Wie naar Sri Lanka gaat zou de gebouwen van Geoffrey Bawa moeten bewonderen

De excentrieke architect Geoffrey Bawa ontwierp hotels, bibliotheken en universiteiten. Hij wordt beschouwd als de meester van het tropisch modernisme.

Het Kandalama Hotel in Sigiriya (Sri Lanka). Foto's Getty Images

Peacocks ahead’ waarschuwt een verkeersbord langs een van de zeldzame snelwegen in Sri Lanka. De door Japanse aannemers gebouwde tolweg loopt van de stranden in het zuiden naar de hoofdstad Colombo, langs plantages met palmbomen en kaneelbomen. Het is een van de weinige wegen waar je ontkomt aan de chaos van inhalende vrachtauto’s en toeterende tuktuks, al moet je dus uitkijken voor overstekende wilde pauwen.

Er zijn talloze redenen om naar Sri Lanka te gaan: de tropische stranden, de rijkdom aan dieren, de overblijfselen van oude beschavingen en de koloniale historie. Ik ging in mijn vakantie vooral op zoek naar het werk van de Sri Lankaanse architect Geoffrey Bawa (1919-2003), misschien wel de beroemdste ‘pauw’ van het eiland. Je kunt hem zien als de Le Corbusier van Azië. Bawa was een excentrieke estheet van gemengd Aziatisch-Europese komaf, die rondreed in een zilveren Rolls Royce, safari-hemden droeg en een seventies-bril met getinte glazen. Zijn werk loopt uiteen van het nationale parlement van Sri Lanka tot universiteitsgebouwen, bibliotheken en eenvoudige bungalows. Hij had ook buitenlandse opdrachten, een hotelcomplex op Bali bijvoorbeeld.

Tours

Verschillende lokale en internationale reisorganisaties bieden tours aan langs hotels van zijn hand, waarvan er niet meer dan tien nog in bedrijf zijn. De stijl die hij vanaf de late jaren vijftig ontwikkelde, inspireert eigentijdse architecten en interieurontwerpers nog steeds, zoals de Australiër Kerry Hill, de Indiase Bijoy Jain en de Sri Lankaan Anjalendran. Bawa wordt beschouwd als de meester van het tropisch modernisme. Deze stroming vermengt Westerse architectonische principes met traditionele, lokale bouwstijlen die beter werken in een warm klimaat.

Onderweg naar het Kandalama Hotel stopt onze chauffeur onverwacht. Een tuinman langs de weg wijst op een dode cobra in de berm. Op weg naar het door Bawa ontworpen hotel in het hart van Sri Lanka zien we ook nog een bordje met ‘Beware of elephants’.

Het gebouw is bijna een kilometer lang en lijkt door de begroeiing versmolten met de jungle. Vanuit de hoogte ziet het eruit als een omgevallen wolkenkrabber die is opgegeten door de natuur. Het verhaal gaat dat Bawa vanuit een helikopter de locatie koos.

Geoffrey Bawa. Foto Getty Images

De oprijlaan slalomt omhoog tot de entree, gelegen op de hoogste verdieping. Een welvende gang, uitgehouwen uit de rots waar het hotel op steunt, leidt ons het gebouw in. In de lobby ontvouwt zich een betoverend uitzicht: het zwembad lijkt over te stromen in het Kandalama-meer. Op de andere oever zien we het silhouet van de heilige rots Sigiriya. Huisolifant Monica is met haar verzorger in het meer aan het baden. Niet veel later zitten we zelf in bad, aan een raam met uitzicht op de jungle, begluurd door een familie van aapjes, grijze langoeren, die leven in de geveltuin. Dit zijn plaatjes die doen denken aan de gesponsorde reizen van populaire Instagrammers.

Rust vinden op Sri Lanka valt niet mee. Sinds het einde van de burgeroorlog in 2009 is het toerisme op het eiland, dat als een druppel onder India ligt, meer dan verviervoudigd. Kwamen er in 2009 nog geen 500.000 buitenlandse bezoekers, in 2017 waren dat er volgens de Sri Lanka Tourist Development Authority maar liefst 2,1 miljoen, ondanks zorgelijke spanningen tussen de dominante Boeddhisten en de moslim-minderheid. De drukte doet het aftandse nationale vliegveld kraken in z’n voegen. Treinkaartjes voor sommige spoortrajecten in het binnenland, die behoren tot de mooiste ter wereld, zijn met moeite te reserveren. Kom je voor een safari? Dan zie je meer jeeps dan olifanten. Met ronkende dieselmotoren verdringen ze zich rond de wilde dieren. De west- en zuidkust zijn inmiddels vergeven van het soort yoga-retreats, luxe resorts en surfscholen die je overal in Azië vindt.

Auteur David Robson, die meerdere boeken over het werk van Bawa uitbracht, waarschuwt dat er steeds minder van zijn gebouwen in hun originele conditie overblijven. Robson bracht 43 gebouwen in kaart, waaronder kantoren, privé-huizen en scholen. Wil je de indrukwekkendste moderne architectuur van Sri Lanka nog bekijken, dan moet je er snel bij zijn voordat sloop of ondoordachte verbouwingen er een eind aan maken.

Om de architect en zijn stijl beter te begrijpen bezoeken we Bawa’s buitenverblijf, Lunuganga, nabij het kustplaatsje Bentota. We worden rondgeleid door een van zijn voormalige dienstbodes, die nog vol ontzag spreekt over Mister Geoffrey. Het huis wordt niet meer bewoond, er zijn gastenkamers die je kunt boeken. De tour gaat langs alle elementen van Bawa’s stijl. De frangipani-bomen in zijn tuin ‘beeldhouwde’ hij in vijftig jaar tot de voor hem ideale vorm door gewichten aan hun takken te hangen – net als dat gebeurt bij bonzaiboompjes. Deze ‘temple trees’ kom je bij bijna al zijn huizen en hotels tegen. In Bawa’s werkkamer zie je hoe hij met een simpele ingreep binnen laat overlopen in buiten: het patroon van de vloer loopt door in de terrastegels.

Vorige pagina: Kandalama Hotel in Sigiriya
Foto’s Getty Images
Geoffrey Bawa’s buitenverblijf Lunugangga, nabij het kustplaatsje Bentota.
Foto’s Getty Images

Bawa’s interieurs – er zijn meerdere gebouwen op het landgoed – zijn een opvallend tijdloze mix van oud en nieuw, Oosters en Westers. Kuipstoelen van glasvezel naast eeuwenoud Aziatisch antiek. Meubels die hij ontwierp voor het Kandalama Hotel staan hier ook. In plaats van dure designmeubels te importeren uit het Westen, liet hij lokale ambachtslieden stoelen, banken, tafels en lampen maken volgens een strak eigen ontwerp, zoals minimalistische driehoekige wandlampen en leunstoelen van gekruld smeedijzer.

De gastenverblijven hebben geen airconditioning, want daar moest Bawa niets van hebben. Hij probeerde gebouwen met natuurlijke ventilatie te ontwerpen waarin je niet bent afgesloten van de natuur. Wandelend door de tuin van Lunuganga zie je Bawa’s gave voor het creëren van dramatische ruimtes die niet zouden misstaan in een film. Elk moment van de dag, ontbijt, lunch, thee, gin & tonic, heeft een eigen plek, met een gong om het personeel te roepen. Het ene moment waan je je in Florence, het volgende krijg je het gevoel op het Engelse platteland te zijn. Tot je een krokodil kalmpjes voorbij ziet zwemmen in het meer en je weer beseft dat je op een tropisch eiland bent.

    • Ebele Wybenga