In de prostitutie is geweld altijd nabij

Sekswerkers Hilda werkt sinds haar 15de in de prostitutie. De risico’s ervan kent ze. „Ik heb drie maanden met een blauw gezicht rondgelopen.”

Prostituee Miriam (51): „Ik google altijd even met wie ik afspreek en zoek het adres op. Dan ken ik de omgeving een beetje.” Foto Bastiaan Heus

Ze werkt ruim twintig jaar op De Baan in Kanaleneiland, de tippelzone in Utrecht. Haren trekken, slaan, pogingen tot beroving: klanten misdragen zich, weet Hilda (52). „En soms gooien jongens rotjes naar je.”

Hilda vertelt over het werk als prostituee. Haar achternaam wil ze niet in de krant, niet iedereen weet dat ze dit werk doet. Op haar bed liggen twee hartvormige kussens. Kat Donnie Brasco scharrelt door de woonkamer.

Lees ook: ‘Sekswerker wordt niet goed beschemd door wet’

Hilda koos zelf voor de prostitutie en betaalt er nu haar cocaïneverslaving van. Vaak vindt ze het werk leuk. Sociaal, leuke klanten, lachen met de meiden. Maar het wereldje wordt steeds harder. „Voor je het weet heb je ruzie.” Haar punt: in de prostitutie is geweld altijd dichtbij.

Van de prostituees in Nederland heeft 97 procent het afgelopen jaar tijdens het werk te maken gehad met geweld, meldt het rapport Sekswerk en geweld in Nederland dat deze donderdag uitkomt. Volgens de onderzoekers, Soa Aids Nederland en belangenvereniging voor sekswerkers Proud, beschermt de huidige wet- en regelgeving sekswerkers niet – de regels ondermijnen de veiligheid juist.

Sinds de overheid beleid voert om het aantal seksinrichtingen terug te dringen – van 1.270 vergunde ‘ramen’ en panden in 2006 naar 833 in 2014 – is de branche minder veilig geworden, schrijven de onderzoekers. Prostituees zoeken hun toevlucht tot de onvergunde, meer ondergrondse sector: hotels en huizen. Dat speelt geweld in de kaart en vergroot het risico op misbruik en gedwongen prostitutie, volgens het rapport.

De definitie van geweld is breed. Het gaat om vernedering, stalken en mishandeling, om verkrachting, beroving, afpersing en uitbuiting, maar ook om het weigeren van een zakelijke bankrekening. De meeste daders zijn klanten. Daarnaast maken collega’s, partners, familie, buren en banken zich hier schuldig aan.

Oma was souteneur

Hilda groeide op in een familie waar sekswerk heel normaal is. Haar moeder en tantes werkten als prostituee, ooms en oma als souteneur. Op haar vijftiende belandde ze zelf achter het raam. Eerst werkte ze in Groningen, daarna in Amsterdam. Toen ze op haar achtentwintigste aan drugs verslaafd raakte, ging ze werken op de tippelzone in Utrecht.

Die zone heeft zestien afwerkhokken: veertien voor automobilisten, twee voor (brom)fietsers. Ze liggen pal aan het kanaal, een paar minuten lopen van de tippelstraat. Onveilig, vindt Hilda. „Als ik iets vreemds hoor in een ander hok, ga ik gelijk kijken.”

De ene sekswerker loopt meer kans op geweld dan de andere. Vooral escortprostituees, die in hotels afspraken maken, en ‘thuiswerkers’ lopen risico, staat in het onderzoek. „Voor sekswerkers voelt een hotel als een neutrale plek”, de aanwezigheid van camera’s geeft sommigen „een veilig gevoel”. In werkelijkheid vergroot de anonimiteit de risico’s.

Miriam (51, „Geen achternaam, ik wil niet dat mijn kinderen gestigmatiseerd worden omdat ik dit werk doe.”) werkt drieëntwintig jaar in de prostitutie en bezoekt klanten vooral thuis, vertelt ze op de Amsterdamse Wallen. Ze is nog nooit fysiek mishandeld, zegt ze: „Ik google altijd even met wie ik afspreek en zoek het adres op. Dan ken ik de omgeving een beetje.”

Raambordelen en privéhuizen zijn relatief veilige werkplekken, volgens het rapport. Hilda herkent dat: „Als je op de alarmknop drukt, is er binnen een paar tellen iemand met een honkbalknuppel.”

Soms herken je een lastige klant vooraf, vertellen Hilda en Miriam. Dan verloopt het eerste contact al moeizaam, willen ze je overhalen tot seksuele handelingen die je niet wilt of proberen af te dingen. Hilda laat klanten altijd vooraf betalen.

Toch gaat het soms fout. Bijvoorbeeld omdat de klant drugs heeft gebruikt, vertelt Hilda. Ze moest een man pijpen die te veel had gesnoven. Hij kwam niet klaar en werd boos. Hilda stapte snel zijn auto uit, de man kwam haar achterna en begon te slaan: „Ik heb drie maanden met een blauw gezicht rondgelopen.”

Aangifte van geweld

Zij deed aangifte bij de politie. Acht op de tien sekswerkers doen dat niet, staat in het rapport. Ze houden hun gegevens liever privé of zijn bang dat hun verhaal niet serieus wordt genomen. Bij buitenlandse vrouwen speelt mee dat ze in hun thuisland slechte ervaringen hebben met de politie.

Agenten kijken naar sekswerkers door de „mensenhandelbril”, reageert Ine Vanwesenbeeck, verbonden aan Rutgers en hoogleraar seksuele gezondheid in Utrecht. „Agenten moeten sekswerk meer als werk zien.” Dat vergt training, zegt ze; ze moeten leren zich meer empathisch op te stellen bij aangifte van geweld. „Nu is vaak de eerste reactie van de agent: ‘Dan moet je dat werk maar niet doen.’”

Volgens Vanwesenbeeck draagt „de politiek” bij aan de veroordeling en criminalisering van prostitutie. Het beleid moet meer op de bescherming van sekswerkers gericht zijn, zegt zij, en die moeten daar nauw bij betrokken worden.

Leuk werk

Voor Hilda maakt het niet meer uit. Zij gaat stoppen op de Utrechtse tippelzone. Bij vlagen was het leuk werk, zegt ze. Soms voelde het afspreken als gewoon gezelschap. Ze vierde Oud en Nieuw met de andere vrouwen. Ze trokken lootjes met Sinterklaas. En ze gingen varen op de Vinkeveense Plassen. „Als ik mijn geld niet had uitgegeven aan de drugs, had ik nu een huis op de Bahama’s kunnen kopen.”

Op 12 juli gaat ze afkicken in een kliniek in Utrecht – na een eerdere poging bleef ze jaren clean. Twee weken zal ze er blijven. Meteen daarna gaat ze met haar zoon op vakantie naar Turkije. Bij terugkomst trekt ze bij hem in tot ze een eigen huisje krijgt toegewezen. „Klantjes” zal ze heel af en toe nog wel ontvangen, zegt ze.

Maar het is vooral tijd voor die volgende stap in haar leven, zegt ze. „Ik ben nu oma.”

    • Martin Kuiper