Foto Merlijn Doomernik

Karin Slaughter: ‘Natuurlijk denk ik na over de perfecte moord’

Thrillerauteur Karin Slaughter wil dat haar boeken waarheidsgetrouw zijn. Dus is ze aanwezig bij een autopsie en checkt ze of een lijk in de kofferbak van een Chevy past.

Hoe ziet 100.000 dollar in cash eruit? Past dat in een paar vuilniszakken? Of achterin de kofferbak van een auto? De Amerikaanse thrillerauteur Karin Slaughter (47) wilde het precies weten. Dus ging ze langs bij een bank in Atlanta waar een medewerker haar meenam naar de kluis. „Dat is het voordeel van mijn werk. Ik kom nog eens op bijzondere plekken.”

Slaughter – dit is haar echte achternaam – is in Parijs om haar nieuwe thrillerroman Gespleten(Pieces of Her) te promoten. In haar hotelkamer op de bovenste verdieping van het chique Mandarin Oriental Hotel – met uitzicht op de Eiffeltoren – schenkt ze kopjes thee, gekleed in een sweater, jeans en sneakers. Haar korte, blonde haar zit warrig, haar slepende accent – ze spreekt met een Southern drawl – doet denken aan dat van actrice Geena Davis in Thelma & Louise. Ze vertelt dat ze de gebeurtenissen in haar boeken zo waarheidsgetrouw mogelijk wil opschrijven. En dus checkt ze bijvoorbeeld of de achterbak van een Chevy groot genoeg is om een lijk in te stoppen. Of gaat ze langs bij het Georgia Bureau of Investigation om forensisch materiaal te bekijken. Dat levert soms verrassingen op. „Een medewerker vroeg of ik een autopsie wilde zien. Hij nam me mee naar het mortuarium. Daar lag een zwerver, hij was overleden aan een alcoholvergiftiging. Ze hadden hem helemaal opengemaakt, al zijn ingewanden waren eruit gehaald. Ik kon zo zijn ruggengraat zien.” Ze begint te grinniken. „De man die de autopsie verrichtte, hield de blaas van de zwerver in zijn hand. Een enorm ding. Hij zei: hij is zo groot omdat hij ’s nachts niet meer heeft geplast.”

Hebben we hier te maken met een freak? Een schrijver met sadistische neigingen? Welnee. Slaughter is eerder een zachtaardige nerd die graag boeken leest en feitjes checkt op internet. Niets in haar relaxte gedrag verraadt dat de bestsellerauteur – van haar boeken zijn meer dan 35 miljoen exemplaren verkocht in 37 talen – het liefst de meest gruwelijke scènes op papier zet. Zo debuteerde ze in 2001 met Nachtschade (Blindsighted), een thriller vol gewelddadige passages over een serieverkrachter die zijn vrouwelijke slachtoffers aan het kruis nagelt. Dit boek, de eerste in de zesdelige Grant County-reeks over lijkschouwer en kinderarts Sara Linton, werd opgevolgd door Zoenoffer (Kisscut) (2002) over een tienermeisje dat op gruwelijke wijze wordt verminkt. Ook in haar nieuwe thriller Gespleten beschrijft Slaughter hoe hoofdpersoon Andrea getuige is van een bloederige aanslag waarbij haar eigen moeder, die een mes door haar hand krijgt, zich ontpopt tot een koelbloedige vrouw die haar tegenstander vakkundig uitschakelt.

De combinatie van hard geweld, realistische scenario’s en een ingewikkeld plot, levert haar een trouwe schare fans op. Maar ze krijgt ook kritiek – het geweld tegen vrouwen zou veel te expliciet zijn – of ze wordt ervan beschuldigd dat ‘ze schrijft als een man’. Een rare opmerking, meent ze, want waarom zouden vrouwen niet houden van gruwelverhalen? Laat staan in staat zijn deze op een sappige manier op te schrijven? „Mijn grootmoeder las vroeger al True Crime Magazine. Dat was gewoon snuff porn: vrouwen werden geslagen en in stukjes gehakt, echt verschrikkelijk. Mijn oma verstopte die blaadjes onder haar matras, omdat ze niet wilde dat anderen wisten dat ze dit las. Maar ik denk dat het merendeel van de vrouwen dit soort verhalen juist wil lezen.”

