Opinie

    • Maxim Februari

Zeg nooit ‘poly’ tegen een polyamoreus iemand

Jonge mensen krijgen soms iets tuttigs als ze het over hun liefdesleven hebben. Bang hoe het overkomt als ze niet alleen verliefd zijn op de een, maar ook nog eens op de ander. Met de ogen van de wereld staren ze naar zichzelf. „Ben ik soms polyamoreus?” Therapeuten zouden zeggen „leef je leven, niet je diagnose”, maar goed, de jonge mensen willen per se weten of ze polyamoreus zijn. Uit sympathie hobbel ik een stukje met ze mee.

Zo luister ik vandaag naar een jongeman die zichzelf de vraag publiekelijk stelt. „Ben ik poly?” En kom dan terecht in een conversatie die ik helemaal niet zag aankomen, hoe doorkneed ik ook mag zijn in correct taalgebruik. Want weet de jongeman wel, zegt een commentator, dat je ‘poly’ niet mag gebruiken als afkorting van ‘polyamoreus’, omdat de Polynesiërs daardoor worden verloochend? „O, neem me niet kwalijk”, zegt de jongeman bedremmeld.

Eerst denk ik dat het satire is, omdat ik de laatste tijd al zoveel persiflages op politieke correctheid voorbij heb zien komen, maar het is ernst. In online publicaties, inmiddels door de auteurs van het internet verwijderd, is „namens de Polynesiërs” bezwaar gemaakt tegen gebruik van de afkorting ‘poly’. Sindsdien woedt de discussie voort. Niet iedere polyamoreuze geeft zich zomaar gewonnen, want hoe zit het met al die andere dingen die poly zijn – ‘voornamelijk plastics’ – moet je die ook herbenoemen? Polyesters? Polycarbonaten?

Nee, dat hadden ze gedacht, zo gemakkelijk komen de polyamoreuzen er niet vanaf. In hun onverschilligheid voor het lot van gemarginaliseerde groepen als de Polynesiërs lijken ze verdacht veel op extreem-rechtse racisten, mopperen de commentatoren. Maar, ho, dat gaat te ver, op dit punt aanbeland slaan de polyamoreuzen onverwacht hard terug. Want wie zijn hier nu eigenlijk het ergste gemarginaliseerd? Hè? De Polynesiërs? Of de polyamoreuzen? En, trouwens, hebben de Polynesiërs soms iets tegen polyamorie? De bordjes lijken verhangen. De polyamoreuzen zijn niet langer de onderdrukkers, ze zijn de onderdrukten.

Hier snap ik weer waar we zijn. In het gesprek over identiteit en taal heb ik tot nu toe drie verongelijkte posities onderscheiden die alle drie niet erg aantrekkelijk zijn. Je hebt de ijverige activisten die namens gemarginaliseerde groepen bezwaar maken tegen een benaming. Vaak weet je niet of die groepen – ‘de Polynesiërs’ – zelf wel weet hebben van de kwestie. Dat lijkt er ook niet toe te doen. De verontwaardiging lijkt er vooral op gericht anderen op fout en extreem gedachtengoed te betrappen.

Daartegenover staan degenen die terugslaan door minstens zo verongelijkt te beweren dat zij het nog veel erger hebben getroffen. De Polynesiërs gemarginaliseerd? Laat me niet lachen! De polyamoreuzen zul je bedoelen! Zijn vrouwen door de geschiedenis op achterstand gezet? Mannen hebben het onnoemelijk veel zwaarder gehad. Witte of, liever nog, blanke Europeanen die zichzelf casten als de ultieme underdog. Draai de verongelijktheid een paar keer om en je kunt van buitenaf niet meer bepalen welk perspectief nou eigenlijk nog redelijk is.

En dan heb je ten slotte de derde positie: die van de wereldwijzen die boven het gewoel staan. Deze positie is het bedrieglijkst. Met aangeleerde onverschilligheid wordt het hele onderwerp van de correcte benamingen weggewuifd. Je kunt geen recensie van een televisie- of cabaretprogramma meer opslaan of je leest de verzuchting dat politiek incorrecte grappen gelukkig weer ‘mogen’. Alsof we ons eeuwenlang noodgedwongen correct hebben gedragen, ons in 2018 eindelijk aan die terreur hebben ontworsteld en voor het eerst sinds de Batavieren weer eens ongeremd grof kunnen zijn.

Alle deze drie posities hebben iets verongelijkts. En daardoor zijn ze weinig serieus. In een tijd waarin niet alleen de Amerikaanse president maar ook een officiële verklaring van het Witte Huis spreekt over bendeleden als dieren – „the violent animals of MS-13” – is het belangrijk gevoelig te blijven voor het ontmenselijkende effect dat taalgebruik kan hebben. Bij die gevoeligheid hoort ook een serieuze afweging van het voorvoegsel ‘poly’.

Het betekent gewoon ‘veel’ in het Grieks, mopperen balorige polyamoreuzen. Ja, en ‘niger’ betekent gewoon ‘zwart’ in het Latijn, mopperen gevoelige polyamoreuzen en Polynesiërs terug. Dat is nog geen reden om zo’n woord te gebruiken; je moet kijken naar de historie die eraan kleeft. Nou, mokken de tegendraadse polyamoreuzen, aan ‘poly’ kleeft helemaal niets. En zo ruziën ze een tijdje door, en dat is precies zoals zo’n discussie moet gaan. Met het voorbehoud dat je ogenblikkelijk af bent zodra je over ‘extreem-rechts’ of ‘extreem-links’ begint.

Maxim Februari is jurist en schrijver, www.maximfebruari.nl.
    • Maxim Februari