Waar komt dat mineraal echt vandaan?

Metalen in laptops De mijnbouwketen is bijzonder ondoorzichtig. De nieuwe Responsible Mining Index die woensdag wordt gepresenteerd moet het zicht op de mijnbouw verbeteren.

Van grondstof tot telefoondeeltje: de praktijken van mijnbouwbedrijven niet niet even transparant. Foto Nicolò Filippo Rosso/Bloomberg

Kinderen die met zware zakken door de modder ploeteren, opzichters die erop los meppen. De Amerikaanse nieuwszender CBS News zond begin dit jaar een indringende reportage over Congolese kobaltmijnen uit – het schaarse mineraal dat in de batterijen voor mobieltjes en laptops zit.

Meteen na de uitzending schermden grote techbedrijven als Apple en Tesla met de richtlijnen en standaarden voor hun toeleveranciers. Kinderarbeid, milieuvervuiling of uitbuiting is beslist niet toegestaan. Maar, gaven ze meteen ook toe, de keten van schaarse metalen en mineralen is bijzonder ondoorzichtig. Soms zitten er wel zes tussenpartijen tussen de mijn en de fabrikant. En zelfs als je weet welk bedrijf je molybdeen of terbium levert, dan nog weet je vaak niet hoe dat bedrijf de arbeiders behandelt en de omgeving schoonhoudt.

De nieuwe Responsible Mining Index moet het zicht op de mijnbouw naar steenkool, metalen en andere mineralen verbeteren. De index, met daarin dertig grote mijnbouwbedrijven, wordt deze woensdag op het ministerie van Buitenlandse Zaken in Den Haag gepresenteerd. Het ministerie is voor 1,5 miljoen euro sponsor van deze index, de eerste in zijn soort. Andere partijen, zoals de Zwitserse staat en een paar hulporganisaties, doneerden de overige 2 miljoen. De volgende index moet over twee jaar uitkomen.

Lees ook: Congo boycot eigen donorconferentie, en wil dat Nederland ook wegblijft

73 indicatoren

En, wat staat erin? Wie de publiek toegankelijke index raadpleegt, ziet in één oogopslag dat het Britse mijnbouwbedrijf AngloAmerican, met ruim 78.000 werknemers en mijnen wereldwijd, het relatief goed doet. Het bedrijf, dat platina, diamanten, koper, nikkel, ijzererts en steenkool uit de grond haalt, staat in alle zes gebieden waarop het is gescoord in de top-drie. Het Oezbeekse staatsbedrijf Navoi (uranium, goud) en het Chinese Zijin (goud, koper, tin) scoren heel slecht. De site meldt dat dit vooral komt door gebrek aan informatie of doordat er geen enkel bewijs gevonden is dat het bedrijf zich iets aantrekt van zaken als mensenrechtenschendingen.

Isabelle van Notten, hiervoor consultant voor hulporganisaties, is een van de oprichters van de index. Wat viel haar op? Aan de telefoon: „De bedrijven die we onderzochten scoren gemiddeld gezien laag op arbeidsomstandigheden. Dat verbaast ons toch. We dachten dat arbeidsomstandigheden relatief minder slecht zou scoren dan milieu en welzijn van omwonenden. Voor arbeidsomstandigheden bestaat namelijk al meer dan een eeuw wet- en regelgeving, voor die andere zaken niet. Bedrijven hebben er op papier wel een goed beleid voor, maar van het effect daarvan is weinig te zien.”

De bedrijven worden gescoord op 73 indicatoren. Dat doen de onderzoekers op basis van publiek toegankelijke documenten, zoals jaarverslagen en nieuwsberichten, en op basis van informatie die het bedrijf desgevraagd zelf aanlevert.

Het ‘hefboomeffect’ van de index

Van Notten is niet bang dat dit een te positief beeld geeft. „De scores zijn niet gebaseerd op beweringen. De informatie die bedrijven aanleveren, moeten ze onderbouwen. En de documentatie is voor iedereen in te zien. Wat ze ook zeggen, het komt allemaal op de site. Als dingen niet kloppen, verwachten we dat te horen van lokale ngo’s en vakbonden. Die respons nemen we mee in de index van 2020.”

De lijst is verre van compleet. Wat bijvoorbeeld ontbreekt, zijn de vele illegale mijnen, waar de arbeidsomstandigheden vaak belabberd zijn.

De consument, die elke paar jaar een nieuwe telefoon of laptop wil, heeft vooralsnog weinig aan de index. Als zelfs de fabrikant niet weet waar-ie z’n spullen vandaan haalt, hoe moet de consument dat dan weten?

De miljardenwinsten van Apple en Samsung riepen een tegenreactie op: de Nederlandse FairPhone moest eerlijk geproduceerd worden. Lees ook: Fairphone 2: een telefoon om (van) te houden

Klopt, zegt Van Notten. De organisatie ziet dat naast lokale overheden, ngo’s en vakbonden ook investeerders en aandeelhouders naar de lijst kijken. „De site is twee maanden online en we horen nu al dat beleggingsanalisten en pensioenfondsen mijnbouwbedrijven bellen over hun score. Ongelukken, schandalen en milieurampen zijn ook een financieel risico.” Op die manier kan een relatief goedkoop middel als deze een groot „hefboomeffect” hebben, meent Van Notten.

Dat is één van de redenen van Buitenlandse Zaken om de index te sponsoren, zegt ze. „Onze overheid gelooft dat landen zichzelf kunnen ontwikkelen door hun natuurlijke hulpbronnen goed in te zetten.” Doordat alle informatie in zes talen op de site staat, hebben lokale overheden en organisaties ter plekke er ook wat aan, is het idee.

Van Notten put hoop uit het feit dat er ruimte voor verbetering is. Als alle bedrijven voor elk van de indicatoren even hoog zouden scoren als nu de beste in de lijst, dan zouden ze het redelijk goed doen. „We stellen dus geen onhaalbare doelen. Het kán. De buurman doet het ook.”

    • Carola Houtekamer