Mijn lezers denken daar anders over, maar ik vind de situaties die ik beschrijf vaak grappig

Karin Slaughter

Als kind zat ze, in tegenstelling tot haar twee zussen, altijd al met haar neus in de boeken en las ze duistere verhalen. Die fascinatie komt volgens haar voort uit de literaire traditie waarmee ze is grootgebracht. „Ik ben opgegroeid in het zuiden van de States, ‘gothic storytelling’ is daar heel normaal. Schrijvers als Flannery O’Connor, James Dickey en William Faulkner staan bekend om hun duistere verhalen.”

Ze vertelt dat haar vader, een autoverkoper uit Jonesboro (een stadje buiten Atlanta) deze gruweltraditie binnen het gezin graag voorzette. „Hij kon ons flink de schrik aanjagen. Dan vertelde hij een eng verhaal en pakte hij me stevig bij mijn knie. Ik kreeg dan de slappe lach, maar soms ook tranen in mijn ogen omdat het zo’n pijn deed. Dat laatste had hij niet echt door.” Ze moet erom lachen. „Mannen van zijn generatie wisten eigenlijk niet goed hoe ze met hun dochters om moesten gaan. Als ik een slaapfeestje had, klom hij op een ladder en ging met een laken over zijn hoofd voor het raam staan. Hij vertelde ook verhalen over mensen die werden onthoofd. Gruwelijk, maar hij bracht het met een flinke dosis zwarte humor.” Ze zwijgt even en schenkt nog een kopje thee in. „Ik denk dat ik, qua humor, erg op hem lijk. In Gespleten beschrijf ik hoe Andrea, nadat ze een man heeft vermoord en op de vlucht is geslagen, in een motel aan haar bh ruikt omdat ze bang is dat deze stinkt.” Ze grinnikt opnieuw. „Mijn lezers denken daar anders over, maar ik vind de situaties die ik beschrijf vaak grappig.”

Waarom kiest u ervoor om geweld of seksueel misbruik tot in detail te beschrijven?

„Je kunt mijn boeken opvatten als een waarschuwing. Vrouwen moeten nu eenmaal meer oppassen dan mannen. Statistisch gezien is de kans op verkrachting niet groot, maar het kan gebeuren. Het is goed je ervan bewust te zijn dat dit gevaar er is. Ik probeer overigens dat soort scènes wel af te wisselen met luchtige passages. En in mijn boeken wordt de dader uiteindelijk altijd gepakt.”

Waarom vindt u een ‘happy end’ belangrijk?

„In mijn verhalen gebeuren de dingen zoals ze moeten gebeuren: de goede mensen winnen. In het echte leven kunnen mensen zich flink machteloos voelen. Vrouwen worden bijvoorbeeld nog steeds te weinig aangemoedigd om seksuele toenaderingen af te wijzen.”

Ondanks #MeToo?

„Ja. Dat vrouwen te weinig van zich afbijten heeft te maken met zelfbescherming. Maak je zo’n man boos, dan kan hij je wat aandoen. Dus je doet aardig. Ondertussen denkt zo’n vent dat je zijn gedrag wel leuk vindt, terwijl jij denkt: ‘wat een eikel’. Om die reden vind ik het belangrijk om de dingen precies te beschrijven zoals ze zijn. Een verkrachting heeft absoluut niets te maken met seks, het is geweld. Maar dat onderscheid wordt in onze samenleving nog steeds onvoldoende gemaakt.”

Zeg naar welk land u op vakantie gaat, en wij zeggen welke boeken bij dat land passen.

Kunt u een voorbeeld noemen?

„Neem de verslaggeving rondom de vrouwen die Trump aanklaagden wegens seksueel geweld. Sommige journalisten plaatsten deze vrouwen in dezelfde categorie als de pornosterren met wie Trump seks heeft gehad. Maar dat is niet hetzelfde. In het eerste geval hadden de vrouwen hun toestemming niet gegeven. Het is gevaarlijk als dit soort grenzen niet meer duidelijk zijn. Dingen die ons niet aanstaan, moeten we niet met taal verzachten. Daarom schrijf ik iedere vorm van geweld keihard op.”

