In de geestelijke gezondheidszorg moet veel gebeuren met weinig geld

Laatste zorgakkoord kabinet De geestelijke gezondheidszorg worstelt met wachtlijsten en personeelstekort. Met weinig extra geld moet veel worden bereikt, blijkt uit het laatste zorgakkoord van Rutte-III.

Met weinig extra geld moet veel worden bereikt in de geestelijke gezondheidszorg, blijkt uit het laatste zorgakkoord van Rutte-III Foto PAMOORE

Er komen geen extra bedden in de geestelijke gezondheidszorg en patiënten worden alleen „bij medische noodzaak” opgenomen in een instelling. De afbouw van bedden in de ggz wordt, kortom, doorgezet door het kabinet Rutte-III. Dat blijkt uit een akkoord voor de geestelijke gezondheidszorg dat woensdag werd gepresenteerd door staatssecretaris Paul Blokhuis (ChristenUnie, VWS) en is gesloten met onder meer brancheverenigingen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties.

Voor de geestelijke gezondheidszorg is in 2022, wanneer het akkoord afloopt, ruim 3,9 miljard euro beschikbaar. Dat is een groei van gemiddeld 1 procent per jaar. „Bescheiden”, noemt GGZ Nederland dat in een reactie. Terwijl de problemen in de sector aanzienlijk zijn.

De afbouw van bedden in de geestelijke gezondheidszorg is al sinds ertoe besloten werd, in 2012, fel bekritiseerd. Sindsdien verdwijnt ieder jaar ongeveer 6 procent van het aantal opnameplekken. Intensieve zorg thuis is minder duur én zou beter zijn voor de ontwikkeling van patiënten, was het idee.

Probleem is dat de programma’s voor hulp in wijken en aan huis niet altijd goed geregeld waren voordat de ‘bedden’ werden afgebouwd. Begin vorig jaar onderzochten het landelijk platform GGz, de Patiëntenfederatie Nederland en patiëntenorganisatie Ieder(in) de gevolgen van de beddenafbouw. Van 10.000 ondervraagden zei de helft dat goede zorg „slechts soms of nooit beschikbaar” is.

Lees ook: Leontine en Sebastiaan vertelden in NRC over hoe moeilijk het is om hulp te krijgen.

Uit het akkoord blijkt ook dat de zorg nog niet overal op orde is. Zorgaanbieders, verzekeraars en gemeenten moeten „stapsgewijs in elke regio” afspraken maken „bij het vormgeven van passende ambulante zorg en ondersteuning”. Al is daarvoor geen specifiek geld beschikbaar gemaakt in dit akkoord.

Er is wel wat geld om andere problemen op te lossen: personeelstekorten en wachtlijsten. Er komen 150 extra opleidingsplaatsen voor GZ-psychologen, bovenop de ruim 600 extra plaatsen die eerder al beschikbaar werden gesteld. Daarvoor is 20 miljoen euro beschikbaar. Dat geld zou ook moeten helpen om de wachtlijsten te bestrijden. In april bleek uit een rapport van de Nederlandse Zorgautoriteit dat patiënten in de ggz vaak veel langer moeten wachten op behandeling dan in de sector is afgesproken.

Mensen met autisme zouden bijvoorbeeld volgens de afspraken binnen vier weken op een eerste gesprek moeten kunnen komen, maar in de praktijk is dat nu pas na dertien weken. Blokhuis was daar „zeer teleurgesteld” over, zei hij toen. In de zomer, zo blijkt uit het akkoord, komen brancheorganisaties in de ggz met een „actieplan” om de wachttijden terug te dringen.

Lees in deze drie artikelen meer over de akkoorden met: medisch-specialisten, huisartsen en wijkverpleegkundigen.

Het akkoord over geestelijke gezondheid is het vierde en laatste grote zorgakkoord van het kabinet Rutte-III. Die akkoorden, bedacht door ex-minister Edith Schippers (VVD, Volksgezondheid) moeten de groei van de zorgkosten remmen. Die dreigen onhoudbaar te worden door onder meer de vergrijzing. De akkoorden kunnen ervoor zorgen dat de zorgkosten de komende jaren niet met de geraamde 10 miljard, maar met 8 miljard euro stijgen.

Dat wil het kabinet doen door meer zorg dichtbij huis te organiseren (dat is ook goedkoper) en minder mensen naar het ziekenhuis en de medisch-specialist te laten gaan. Het is precies de beweging die ook in het ggz-akkoord zichtbaar is: zoveel mogelijk thuis behandelen, zo weinig mogelijk in de kliniek.

    • Enzo van Steenbergen