Twaalf impertinente vragen voor Xander de Buisonjé: ‘Voor mezelf ga ik niet koken’

Impertinente vragen Xander de Buisonjé (44) beantwoordt twaalf impertinente vragen. Over flossen, katers en bekeuringen. Hij mag er eentje doorstrepen.

Wanneer had je voor het laatst een kater?
„Drie jaar geleden. Ik was op stap met mijn zwager, we begonnen met een biertje en een kopstootje. Daarna wijn bij het eten. Aftappen met biertjes. Ik vind het heerlijk om zo de boel los te laten, maar dan moet ik de volgende dag wel vrij zijn.
Na een crew-party van De Vrienden van Amstel Live zat ik ook als een student op de rand van mijn bed. Het licht moest aanblijven en ik bleef op één punt focussen.”

Kan je boos worden in het verkeer?
„Er is niets op de wereld waar mensen zo buitensporig boos worden als in het verkeer. Walgelijk. Toch betrap ik mezelf er ook op. Als iemand asociaal gedrag vertoont, kan ik boos worden, maar dat hoeft die ander niet te merken. Ik zit dan in mijn auto te schelden en ga daarna extreem vrolijk zwaaien.”

Als je een avond alleen thuis bent, wat eet je dan?
„Als we mensen te eten hebben, kan ik daar de hele dag mee bezig zijn, maar voor mezelf ga ik niet koken. Ik neem een kliekje of bestel sushi of Italiaans. Voor mijn zoontje haal ik McDonalds, maar dat eet ik zelf niet.”

Wat wil je afleren, maar lukt maar niet?
„Minder bekeuringen. Ik heb veel kleine snelheidsboetes, 33 euro, 45 euro. Ik weet dat er trajectcontrole is, maar vergeet het. Ik heb ADD, dus ben snel afgeleid. Als ik ergens rij en word gebeld, vergeet ik dat ik 100 moet blijven rijden. Heel irritant. Hetzelfde heb ik met Parkline, die zet ik braaf aan, maar vergeet ik dan weer uit te zetten. Die gasten verdienen een geld aan mij!”

Hoe vaak sport je en hoe vaak vind je dat je zou moeten sporten?
Doorgestreepte vraag.

Flos je elke dag?
„Ja. Maar je moet niet tussen alle tanden flossen, hè? Bij mijn voortanden gebruik ik flosdraad en bij de kiezen tandenstokers. Ik heb verschillende kleuren stokers, want de ruimte tussen mijn kiezen is groter dan tussen andere tanden. Ik sla weleens een dag over, dan heb ik geen zin, maar dat gun ik mezelf.”

Lees ook de zestien impertinente vragen voor Hans van Manen: ‘Ik lieg zo vaak’

Hoeveel fooi geef je?
„10 procent. Als het eten of de bediening heel slecht was, geef ik geen fooi. Bij sommige mensen denk ik: wat doe jij in de horeca? Iemand kan een slechte dag hebben, natuurlijk, maar als ik het podium opga, zet ik ook de knop om. Als iemand chagrijnig de drankjes op tafel kwakt, denk ik: jij moet iets anders gaan doen.”

Wanneer heb je voor het laatst gelogen?
„In het verleden heb ik me in de nesten gewerkt met kleine leugentjes – ‘Hé, je hebt mij afgezegd maar later zag ik op een foto dat je wel ergens anders was’. Zo heb ik geleerd eerlijk te zijn. Waarom is het erg om tegen een vriend te zeggen: ‘Ik zit niet lekker in mijn vel, ben moe, heb even geen puf’?”

Wanneer heb je je moeder voor het laatst gebeld?
„Twee dagen geleden. Het ging over kleine dingetjes: heeft de baby lekker geslapen? Hoe is het met de waterpokken?”

Stuur je weleens boze mails of sms’jes?
„Als ik ergens boos over ben, kan ik mijn gal spuwen bij Sophie, mijn vrouw. Woedend tik ik een sms’je en verstuur die naar haar. Dan schrijf ik erbij: jij bent nu de lul, ik ga alles op jou projecteren.”

Waaraan geef je te veel geld uit?
„Ik heb niet zo snel het gevoel dat ik te veel geld uitgeef.” Zijn vrouw Sophie zegt: „Hotels. Jij kan rustig een luxe kamer boeken, terwijl ik dat niet nodig vind.” Xander: „Goede restaurants bezuinig ik ook niet op. Ik ben een keer met een vriend uit eten geweest en toen moesten we 88 oesters afrekenen.”

Wat is de eerlijke opmerking waarvan je wilde dat je hem nooit had gemaakt?
„Vroeger op school. Er was een meisje, ze was niet knap. Ik liet me meevoeren in een gesprek met de stoere jongens. Eentje zei: ‘Die is echt lelijk hè?’ Ik zei: ‘Zij is de lelijkste die ik ooit heb gezien’. Ze kwam aanlopen en ik zag de tranen in haar ogen. Als ik eraan denk, voel ik me er nog rot over. Ik ben naar haar toegegaan, maar kon het niet meer goedmaken. Het kwaad was al geschied.”

    • Carlijn Vis