Denkt u dat u op die manier uw lezers kunt beïnvloeden?

„Ik denk niet dat je iemands mening kunt veranderen. Ik denk wel dat je mensen kunt beïnvloeden om ergens op een andere manier over na te denken.”

In uw laatste boek Gespleten staat vooral de verhouding tussen moeder en dochter centraal.

„Ik heb zelf geen kinderen. Ik wist al op vroege leeftijd dat ik die zorg niet wilde. Maar de relatie tussen moeder en dochter heeft me altijd gefascineerd. Wie ben je ten opzichte van je moeder en hoe kom je op eigen benen te staan? In Gespleten komt Andrea erachter dat haar moeder een crimineel verleden heeft. Ze houdt van haar moeder, maar gaat ook aan haar twijfelen. Dat is een ingewikkelde situatie. Kan ze haar moeder nog wel vertrouwen? Uiteindelijk accepteert Andrea dat ze haar moeder slechts deels zal kennen.”

Heeft u zelf een goede verhouding met uw moeder?

„Mijn moeder maakt geen deel uit van mijn leven. Ik ben opgevoed door mijn vader en stiefmoeder en ik beschouw haar als mijn moeder. Zij is, wat je noemt, een typische ‘Southern lady’. Charmant en elegant en ondertussen een harde werker. In de tijd dat ze voor mij en mijn zussen zorgde, had ze tegelijkertijd een zware baan als manager bij een bank. Andrea’s moeder lijkt op haar, ook zij is een vrouw die alles tegelijk doet en verschillende gezichten heeft. In feite is dit boek een ode aan mijn stiefmoeder.”

Toen ik tien was schreef ik al verhalen over afgehakte ledematen

Karin Slaughter

Wanneer wist u dat u schrijver wilde worden?

„Vanaf mijn zesde schreef ik al verhalen. En toen ik een jaar of tien was gingen die al over mensen met afgehakte ledematen.”

Toch heeft u pas op uw dertigste uw eerste boek gepubliceerd.

„Ik heb een tijdje in Atlanta een bedrijfje in gevelreclames gehad. Dat was leuk, ik heb er veel van geleerd, maar mijn wens om te gaan schrijven was toch sterker. Toen ik het bedrijf na vier jaar verkocht, verklaarde mijn omgeving me voor gek. Begrijpelijk, want mijn eerste scripts waren afgewezen. Maar ik heb niet opgegeven. Via een literair agent kreeg ik uiteindelijk een contract voor drie boeken. Ik had me voorgenomen voor mijn dertigste een boek te hebben gepubliceerd. Dat is gelukt.”

U komt ieder jaar met een nieuw boek. Wat is uw werkmethode?

„Als ik begin, zit het boek voor een deel al in mijn hoofd. Meestal begin ik al wat te schrijven in mei. In de zomer doe ik promotietours, maar na september blijf ik thuis. Dan ga ik naar mijn writer’s cabin in de bossen, vlak buiten Atlanta. Daar schrijf ik, twee weken lang, zo’n 12 tot 14 uur per dag. Gemiddeld schrijf ik dan 25 tot 30 pagina’s per dag. Daarna ben ik een week thuis om bij te tanken, dan ga ik weer terug. Meestal ben ik klaar rond januari.”

Foto Merlijn Doomernik

Dat zijn extreem lange werkdagen.

„Ik ben niet anders gewend. In de periode dat ik mijn bedrijfje nog had, werkte ik ook op die manier. Ik schreef voordat ik naar het werk ging, als ik thuiskwam, schreef ik weer verder. En in het weekend schreef ik door. Tegenwoordig vind ik het wel moeilijker om het zo lang vol te houden, ik doe nu wel een middagdutje. En als ik na twee weken thuiskom, ben ik totaal uitgeput. Dan kan ik alleen nog maar slapen.”

Heeft u een relatie?

