Eén kastje om alle gevaren voor te zijn

Ziekenhuis Software die berekent of een patiënt beter wordt, of juist zieker. In het Nijmeegse Radboudumc is het nu de praktijk.

Foto Merlin Daleman

Frans Klink (61), politieagent van beroep, zit recht overeind in zijn ziekenhuisbed. Zijn kamer is groot en licht, op tafel staan kaarten met beterschapswensen. Een verpleegkundige buigt zich over hem heen en controleert of de blauwe plakkers op zijn borst en duim goed vastzitten. Om de pols van Klink zit een rechthoekig apparaatje getapet. Er komen snoertjes uit die naar de plakkers lopen.

Klink werd regelmatig opgenomen, maar nooit eerder kreeg hij een polskastje. „Voor zover ik het heb begrepen is het heel uniek allemaal”, zegt hij. Internist Bas Bredie: „We zijn de enige in de wereld die het zo aanpakken.”

Het Nijmeegse Radboudumc heeft een primeur. Op de afdelingen heelkunde en interne geneeskunde worden met polskastjes de vitale functies van patiënten continu gevolgd. Die informatie koppelt het ziekenhuis aan voorspellende software. Zo krijgen patiënten een zogeheten vital risk score. Die score voorspelt wat er de komende vier tot zes uur met een patiënt gaat gebeuren: of-ie voor- of achteruit gaat of stabiel blijft. De software moet leiden tot minder opnames op de intensive care, kortere ziekenhuisbezoeken en uiteindelijk minder sterfgevallen.

Veilig gevoel

Klink komt regelmatig in het Radboudumc, vertelt hij. „Ineens word ik dan behoorlijk ziek.” Hij heeft een syndroom waardoor hij schijnbaar zonder reden enorm kan verzwakken. Afgelopen Nieuwjaarsdag was dat zo heftig dat hij in coma door de hulpdiensten uit huis gehaald moest worden.

Voorheen registreerden verpleegkundigen elke acht uur de vitale functies van Klink: zijn bloeddruk, hartritme, temperatuur, ademhalingsfrequentie en zuurstofopname. Nu meet het polskastje dat gelijktijdig en continu. Het apparaat stoort Klink niet. „Het zit goed verstopt onder m’n ochtendjas. En ik kan ermee onder de douche.” Het geeft hem ook een veilig gevoel. „Alsof ik permanent word bewaakt.”

Dat ‘bewaken’ gebeurt verderop in de ‘verkeerstoren’. Op twee schermen in deze ruimte is het resultaat van de data-analyse te zien. Links zijn de meetwaarden te zien en staan de patiënten als poppetjes afgebeeld: ze zitten of liggen in hun bed. Rechts heeft elke patiënt een score gekregen. „Als het getal onder de drie is, dan verwachten we de komende vier tot zes uur geen ontregeling”, zegt internist Bredie. Boven de drie betekent: alarm. Nu is dat nog een algemeen signaal, maar samen met data-analisten van de Radboud Universiteit wordt geprobeerd het systeem te laten aangeven of er bijvoorbeeld een naadlekkage van de darm of een bloedvergiftiging dreigt. Vroeger, vertelt Bredie, liepen de specialisten op afdelingen buiten de intensive care achter de feiten aan. „Dan zien we na meting pas: hé, deze patiënt is achteruitgegaan. Bovendien was het arbeidsintensief.”

Van één van de schermen klinkt een alarm. „Hier hebben we een te hoge hartslag”, zegt Bredie tegen een verpleegkundige. „Het kan zijn dat de patiënt alleen wordt gewassen.”

Foto Merlin Daleman
Frans Klink in gesprek met internist Bas Bredie. Sensoren meten vitale functies en software voorspelt of er complicaties dreigen.
Foto Merlin Daleman

Wifi-signaal kan wegvallen

Vaak is een alarm terecht. Zo lukte het dankzij de voorspellende score om bloedvergiftiging en een longembolie vroegtijdig te herkennen. Bredie heeft meegemaakt dat een patiënt die was opgenomen vanwege een zere knie nog gewoon de krant zat te lezen, en artsen naar hem toesnelden met de mededeling: je moet nu in bed gaan liggen. Er bleek gevaar op een bloedvergiftiging. „De symptomen daarvan – oplopende hartslag en temperatuur, dalende bloeddruk – ontwikkelen zich langzaam”, zegt Bredie. „Omdat je niet de hele dag naast een patiënt zit, worden die veranderingen vaak pas laat ontdekt.”

Dit keer stelt de verpleegkundige gerust: „De patiënt had z’n polskastje afgetrokken.” Er zijn nog patiënten die moeten wennen, zegt Bredie. Daarom wordt bij verwarde mensen soms nog op de ouderwetse manier gewerkt. Ook zijn er nog technische problemen: zo valt het wifisignaal op de kastjes weg als de patiënt te ver van de afdeling wandelt. Is het vertrouwen in de techniek niet te groot? „Binnen de afdeling is alles veilig”, zegt Bredie. „En we zullen altijd ook gewoon naar onze patiënten blijven kijken.”

Verderop ligt een andere patiënt. Hij heeft zijn gordijnen grotendeels gesloten. De 53-jarige René, die niet met zijn achternaam in dit verhaal wil, is bleek en mager. Hij is opgenomen met hevige diarree. René vraagt zich af of de verpleegkundigen nog wel langskomen nu hij een polskastje heeft. „We hebben door dit nieuwe systeem juist meer tijd voor een rustig gesprek met de patiënt”, antwoordt Bredie.

In de verkeerstoren staat verpleegkundige Robin Verweij bij de schermen. Hij heeft al profijt gehad van het nieuwe systeem, vertelt hij. Een verwarde patiënt riep hem omdat hij dacht dat er iets onder zijn laken lag. Maar er lag niets onder, waarna Verweij weer vertrok. Voor de zekerheid liep hij langs de schermen. „Daar zag ik dat het mis was. Toen ik terugkwam lag hij ademhappend in zijn stoel.”

Achteraf bleek dat de patiënt braaksel in zijn longen had.

    • Liza van Lonkhuyzen