28) en dochter Fatu (18), beide nakomelingen van het laatste mannetje Sudan (45) die dit voorjaar overleed.Foto DAI KUROKAWA / EPA

Kunstmatige voortplanting is voor de noordelijke witte neushoorn de laatste strohalm om zich aan vast te klampen. Als dat niet lukt, is het binnenkort definitief voorbij voor deze ondersoort. Er leven nog twee vrouwtjes in het Ol Pejeta reservaat in Kenia; het laatste mannetje liet daar op 19 maart het leven.

Maar nu meldt een internationaal team van onderzoekers onder leiding van Thomas Hildebrandt van het Leibnitz Institute for Zoo and Wildlife Research in Berlijn dat zij de eerste stappen hebben gezet om de ondersoort met moderne voortplantingstechnologie van de ondergang te redden. Hun resultaten verschenen woensdag in Nature Communications.

Het is een curieus onderzoek, waarin alles uit de kast wordt gehaald om de noordelijke witte neushoorn met geavanceerde laboratoriumtechnieken weer tot leven te wekken. Het doel, nieuwe aanwas van deze ondersoort, is nog niet bereikt. Vier hybride embryo’s (half noordelijke, half zuidelijke witte neushoorn) is het beste resultaat tot dusver. Maar de onderzoekers denken het trucje nu voldoende onder de knie te hebben om de volgende stap te kunnen maken.

„Binnen enkele maanden willen we deze hybride embryo’s in een draagmoeder plaatsen”, zegt Hildebrandt tijdens een telefonische persconferentie. „Als dat goed gaat zullen over anderhalf jaar de eerste hybride kalfjes geboren worden – neushoorns hebben een draagtijd van 16 maanden.” Een zuidelijke witte neushoorn die al eerder gekalfd heeft, zal de draagmoeder zijn. „De hybriden worden een back-up populatie, een genetische reserve waaruit later weer een lijn van pure noordelijke witte neushoorns gefokt kan worden.”

Het team heeft wel geprobeerd een zuiver embryo van de noordelijke witte neushoorn te kweken, maar dat mislukte. Uit een eierstok van een in 2015 overleden vrouwtje wisten ze vier eicellen te isoleren. Ze konden er twee bevruchten, maar er kwamen geen embryo’s uit voort. „Helaas kwam deze kans voor ons te vroeg, op een moment dat we nog niet zo bedreven waren in het werken met eicellen van deze diersoort”, licht de Italiaanse fertiliteitsdeskundige van het team, Cesare Galli, toe.

Speciaal ontwikkelde lans

De onderzoekers wachten nu op toestemming van de Keniaanse autoriteiten om eicellen te oogsten bij de twee laatste levende vrouwtjes, Najin (28) en Fatu (18). Bij zuidelijke witte neushoorns in Europese dierentuinen deden ze daarmee al ervaring op. Met een speciaal ontwikkelde lans van anderhalve meter lengte kunnen ze via de anus van de immense dieren follikels in de eierstokken aanprikken om eitjes te oogsten. „Het is wel risicovol”, zegt Hildebrandt, „Want hiervoor moeten de dieren twee uur lang onder narcose. Dat is gevaarlijk voor het hart, en daar maak ik mij wel zorgen over.” Niettemin verwacht hij „voor het eind van het jaar” naar Kenia te kunnen afreizen om de eicellen te verzamelen. „Over drie jaar hebben we dan kalfjes”, zegt hij.

Dat is wel wat optimistisch want aan de mannelijke kant van de bevruchting zijn ook hordes. Er is in totaal 300 milliliter sperma van de noordelijke witte neushoorn verzameld, vertelt Hildebrandt. Dat lijkt veel, maar in de praktijk valt het enorm tegen. Het sperma is slechts afkomstig van drie stieren en het is ook nog eens van matige kwaliteit. Eenmaal ontdooid bewegen de spermacellen niet of nauwelijks, waardoor ICSI (injectie van een spermacel in de eicel) de enige mogelijkheid is om een bevruchting tot stand te brengen.

Niet voor één gat te vangen hebben de onderzoekers hun hoop ook gevestigd op stamceltechnologie. „Er zijn twaalf cellijnen van de noordelijke witte neushoorn beschikbaar”, zegt Hildebrandt. Uit deze huidcellen kunnen stamcellen gemaakt worden. „Daaruit kunnen we geslachtscellen produceren”, zegt Galli. „Het zal een grote uitdaging worden om dat voor elkaar te krijgen, maar in Japan is het al gelukt bij muizen.”

Voortplantingsdeskundige Bart Gadella van de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht denkt dat hiermee inderdaad de genen van een bijna uitgestorven diersoort behouden kunnen worden. „Ik heb wel kanttekeningen”, zegt Gadella, „Er zijn nu alleen nog maar hybriden gemaakt, en het is onzeker of de twee nog levende vrouwtjes nog wel vruchtbare eitjes kunnen leveren. Ook de nakomelingen moeten natuurlijk vruchtbaar zijn voor een succesvol fokprogramma. De vraag is of er nog genoeg genetische variatie aanwezig is om de soort te redden.”

Ecoloog Herbert Prins van de Wageningen Universiteit juicht het initiatief toe, maar om heel andere reden dan Hildebrandts team. „Dat ze nu hybriden gaan maken is een briljant idee! Immers, als je dit project met koele blik bekijkt, kan de noordelijke witte neushoorn de zuidelijke redden in plaats van andersom.”

De noordelijke witte neushoorn is genetisch veel diverser dan de zuidelijke, legt Prins uit. „De zuidelijke populatie is aan het begin van de negentiende eeuw door een flessenhals gegaan, met een omvang van slechts enkele tientallen dieren. Dat heeft de genetische basis heel ver uitgedund. De noordelijke witte neushoorn is pas de laatste zestig jaar in het gedrang gekomen, maar heeft nog wel zijn genetische diversiteit behouden. Die kan dus de totale genetische basis van alle witte neushoorns opkrikken.”

Volgens Prins is er „alle ruimte” om de witte neushoorns weer in hun oorspronkelijke leefgebied in Oost-Afrika te herintroduceren. „Het hele ecosysteem zal erbij gebaat zijn, want er zijn geen efficiëntere grazers dan neushoorns en nijlpaarden. Ik doe zelf onderzoek in een privépark in Zuid-Afrika waar we onlangs neushoorns hebben geïntroduceerd. In een paar jaar hebben we het landschap compleet zien veranderen. Daar profiteren allerlei andere soorten van, zoals wildebeesten en zebra’s.”

    • Sander Voormolen