„Ik ben al 26 jaar samen met dezelfde vrouw. Twee jaar geleden zijn we getrouwd.”

De Nederlandse thriller is veel minder populair dan enkele jaren geleden. De totale verkoop halveerde. Hoe komt dat?

Waarom pas zo laat?

„Omdat het homohuwelijk tot voor kort niet in alle staten was toegestaan. Dat het in 2015 ineens ook in Georgia mogelijk was, kwam als een grote verrassing. De huwelijksceremonie was een bijzondere ervaring. We hadden een groot feest met al onze vrienden. Dat we dat openlijk konden vieren, was geweldig. Ik had het gevoel voor het eerst een volwaardig burger te zijn.”

Heeft u wel eens zin om te stoppen met schrijven? Voor het geld hoeft u het niet te doen, toch?

„Financieel is het inderdaad niet nodig. Maar ik voel me verplicht aan mijn uitgever en lezers om door te gaan. Bovendien is het een traditie voor thriller-auteurs om ieder jaar een nieuw boek uit te brengen. Schrijvers als Lee Child of Lisa Gardner doen dat ook. Ik schrijf in ieder geval niet zodat ik weer even een cheque kan innen.”

Hoe bedoelt u dat?

„Sommige schrijvers publiceren in hoog tempo en maken zich er een beetje vanaf. Dan krijg je een slordig verhaal. Dat kan ik niet. Als ik aan het schrijven ben, zie ik toch die lezer voor me die in de Walmart mijn boek aanschaft. Zo iemand besluit geld uit te geven aan iets wat ik heb bedacht. Dan denk ik: jou mag ik niet naaien. Ik doe echt wat ik het liefst doe, en dat heb ik te danken aan mijn lezers. Alleen daarom al heb ik ze te respecteren.”

U vindt het belangrijk dat de feiten kloppen in uw boek. Heeft u wel eens een fout gemaakt?

„Zeker. Mijn personage Will Trent is in één boek ouder dan in een ander boek. En in mijn tweede boek haalde ik ‘geweer’ (rifle) en ‘jachtgeweer’ (shotgun) door elkaar. Dat heb ik in latere edities aangepast, maar lezers sturen me er nog steeds mails of brieven over.”

Ik heb zelf twee wapens. Vooral omdat ik wil weten hoe je een wapen gebruikt

Karin Slaughter

Hoe staat u tegenover wapenbezit?

„Ik heb zelf twee wapens. Vooral omdat ik wil weten hoe je een wapen gebruikt. Ik heb er een hekel aan om een verhaal te lezen waaruit blijkt dat de auteur niet weet hoe je een wapen hanteert of schoonmaakt.”

En waarom heeft u er twee?

„Ik heb ooit een 9 mm aangeschaft en mijn vader heeft me een revolver gegeven. Mijn cabin ligt best afgelegen en hij vindt het een geruststellend idee dat ik mezelf kan verdedigen. Gek genoeg ben ik soms ook een beetje bang als ik daar in mijn eentje zit. Zelfs mijn katten zijn er niet, dus het is best eenzaam.”

Lees ook het interview met Margaret Mazzantini: ‘Wie niet durft te voelen, kan niet schrijven’

Wat vindt u ervan dat het in de VS zo makkelijk is om een wapen aan te schaffen?

„Een groot probleem. Het is op dit moment moeilijker om een auto aan te schaffen dan een wapen. Ondertussen besteden we miljoenen aan terrorismebestrijding, terwijl er geen geld wordt vrijgemaakt om het wapengeweld tegen te gaan. Walgelijk. Wat dat betreft ben ik voor strikte regulering. En als de overheid morgen zegt dat ik mijn wapens moet inleveren, dan doe ik dat meteen.”

Zou u ooit zelf in staat zijn om een moord te plegen?

„Welnee. Ik heb geen moordneigingen. Maar ik ken geen thrillerschrijver die niet heeft bedacht hoe je de perfecte moord zou kunnen plegen. Hoe je iemand doodt, is minder belangrijk dan hoe je ermee weg komt. Dat is onze obsessie.”

    • Rosan Hollak