Het rustige plekje waar Saskia Goldschmidt haar nieuwe boek schrijft

Zodra ze wakker is, maakt Saskia Goldschmidt een foto van het Groningse platteland en beschrijft ze het uitzicht. „Een goede oefening voor het vinden van woorden.” Tekst
nederland, middelstum, 04-06-2018foto reyer boxemfoto van saskia goldsmidt, schrijfster. voor serie Buiten Huis.

Zodra Saskia Goldschmidt wakker is, maakt ze met haar iPhone een foto van het uitzicht op het Groningse landschap. Elke dag vanuit precies hetzelfde standpunt. Daarna neemt ze een kwartier de tijd om te beschrijven wat ze ziet: bruine kiekendieven, reeën, fazanten, hazen, de kleur van de lucht. „Het verhaal waar ik nu aan werk, speelt zich hier op het Hogeland af en dit is voor mij een goede manier om in het landschap te komen.” Het is ook een goede oefening voor het vinden van woorden, zegt ze. Steeds opnieuw en anders beschrijven hoe het wolkendek er precies uitziet, hoe het licht op het gras schijnt. Ze heeft nu meer dan 350 foto’s, geen één is hetzelfde.

Goldschmidt zocht twee jaar geleden een rustige plek om aan Schokland te werken, het boek dat dit najaar verschijnt. „Ik wilde de seizoenen meemaken. En onderzoek doen; praten met mensen in de omgeving. Sommigen hebben het zwaar vanwege de aardbevingen. Ze zitten lange tijd in onzekerheid in een huis dat langzaam kapotgaat. Wat doet dat met iemand?”

Goor werk

Ze keek rond bij boerenbedrijven, werkte mee op het land en tussen het vee: koeien scheren, de melkpomp schoonmaken, mest mixen – „het goorste werk dat ik ooit heb gedaan”.

Haar man en volwassen kinderen wonen in Amsterdam, zij is zo’n twee weken per maand in Groningen. In het weekend komt haar man soms naar haar toe. Gisteren hebben ze 65 kilometer gefietst. „Dat kan in Amsterdam ook, maar dan ben je eerst 10 kilometer bezig de stad uit te komen en daarna fiets je in de file.”

Op schrijfdagen maakt ze na het ritueel met de foto een wandeling van een uur, met laarzen aan door de klei. „Sop, sop, langs de sloot.” Daarna, rond half elf, begint ze met schrijven, tot een uur of vijf, zes. ’s Avonds maakt ze „iets simpels te eten” – groentesoep, een maaltijdsalade of ze pakt iets uit de diepvries. „Mijn man is een goede kok. Als hij in het weekend komt, maakt hij bakjes eten voor me.”

    • Carlijn Vis